In de verte zindert het asfalt. We hobbelen in een minibusje met een internationale groep toeristen over weg 60 van Jeruzalem via Bethlehem naar Hebron op de Westoever. Op de achtergrond glanzen de hoge flatgebouwen van Jeruzalem. Voor ons ligt het droge landschap van de Judea-woestijn. Als we de afscheidingsmuur naderen die Israël van de Palestijnse gebieden scheidt, stijgt de spanning in de bus. Voor de toeristen is het de eerste keer dat ze een militaire checkpoint in het echt zien. De hoofden buigen nieuwsgierig uit de raampjes van de bus. We arriveren zonder problemen aan de Palestijnse kant, passeren een tunnel en komen in een wereld van kleine Palestijnse dorpen, militaire uitkijktorens, checkposten, ezelskarren met Palestijnse jongetjes, olijfboomgaarden en een autokerkhof. De airconditioning staat op maximum en ontspannen achteroverleunend vervolgen we de weg die kilometers lang de ene Joodse nederzetting aan de andere rijgt: Neve Daniel, Elazar, Alon Shevut, Efrata. Een chemisch laborante uit Nieuw-Zeeland, die net een conferentie met vakbroeders in Israël heeft gevolgd, merkt op dat ze nu pas begrijpt dat er nauwelijks nog ruimte is voor een Palestijnse staat.
...

In de verte zindert het asfalt. We hobbelen in een minibusje met een internationale groep toeristen over weg 60 van Jeruzalem via Bethlehem naar Hebron op de Westoever. Op de achtergrond glanzen de hoge flatgebouwen van Jeruzalem. Voor ons ligt het droge landschap van de Judea-woestijn. Als we de afscheidingsmuur naderen die Israël van de Palestijnse gebieden scheidt, stijgt de spanning in de bus. Voor de toeristen is het de eerste keer dat ze een militaire checkpoint in het echt zien. De hoofden buigen nieuwsgierig uit de raampjes van de bus. We arriveren zonder problemen aan de Palestijnse kant, passeren een tunnel en komen in een wereld van kleine Palestijnse dorpen, militaire uitkijktorens, checkposten, ezelskarren met Palestijnse jongetjes, olijfboomgaarden en een autokerkhof. De airconditioning staat op maximum en ontspannen achteroverleunend vervolgen we de weg die kilometers lang de ene Joodse nederzetting aan de andere rijgt: Neve Daniel, Elazar, Alon Shevut, Efrata. Een chemisch laborante uit Nieuw-Zeeland, die net een conferentie met vakbroeders in Israël heeft gevolgd, merkt op dat ze nu pas begrijpt dat er nauwelijks nog ruimte is voor een Palestijnse staat. Fred Schlomka, een uit de VS naar Israël geëmigreerde Schotse mensenrechtenactivist, is de oprichter van het bijzondere project 'ToursInEnglish': een nieuwe samenwerking van Israëlische en Palestijnse reisorganisaties. Hij kwam op het idee om alternatieve tochten te organiseren toen hij in de krant een advertentie van Joodse kolonisten in de Palestijnse gebieden zag, waarin georganiseerde tours naar de nederzettingen werden aanboden. Schlomka realiseerde zich dat toeristen over het algemeen eenzijdig - slechts van de Israëlische kant - worden geïnformeerd omdat Israël het monopolie over toerisme heeft. Schlomka: 'De Israëlische touroperators proberen de buitenlandse toeristen uit de Palestijnse gebieden te houden en settlers laten alleen hun kant van het verhaal zien. Ik heb ontdekt dat toeristen nieuwsgierig zijn en met eigen ogen het effect van het conflict willen zien. Er is dus een markt voor dit soort reizen, die Israëlische touroperators niet kunnen en willen bieden.' Schlomka werkt hier al jaren en kent de Palestijnse gebieden op zijn duimpje. Hij organiseert reizen naar Palestijnse steden zoals Jenin, Ramallah, Bethlehem en Hebron, maar ook naar Joodse nederzettingen en bedoeïenenkampen. In het christelijke stadje Beit Jalla, voegt de Palestijnse gids Samer Kokaly zich bij de groep. Schlomka legt uit waarom: 'Het gebruik van plaatselijke gidsen verzekert een direct contact met de bevolking en het reduceert de risico's verbonden aan reizen in conflictgebieden tot het absolute minimum.' De laatste bocht van zo'n vijf kilometer leidt omhoog naar Halhul, de controlepost voor de ingang van de stad Hebron. Langs de weg staan groepjes Palestijnse mannen, plastic zakken met hun lunchpakket in de hand. Het zijn werklozen die wanhopig werk in de nederzettingen of in Israël zoeken. Hebron is een van de oudste steden van de wereld die onafgebroken bewoond is gebleven. Even waan je je hier in de tijd van koning David, die in deze stad regeerde. Maar als we de binnenstad inrijden, dringt de realiteit met een schok door. We worden begroet door een labyrint van smalle straatjes met door kogels gehavende kalkstenen huizen, metalen sluizen en elektronische detectoren. De Amerikaans-Joodse deelneemster die voor mij in de bus zit, vertelt dat haar grootmoeder in 1929 uit Hebron is gevlucht. Dat jaar werden er 67 Joden vermoord en 60 gewond en Joodse huizen en synagoges geplunderd en vernietigd. Tot 1968 woonden hier geen Joden meer. Dat jaar vestigde zich een fanatieke Joodse kolonie midden in de oude stad, en sindsdien is het hommeles en leeft deze stad in permanente staat van oorlog. Palestijnen werden gedwongen hun huizen en winkelpanden te verlaten en op te geven. Meer dan 20.000 Palestijnen hebben de stad al verlaten. Voor de Grot van de Patriarchen, die heilig is voor zowel moslims als joden want hier ligt aartsvaderAbraham samen met Sarah, Izaäk, Rebekka, Jakob en Lea begraven, merken we hoe desperaat de plaatselijke bevolking is. We worden overvallen door groepen opdringerige straatventers, die wanhopig 'souvenirs from Palestine' die het label 'made in China' dragen, proberen te slijten. Achmed, de enige nog overgebleven eigenaar van een souvenirwinkeltje tegenover de militaire checkpost tussen het Palestijnse en het Joodse deel van de stad, probeert krampachtig de zaak drijvende te houden, die al drie generaties in zijn familie is. Een Jood met een keppeltje tot over de oren koopt een fles water bij hem en wordt door de toeristen nieuwsgierig bekeken. 'Handel is handel', reageert Achmed. Klanten zijn er weinig. Daarom zijn de alternatieve tours voor hem een geschenk uit de hemel. Ze brengen toerisme naar de Palestijnse gebieden en dus geld in het laatje van Palestijnen in een tijd dat de Palestijnse economie op een dieptepunt zit. In het overbevolkte Dheisheh-vluchtelingenkamp bij Bethlehem leven 10.000 vluchtelingen op een hectare land, maar tot ieders verbazing is er ook een bescheiden pension met restaurant gevestigd. Tijdens de lunch vraag ik Schlomka en Kokaly of deze vorm van toerisme zich niet zal ontwikkelen tot een soort legaal voyeurisme - aapjes kijken in de zoo. Schlomka schudt zijn hoofd. 'Wij zoeken geen sensatie. Dit is geen commerciële operatie, maar ook geen radicaal activisme. We proberen de toeristen eerlijk te informeren met als uiteindelijk doel om bij te dragen tot de democratie en de beëindiging van de bezetting van de Palestijnse gebieden. De toeristen die aan deze tochten deelnemen zijn over het algemeen al gemotiveerd om meer te leren en te ontdekken. Dus het risico van aapjes kijken is minimaal.' Het initiatief loopt als een trein. ToursInEnglish heeft ongeveer 150 toeristen per maand. Het project is financieel onafhankelijk en het merendeel van de omzet gaat naar Palestijnse en bedoeïenenorganisaties. De grootste struikelblokken voor het toerisme in de Palestijnse gebieden - de afscheidingsmuur, de bezetting, de terreurdreiging en de groeiende infrastructuur van muren, hekken en wegversperringen - gebruikt ToursInEnglish juist om toeristen het andere plaatje van het werkelijke leven van Israëliërs en Palestijnen te laten zien. Noem het 'conflicttoerisme' of 'non-profittoerisme'. Maar wordt ToursInEglish dan niet overbodig zodra er een duurzame oplossing voor het conflict is gevonden? Kokaly glimlacht en legt uit dat mijn vraag overbodig is. 'Vrede en vreedzame co-existentie van de twee volken zijn voor mij de drijfveren om dit werk te doen. Ik hoop dat we uiteindelijk in vrede zullen samenleven. Maar als ik om me heen kijk, denk ik dat we met de huidige wereldleiders op korte termijn geen oplossing hoeven te verwachten.' VOOR MEER INFORMATIE: www.toursinenglish.comDOOR SIMONNE KORKUS