Voor Rik Van Cauwelaert zijn er drie criteria waaraan de Grootste Belg moet voldoen. Eén: hij of zij dient een universiteit te hebben vernederlandst. Twee: hij of zij dient een krant te hebben opgericht. Drie: naar hem of haar dient een sluis of een dok in een haven van wereldniveau te zijn vernoemd.
...

Voor Rik Van Cauwelaert zijn er drie criteria waaraan de Grootste Belg moet voldoen. Eén: hij of zij dient een universiteit te hebben vernederlandst. Twee: hij of zij dient een krant te hebben opgericht. Drie: naar hem of haar dient een sluis of een dok in een haven van wereldniveau te zijn vernoemd. Komen dus alvast niet in aanmerking: Adolphe Quételet, Pieter Bruegel de Oude, Jean-Marie Pfaff, Victor Horta, Hugo Claus, Cyriel Buysse, en het gros van de gepreselecteerden waarmee de VRT en De Standaard ons nu al weken vervelen. Er zijn al niet veel Belgen die aan een van de gestelde criteria voldoen, laat staan aan alledrie. Louis Franck en Camille Huysmans hebben wel een universiteit vernederlandst, maar naar hen is geen sluis genoemd, en evenmin herinneren wij ons een krant die door hen zou zijn gesticht. Huysmans is wel hoofdredacteur van Volksgazet geweest, maar de oprichting ervan, eigenlijk een fusie tussen De Werker en De Volkstribuun, was niet zijn werk. En in de haven is niets naar hem vernoemd, niet eens een ponton. Dat hij in de herfst van zijn lange carrière met een scheurlijst tegen de socialisten is opgekomen, zal daar wel niet vreemd aan zijn. Naar koning Boudewijn is wél een sluis vernoemd, en zo men het zuiver juridisch bekijkt heeft hij door het tekenen van een KB de universiteit van Leuven vernederlandst. Maar hij heeft géén krant opgericht. Le Moniteur dateert al van de tijd van Leopold I. Blijft over: Frans Van Cauwelaert. Burgemeester van Antwerpen, wat gezien sommigen van zijn opvolgers als een minpunt kan worden aangerekend, maar voor alles voorman van de Vlaamse Beweging, minister, Kamervoorzitter, en de eigenlijke erfgenaam van de Belgische troon, die zoals men weet niet de Van Saksen-Coburgs maar de De Lignes toekwam. En over de banden tussen de De Lignes en de Van Cauwelaert de Wyelsen, hoeven we niet uit te weiden. Frans Van Cauwelaert heeft de Gentse universiteit vernederlandst. Hij heeft De Standaard opgericht, al zijn ze in de familie niet erg opgetogen over de redactionele lijn die daar tegenwoordig wordt gevolgd. En in de Antwerpse haven is een sluis naar hem genoemd, de vroegere Kruisschanssluis. Een beetje in verval geraakt, maar na een dotatie van de familie twee jaar geleden weer helemaal opgeknapt. Onze chef-Wetstraat heeft die verfraaiingswerken persoonlijk gesuperviseerd, heeft eigenhandig nieuwe scharnieren in de deuren gestoken, enkele vermolmde schotbalken vervangen, de pomp hersteld, en de waterkeringsmuur van een nieuw laagje verf voorzien. Nonkel Frans is de Grootste Belg, tenminste voor wie eerlijk wil oordelen. Dat laatste is niet de meest in het oog springende karaktertrek van uw dienaar. En dus sturen wij een andere kandidaat de arena in: Siegfried Bracke. En niet alleen vanwege zijn muzikale talent. U weet wellicht dat Bracke, vóór hij op de nieuwsdienst van de radio begon te werken, het eerst als crooner heeft geprobeerd. 'Luc & Sieg' heette zijn groepje, en visionairen plakten daar toen al het toevoegsel 'Heil' achter. Luc & Sieg hebben één plaatje uitgebracht. Dat Oh my love en de B-kant Elsje geen wereldhits zijn geworden, verwondert ons tot vandaag. Het heeft overigens geen haar gescheeld of niet Rocco Granata maar Coco Bracke was wereldberoemd geworden met Marina, een nummer dat ze zelfs op het Witte Huis kunnen meezingen. En Elsje of Marina, dat scheelt hem nogal in de portemonnee. Maar zoals gezegd zijn het niet zozeer Brackes muzikale vaardigheden waarvan wij onder de indruk zijn, wel zijn ideologische en morele flexibiliteit. En is net dat niet hét wezenskenmerk van de echte Belg? Wij zijn bereid persoonlijk de laudatio van deze genomineerde op ons te nemen. Wij zullen er dan bijvoorbeeld op wijzen dat Bracke, ondanks veeleer aan het linkse gedachtegoed ontsproten uitspraken uit het verleden, zich niet te min voelde om een propagandamiddag voor het Vlaams Belang te verzorgen. Weliswaar tegen een zeer forse vergoeding, maar het is het principe dat telt. Zowat alle media hebben trouwens het lovenswaardige initiatief van de heer Bracke onder de aandacht van hun lezers gebracht. Alle behalve één: in de zelfverklaarde kwaliteitskrant De Standaard is aan dit nieuwe politieke feit geen halve letter besteed. Ook niet door de anders zo alerte columnist Marc Reynebeau. Vanuit de tijd dat die nog chef-boeken van Knack was, herinneren wij ons hem nochtans als de hardnekkigste tegenstander van het interviewen van Vlaams Blokmandatarissen. Het eerste interview dat hij zelf schreef voor De Standaard, was met Vlaams Blokvoorzitter Frank Vanhecke. Reynebeau zou dus zelf een goede challenger zijn voor de Grootste Belg, vandaar misschien zijn stilzwijgen over concurrent Bracke. Wij zouden onze laudatio afsluiten met een doorslaggevend argument. Enkele jaren geleden heeft Bracke namelijk tot twee keer toe geweigerd om te spreken op een joods-christelijke holocaustherdenking in Antwerpen, georganiseerd in samenwerking met het Antwerpse stadsbestuur. De reden die hij voor die weigering opgaf, was dat de VRT hem 'neutraliteit' oplegde. Voor een holocaustherdenking! Als je dan twee jaar later geld van het Vlaams Belang in je zakken propt, kan toch niemand meer tippen aan zo veel geestelijke rekbaarheid? Alle gekheid op een stokje: als er nu nóg mensen weigeren te zien wat moet worden gezien, kunnen wij het ook niet meer helpen. Wat doen eigenlijk al die vrijzinnige humanisten waarvan het in de VRT-hiërarchie vergeven is? Kris Hoflack, Leo Hellemans, Tony Mary, Guy Peeters... slaap zacht. Koen Meulenaere