Er is meer tussen hemel en aarde, doch niets wat de wetenschap niet zou kunnen onderzoeken. Hoe weet een hond dat zijn baasje gaat thuiskomen ? Op visite bij biochemicus Rupert Sheldrake.
...

Er is meer tussen hemel en aarde, doch niets wat de wetenschap niet zou kunnen onderzoeken. Hoe weet een hond dat zijn baasje gaat thuiskomen ? Op visite bij biochemicus Rupert Sheldrake.IN januari 1993 zond de VPRO de ophefmakende reeks ?Een schitterend ongeluk? uit, waarin Wim Kayzer sprak met zes topwetenschappers : Oliver Sacks (geneeskunde), Stephen Jay Gould (paleontoloog, zoöloog, bioloog), Stephen Toulmin (fysicus), Daniel C. Dennett (informaticus en bewustzijnsfilosoof), Rupert Sheldrake (biochemicus, celbioloog, filosoof) en Freeman Dyson (adviseur bij de ruimtevaartorganisatie Nasa). De kijkcijfers lagen hoog en in duizenden woonkamers draaiden de video's. Zeven uur wetenschap en filosofie. Het verscheen ook allemaal op papier. De eerste oplage in boekvorm was na een week uitverkocht. De tweede druk lag al in februari in de boekhandel. Het buitenbeentje onder de zes buitenbeentjes was de Britse biochemicus Rupert Sheldrake met zijn theorie van de morfogenetische, kortweg morfische velden of vormende velden : morfisch komt van het Griekse woord morphei, wat ?vorm? betekent. Als deze theorie kan bewezen worden, zou ze zowel natuurlijke ontwikkelingen als schijnbaar paranormale eigenschappen bij mens en dier kunen verklaren. Toen zijn eerste boek, ?A new science of life?, in 1988 uitkwam, gaf de hoofdredacteur van het wetenschappelijk tijdschrift Nature, John Maddox, zijn lezers de raad het te verbranden. Maar in New Age-kringen is Sheldrake populair. Een paar van zijn boeken zijn ook in het Nederlands vertaald, waaronder het recente ?Zeven experimenten die de wereld kunnen veranderen een doe-het-zelf-gids voor grensverleggende wetenschap?. Toen we hem thuis in Londen opzochten, lag er alweer een boek vers van de pers : ?Natural Grace?. Daarin wisselt Sheldrake van gedachten met de Amerikaan Matthew Fox, die katholiek en meteen ook dominicaan werd ten tijde van het Tweede Vaticaans Concilie. Toen het weer begon te vriezen in de roomse kerk, kreeg Fox het moeilijk. Hij is nu Anglicaans priester. Het boek is opgedragen aan wijlen Father Bede Griffith, Brits benedictijner monnik. Die leidde in India een ashram een levens- studie- en arbeidsgemeenschap waar Sheldrake een tijd vertoefde en waar Griffith een brug poogde te slaan tussen het hindoeïsme en de christelijke traditie. Rupert en Jill Sheldrake wonen in Hampstead, in een straat waar aan de ene kant zo'n stijlvolle Londense rijhuizen met voortuintjes staan en aan de overkant een groot park begint. Ze kijken door het voorraam uit op een natuurlandschap, terwijl de underground naar hartje Londen twee straten verder is. In hun achtertuintje hebben ze een vlier staan. Van zijn bloesems brouwden ze een drankje. ?Something like Beaujolais nouveau,? zegt Sheldrake. Heerlijk, bij de vegetarische lunch. In ?Een Schitterend Ongeluk? zegt Daniel C. Dennett : ?Als je al mijn herinneringen kon bewaren in een gegevensbank, dan zou je me na mijn dood opnieuw tot leven kunnen brengen.? RUPERT SHELDRAKE : Ja, Dennett, de materialist. De materialistische opvatting van geheugenopslag in computers is een soort surrogaat voor het leven na de dood van het lichaam. Het idee bestond al van bij het begin van de computerrevolutie. Allan Turing, één van de pioniers van de informatica en Brits computerwetenschapper tijdens de Tweede Wereldoorlog, was homoseksueel en verloor een vriend toen hij nog heel jong was. Hij leed daar diep onder en toen kwam bij hem het idee op dat, als zijn vriend een computerprogramma was, de computer kon sterven maar het programma zou voortleven van zodra het in een andere computer was geplaatst. Een soort gecomputeriseerde reïncarnatie. De analogie de software is zoals de ziel en de hardware zoals het brein spreekt tal van computerwetenschappers aan. Gelooft u in reïncarnatie ? SHELDRAKE : Nee. Natuurlijk wéét ik het niet. Niemand weet het. Empirisch materiaal, de herinneringen uit vorige levens, opgetekend door Yan Stevenson, wijst op de mogelijkheid van reïncarnatie. Door morfische resonantie mijn hypothese omtrent geheugen kan het gewoon een overdracht van geheugen zijn, veeleer dan reïncarnatie. Maar zelfs als het echt om reïncarnaties zou gaan, zijn deze gevallen veeleer uitzonderingen dan regel. In Stevensons analyse van herinneringen aan vorige levens, gaat het in zestig procent van de tweeduizend onderzochte gevallen om mensen, die in een vorig leven werden vermoord. En bij de rest gaat het om plotse overlijdens. Zelfs mocht er een beperkt soort reïncarnatie bestaan, is dit dus geen regel. Niet ieder mens is gereïncarneerd. U vergelijkt moderne wetenschappelijke experimenten met de orakels uit de Oudheid. Meent u dit nu letterlijk of is het een metafoor ? SHELDRAKE : Beide. Een orakel was een manier om een vraag te stellen door te kijken naar bepaalde natuurverschijnselen : het patroon van de wolken, het geluid van de wind in de bomen, de ingewanden van een dier. Een wetenschappelijk experiment is ook een manier om een vraag te stellen aan de natuur. In plaats van met het blote oog naar de ingewanden van een dier te kijken, kun je door een microscoop kijken. De bekwaamheid van de priester of priesteres van het orakel of de bekwaamheid van de wetenschapper ligt niet louter in het vergaren van gegevens, maar in het interpreteren ervan. Ook in de wetenschap zullen verschillende wetenschappers verschillende verklaringen hebben voor dezelfde feiten. Er werpt altijd wel iemand op dat de proefbuisjes vuil waren of dat de persoon die de test uitvoerde onbekwaam was, of iets van die aard. Er is altijd meer dan één verklaring mogelijk. De vergelijking met orakels is dus niet zo ver gezocht. Voor bepaalde vragen raadplegen velen nog altijd een of ander orakel : tarotkaarten, astrologie, het Chinese I Tsjing... SHELDRAKE : Waar de uitkomst onzeker is, is wetenschap onduidelijk. De wetenschap is het duidelijkst op de minst interessante gebieden. Als het gaat om het kookpunt van water en dergelijke zekerheden, zijn de meeste wetenschappers het eens. Maar over onzekere dingen geeft de wetenschap zelden klare antwoorden. Toch verwachten velen van de wetenschap dat ze de wereld verklaart, en het bestaan en dan ook nog eens de zin van dit alles. In feite verwachten de mensen van de wetenschap antwoorden op metafysische vragen. SHELDRAKE : Voor sommigen is de wetenschap een vervangende religie. Ze is de basis geworden van een atheïstisch wereldbeeld. Met de Verlichting werd het materialistisch rationalisme een heersende filosofie voor een bepaalde soort intellectuelen in Europa. En er zijn nog altijd verdedigers van dat wereldbeeld. Maar hun zekerheid berust niet op wetenschap, ze berust op een ideologie, die ondanks de enorme veranderingen in de wetenschap sinds de achttiende eeuw nauwelijks veranderd is. De wetenschap voert ons naar een veel rijker en dieper inzicht in de werkelijkheid. Maar ze kan ons nog altijd niet de ultieme antwoorden geven, omdat ze moet vertrekken vanuit veronderstellingen over de aard van de werkelijkheid. Veronderstellingen a priori. In uw boek ?Zeven experimenten die de wereld kunnen veranderen? zegt u dat de fundamentele natuurconstanten eigenlijk niet zo constant zijn, maar variabel : de lichtsnelheid, de constante van Planck, de massa van het elektron, de universele zwaartekrachtsconstante en zo meer. SHELDRAKE : Wat me stoort, is het wetenschappelijk dogma, volgens hetwelk de natuurwetten altijd dezelfde waren sinds de Oerknal, al evolueert het heelal voortdurend. Mijn collega's aanvaarden dat al de wetten van de natuur er al waren op het moment van de Oerknal, als een kosmische Code Napoléon. De metingen van de constanten, die ik in mijn boek opnoem, hebben merkwaardige fluctuaties vertoond, zelfs in de loop van de jongste veertig jaar. De gedachte dat ze pure, onveranderlijke constanten zijn, is een overblijfsel uit een voorbijgestreefde metafysica. De moderne chaostheorie toont ons dat al de rest in de natuur fluctueert. Er is een soort chaotische vaagheid in de hele natuur. Waarom zouden de constanten immuun zijn ? En als ze fluctueren, dan betekent dit toch nog niet het einde van de wetenschap ? Dan zouden wetenschappelijke tijdschriften gewoon elke week een tabel kunnen publiceren met de jongste waarden van de constanten. Als uit echt goede metingen op een zelfde tijdstip op verschillende plaatsen in heel de wereld mocht blijken dat de constanten toch niet fluctueren, mij goed, dan hebben we tenminste een bewijs voor dit vermoeden. U bent biochemicus. Maar uw theorie over morfische resonantie sluit aan bij fenomenen die in de parapsychologie worden onderzocht. Zoals telepathie. SHELDRAKE : Ik beschouw mezelf niet als een parapsycholoog. Parapsychologie is haast per definitie een randgebied van de psychologie. Morfische resonantie daarentegen is een theorie omtrent de erfelijkheid van vorm en gedrag, het overerven van gewone patronen van sociale organisatie. Het is de essentie van normale erfelijkheid, groei en ontwikkeling in de natuur. En ze verbreedt ons inzicht omtrent het normale. Mijn benadering is dus tegensteld aan die van de parapsychologie. Ik wil juist ons begrip van het normale uitbreiden, waardoor we zicht krijgen op het paranormale. Terwijl de parapsychologie vertrekt vanuit het schijnbaar abnormale om dit dan wetenschappelijk te testen. Deze benadering is na vele jaren onderzoek niet erg succesrijk geweest. U zegt : morfische velden zijn fysisch, maar niet materieel. Wat is het verschil tussen fysisch en materieel ? SHELDRAKE : Het woord fysisch komt van het Griekse woord physis, dat natuur betekent, dus alles wat tot de natuur behoort. Het woord materieel is traditioneel beperkt tot vaste voorwerpen. Een biljartbal is een materieel object. Maar een zwaartekrachtveld is dat niet. Een zwaartekrachtveld oefent invloed uit op materie, maar is zelf niet materieel. Kunnen morfische velden gemeten worden ? SHELDRAKE : Jazeker. Velden kunnen we enkel meten via hun effecten. Dit geldt eveneens voor de conventionele velden in de fysica. We kunnen een zwaartekrachtveld niet meten, tenzij via zwaartekrachteffecten. Het kwantumveld van een elektron meten we via zijn effecten op elektronen. Ook als we morfische velden willen meten, moeten we dit doen via hun effecten. Morfische velden strekken zich uit in de ruimte. Het morfisch veld van een krop sla bevindt zich in en rondom die plant. Het morfisch veld van een vlucht vogels bevindt zich in en rondom die vogels dit verklaart ook waarom de hele groep gelijktijdig kan zwenken : ze zijn allemaal beïnvloed door dat veld. Honden en katten hebben een sociale band met hun baasjes. Het dier en het gezin waarbinnen het leeft, bevinden zich binnen het morfisch veld van hun hele sociale groep. Dus als een mens weggaat van huis, blijft hij verbonden met zijn hond of kat via het morfisch veld van de sociale groep. En omdat deze velden zich kunnen gedragen als communicatie- en informatiemiddelen, verklaren ze waarom een hond of een kat weten wanneer hun baasje op weg is naar huis. U bent ook bezig met experimenten over ?het gevoel van in de rug bekeken te worden? SHELDRAKE : Dat is nog een andere manier om morfische velden te onderzoeken. Het is een onderzoek naar de ruimtelijke extensie van morfische velden. De andere categorie experimenten waarmee ik bezig ben, heeft betrekking op wijzigingen in de kracht van het veld met de tijd. Ik suggereer dat morfische velden een geheugen bevatten, als een gevolg van morfische resonantie. De velden zouden dus met de tijd sterker of intensiever moeten worden, door herhaling. Wanneer dingen keer op keer gebeuren, zouden ze de neiging moeten hebben om sneller te gebeuren. Met andere woorden, morfische resonantie leidt ertoe dat de dingen gemakkelijker en waarschijnlijker worden als een gevolg van herhaling. Kinderen leren sommige zaken veel sneller dan de vorige generaties. Het lijkt wel alsof ze voorkennis meekrijgen, waarop ze kunnen voortbouwen. SHELDRAKE : Ik denk dat dit één van de effecten is van morfische resonantie. Zo is er een onverklaarbare stijging in de resultaten van IQ-tests. Het jongste verslag hierover stond in november vorig jaar in Scientific American. Ik voorspel dat als mensen iets herhaaldelijk leren of doen, het voor anderen gemakkelijker zal worden om hetzelfde aan te leren. Kunt u morfische resonantie samenvatten in een paar zinnen ? SHELDRAKE : Morfische resonantie is een geheugen. Elke soort heeft een collectief geheugen. Elk lid van die soort put uit dit geheugen en draagt er van zijn kant ook toe bij. Hoe werkt dit geheugen ? SHELDRAKE : Gelijke dingen beïnvloeden andere gelijke dingen. Hoe groter de gelijkenis, hoe groter de invloed. Neem een giraf. Ze is gelijk aan vorige giraffen. En elk jaar vergroot het aantal giraffen, dat vóór haar heeft geleefd. Zodat de opslag van het collectieve giraffengeheugen aangroeit. Dit gebeurt door de invloed van de gelijkenis. En resonantie heeft te maken met trillingspatronen. De gelijkenis zit hem niet enkel in de vorm van iets, maar in het hele patroon van activiteiten. Alles in de natuur is een ritmisch actiepatroon. Dat geldt voor een atoom, maar ook voor een neushoorn of een giraf. Elke soort heeft een collectief geheugen. Bestaat er eveneens een collectief geheugen van alle zoogdieren en tenslotte van alle levende dingen ? Een groot collectief geheugen, dat kleinere collectieve geheugens bevat... Zoiets als een matriosjka, zo'n Russische houten pop, waarin steeds kleinere poppen zitten ? SHELDRAKE : Precies. We zien die geheugens zich ontwikkelen bij een pasgeborene. Zijn reactie op de moeder en de respons op borstvoeding is die van een zoogdier. Dan begint de baby te kruipen en ook dat is gemeenschappelijk voor alle zoogdieren, die op vier poten lopen. Later wordt het kind meer specifiek menselijk in zijn manier om zich voort te bewegen : het leert rechtop lopen. En dan begint het te praten, het leert taal, het wordt een deel van de menselijke cultuur. We zien in de ontwikkeling van een individuele baby een soort recapitulatie, beginnend met de genetische kenmerken van alle zoogdieren. Morfische resonantie moet toch het verloop van de evolutie beïnvloeden ? SHELDRAKE : Morfische resonantie zou twee gevolgen hebben voor de evolutie. Nieuwe gedragspatronen zouden de neiging hebben zich sneller te verspreiden dan ze volgens de conventionele biologie verwacht worden te doen. Een nieuw gedragspatroon zou de evolutie doen versnellen. Maar nadat het verscheidene keren is herhaald, zou morfische resonantie leiden tot een behoudend effect. Van zodra iets een gewoonte is geworden en dieper ingeworteld raakt, wordt het moeilijker deze gewoonte te veranderen. Na het uitsterven van de dinosaurussen 65 miljoen jaar geleden, ontwikkelden zich binnen enkele miljoenen jaren de meeste van de zoogdiersoorten die we vandaag kennen. De meeste zijn sindsdien weinig veranderd. De geschiedenis van de evolutie is er een van snelle verandering, gevolgd door lange perioden van stabiliteit. Dit stemt overeen met het patroon van morfische resonantie, dat verandering versnelt en ook na enige tijd de stabiliteit doet toenemen. Mijn hypothese, in haar meest algemene vorm, is dat de zogenaamde natuurwetten meer zoiets zijn als gewoonten. Is morfische resonantie ruimtelijk beperkt ? SHELDRAKE : Ik vermoed dat morfische resonantie zich kan uitstrekken over astronomische afstanden. Het criterium voor morfische resonantie is niet nabijheid in ruimte, maar nabijheid in vorm of patroon. Gelijke dingen zullen meetrillen, resoneren met andere gelijke dingen. Morfische resonantie is echter wel beperkt door de tijd, in die zin dat ze enkel werkt vanuit het verleden en niet vanuit de toekomst. Uw theorie zou ook ethische implicaties kunnen hebben. Wanneer velen bij herhaling goede gedachten en wensen koesteren en goede daden verrichten, zou dit patroon zich onbelemmerd in de ruimte kunnen voortplanten. De meeste religies beweren dit. Een contemplatief leven zou niet zonder invloed zijn op de buitenwereld en net zo goed een manier kan zijn om de wereld te verbeteren. Een dwaze gedachte ? SHELDRAKE : Waarom zou dat dwaas zijn ? De opvatting van morfische resonantie suggereert dat we de wereld niet alleen door onze daden en woorden beïnvloeden, maar ook door onze gedachten en zienswijzen. Dus onze manier van denken kan een invloed hebben op andere mensen en mogelijk andere wezens op andere planeten. Dit laatste kunnen we natuurlijk niet weten. Maar het volstaat al om te denken dat het anderen hier op aarde kan beïnvloeden. Volgens het materialistische wereldbeeld zijn al onze gedachten beperkt tot het binnenste van ons brein en kunnen ze geen invloed hebben, behalve minieme elektrische effecten, die kunnen worden gemeten. Mijn opvatting gaat echter verder : onze geesten kunnen doordringen tot bij andere mensen en onze gedachten kunnen heel wat meer invloed hebben dan we aannemen. Agressieve gedachten en gevoelens worden dan eveneens zo overgedragen. SHELDRAKE : Zeker. Er staat geen morele filter op morfische resonantie. Zowel slechte als goede gedachten en gewoonten kunnen anderen beïnvloeden. Als we mensen kunnen beïnvloeden, dan allicht ook dieren. U bent vegetariër. SHELDRAKE : Ik ben daar niet dogmatisch in. Als ik ergens te gast ben en er komt vlees op tafel, dan eet ik mee. Anders is het toch verkwisting. Maar zelf kopen we geen vlees en in een restaurant bestel ik het nooit, als ik de keuze heb. En u bent ook praktiserend christen ? SHELDRAKE : Ja. Ik ben christelijk opgevoed, maar mijn wetenschappelijke opleiding bekeerde me tot het soort verlichtingsrationalisme en materialistisch dogmatisme, dat velen van mijn collega's nog aankleven. Vijftien jaar lang was ik een doorsnee wetenschappelijk atheïst. Toen raakte ik geïnteresseerd in meditatie en in oosterse filosofie. Ik heb zeven jaar in India en één jaar in Maleisië gewoond. Mijn denken is ongetwijfeld beïnvloed door hindoeïsme en boeddhisme, maar toch geloof ik dat we van uit onze eigen roots moeten vertrekken. En die liggen in de christelijke traditie. De Anglicaanse kerk, waarvan ik lid ben, is helemaal geen dogmatische instelling. Ze houdt mijn denken niet gevangen. Ik vind meer verdraagzaamheid, openheid en spiritueel onderzoek bij de mensen die hier naar de parochiekerk komen, dan bij vele van mijn wetenschappelijke collega's. U schreef ?Trialogues at the edge of the West?, samen met Terence McKenna en met Ralph Abraham, een van de leidende figuren van de chaostheorie. Alvast één wetenschapper, waar u het goed mee kunt vinden. SHELDRAKE : Ik tel vele vrienden onder mijn collega's in de wetenschappelijke wereld. En we werken samen, zoals in dit geval met Abraham Ralph. Het aantal fundamentalistische wetenschappers is eigenlijk een minderheid, maar ze maken genoeg kabaal om als een meerderheid over te komen. De anderen zijn bang om hun mening in het openbaar te uiten. Privé moedigen ze me aan. Ik wordt vaak als spreker gevraagd in gevestigde laboratoria en instellingen. De sfeer is daar zeer open. Ik vergelijk de huidige situatie in de wetenschap vaak met het Rusland onder Leonid Brezjnev. Er is een heersende materialistische ideologie, waaraan iedereen lippendienst bewijst om zijn carrière niet in het gedrang te brengen. Maar in feite gelooft haast niemand er nog in. Vele wetenschappers beseffen dat de wetenschap moet veranderen om opnieuw populair te worden. De fondsen slinken nu, jobs verdwijnen en te weinig jongeren kiezen voor een wetenschappelijke loopbaan. Men denkt het probleem op te lossen met betere public relations : meer vertellen over het nut van genetische manipulatie, bijvoorbeeld. Dat werkt niet. Het zegt de mensen niets om met genetisch gemanipuleerde hormonen de koeien meer melk te doen produceren op een onnatuurlijke wijze. Aan de andere kant bestaat er wel grote belangstelling voor zaken die geen nut hebben. Kinderen verslinden boeken over de dinosaurussen. Dinosaurussen hebben geen nut. Ze helpen ons niet om meer geld te hebben of grotere fabrieken of betere elektronische spullen. En toch lopen velen juist daar warm voor. En ook voor de onderwerpen waar ik mee bezig ben. Zoals huisdieren die weten wanneer hun baasje gaat thuiskomen. Hoe duiven de weg naar hun til terugvinden. Er is veel belangstelling voor onverklaarde psychologische fenomenen, zoals het gevoel van achteren bekeken te worden. In ?Zeven experimenten? nodigt u iedereen uit om mee te doen aan uw wetenschappelijke experimenten. SHELDRAKE : Er zouden meer mensen moeten deelnemen aan de wetenschap. Ze mogen zich niet langer uitgesloten voelen door een enge priesterkaste. Dit experiment met huisdieren, bijvoorbeeld, krijgt veel respons. Ik heb hier al zo'n tweeduizend verslagen van mensen over hun huisdieren. Het lijken individuele verhaaltjes, maar als je die samenvoegt in een gegevensbank in een computer, waarin je al deze informatie op een systematische manier kunt organiseren, dan komen allerlei soorten gedragspatronen tevoorschijn. Het is een onderzoeksproject waar mensen thuis aan meewerken en kinderen in scholen, samen met de leraar. Heel wat volwassenen en scholieren raken voor het eerst in hun leven geboeid door wetenschappelijk onderzoek en gaan beseffen dat wetenschap interessant is. Lode Willems Rupert Sheldrake. De hoofdredacteur van het wetenschappelijke blad Nature adviseerde zijn boeken te verbranden. Het collectieve giraffengeheugen groeit elk jaar aan. Maar afgezien daarvan : reïncarnatie via computersoftware ? Een materialistisch surrogaat voor de ziel. Voor sommigen is de wetenschap een vervangende religie, de grondslag van een materialistisch wereldbeeld. Maar ruimer beschouwd, kan wetenschap ons ook naar een rijker en dieper inzicht in de werkelijkheid voeren. Het dier en het gezin waarbinnen het leeft, bevinden zich binnen het morfisch veld van hun hele sociale groep. En omdat deze velden zich kunnen gedragen als communicatie- en informatiemiddelen, verklaren ze waarom een hond of een kat weten wanneer hun bDelphi in Griekenland. Het orakel uit de Oudheid en de moderne wetenschap voeren terug naar hetzelfde techniek : de natuur vragen stellen.