Volgens het zogeheten Nabholz II-rapport moeten de Franstaligen zowel in de faciliteitengemeenten als in 'la Flandre profonde' als een minderheid worden erkend - een statuut dat de leden van zo'n minderheidsgroep recht geeft op een genereuze bescherming van de eigen taal en cultuur. Voor de Nederlandstaligen geldt, volgens Nabholz, hetzelfde in Brussel en Wallonië. De Zwitserse maant ons land ook aan de kaderconventie ter bescherming van de nationale minderheden zo snel mogelijk en zonder voorbehoud te ratificeren. Het is echter ondenkbaar dat België de aanbevelingen van Lili Nabholz ten uitvoer brengt, zonder daarmee tegelijk zijn staatskundige bouwwerk, dat gebaseerd is op een indeling in homogene taalgebieden, op de schroothoop te gooien.
...

Volgens het zogeheten Nabholz II-rapport moeten de Franstaligen zowel in de faciliteitengemeenten als in 'la Flandre profonde' als een minderheid worden erkend - een statuut dat de leden van zo'n minderheidsgroep recht geeft op een genereuze bescherming van de eigen taal en cultuur. Voor de Nederlandstaligen geldt, volgens Nabholz, hetzelfde in Brussel en Wallonië. De Zwitserse maant ons land ook aan de kaderconventie ter bescherming van de nationale minderheden zo snel mogelijk en zonder voorbehoud te ratificeren. Het is echter ondenkbaar dat België de aanbevelingen van Lili Nabholz ten uitvoer brengt, zonder daarmee tegelijk zijn staatskundige bouwwerk, dat gebaseerd is op een indeling in homogene taalgebieden, op de schroothoop te gooien. Op nationaal vlak kan alleen de Duitstalige gemeenschap als een minderheid worden erkend, schrijft de rapporteur in haar verslag. Tot dusver is er, althans wat de Vlamingen betreft, niets aan de hand. Problematisch wordt het pas wanneer Nabholz vervolgt dat er, als gevolg van de opeenvolgende staatshervormingen en de daaruit voortvloeiende overdracht van bevoegdheden, op het niveau van de deelstaten wel degelijk minderheden bestaan, regionale minderheden dan. Een gedachtegang die gemeenschapssenator Luc Van den Brande (CD&V), die als lid van de Raad van Europa hard heeft gelobbyd voor het Vlaamse standpunt, eerder al als de 'Nabholz-folie' bestempelde. 'Naar aanleiding van een Franstalige klacht introduceert Nabholz in de Raad van Europa, out of the blue, een begrip dat in het internationale recht volstrekt onbekend is', zegt Van den Brande. 'Nabholz lijkt ook te vergeten dat de taalwetgeving, die alleen met een bijzondere meerderheid kan worden gewijzigd, een federale bevoegdheid is gebleven. Het minderhedenvraagstuk hoort dus op het federale niveau thuis, en op dat niveau - zoals ze trouwens zelf aangeeft in haar verslag - kunnen noch de Vlamingen, noch de Franstaligen als een minderheid worden beschouwd. Dat is juist de essentie van het hele Belgische grondwettelijke bouwpakket, met zijn bijzondere wetten, met de alarmbelprocedure, de paritair samengestelde regering enzovoort. Het is een systeem van co-dominantie, om het met een duur woord te zeggen, dat ervoor zorgt dat de Franstaligen, ondanks het numerieke overwicht van de Vlamingen, op gelijke voet worden behandeld.' Eind april slaagden Luc Van den Brande en zijn EVP-fractie erin een stemming over het eerste Nabholz-rapport in de plenaire vergadering van de Raad van Europa uit te stellen. Het rapport werd teruggestuurd naar de commissie juridische zaken, waar bijkomende hoorzittingen met nieuwe experts werden georganiseerd. Maar die hebben de Zwitserse rapporteur niet van gedachten doen veranderen, integendeel. In haar tweede rapport stelt Nabholz de zaken nog wat scherper en probeert ze het controversiële begrip 'regionale minderheid' beter te onderbouwen. Begin september werd dat rapport met een ruime meerderheid - 22 stemmen voor, 2 tegen en 9 onthoudingen - in de commissie goedgekeurd. Verwacht wordt dat de plenaire vergadering zich eind deze maand over Nabholz-II zal buigen. Het blijft verwonderlijk dat een instelling als de Raad van Europa al voor de tweede keer in drie jaar tijd een rapporteur op pad stuurt om klachten van militant francofone raddraaiers als Georges Clerfayt (MR) over vermeende schendingen van de mensenrechten in de Vlaamse rand te onderzoeken. Lode Vanoost (Agalev), ook lid van de Raad van Europa en net als Clerfayt afkomstig uit de faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode, ziet daarvoor een aantal verklaringen. 'Clerfayt is sinds 1995 lid van de Raad, en heeft daar als rapporteur van de commissie mensenrechten in de loop der jaren een goede faam opgebouwd. Bovendien: hoe reageren andere landen waartegen een klacht werd ingediend? Neem nu Griekenland en de behandeling van gewetensbezwaarden. Welnu, Griekenland geeft in dat geval zijn ambassadeurs de opdracht om via informele contacten, rapporten en uitnodigingen de andere lidstaten duidelijk te maken dat de klacht ongefundeerd is. De Belgische staat heeft niets van dat alles gedaan, en dat geeft de andere lidstaten natuurlijk te denken.'Maar ook de Vlaamse regering heeft zich niet van haar verstandigste kant laten zien, vindt Vanoost. 'De Vlaamse regering heeft zich hooghartig gedragen. Wat denkt die Zwitserse wel? Dat was ongeveer de teneur. En dat komt niet goed over. Internationale instellingen als de Raad van Europa hebben zeer gevoelige tenen.' Luc Van den Brande hekelt vooral het 'mutisme' van de federale regering in dit dossier. 'De federale regering moet nu eindelijk kleur bekennen. Verwerpt ze of aanvaardt ze de conclusies van het Nabholz-rapport?' De gewezen Vlaamse minister-president wilde premier Guy Verhofstadt (VLD) daarover vorige vrijdag 'bij hoogdringendheid' in de Senaat aan de tand voelen. Op verzoek van de regering werd dat naar deze week donderdag verschoven. 'Ze zitten er duidelijk mee in de knoop', constateert Van den Brande. 'Ik geloof wel dat Guy Verhofstadt het Vlaamse standpunt onderschrijft, maar hoeveel beweegruimte heeft hij?' Van den Brande doelt hier op de tweeslachtige positie van minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (MR). Als baas van de diplomatie beschikt Michel over de geschikte kanalen om het Belgische model in het buitenland te verdedigen, maar als kopstuk van de MR, de koepelpartij van PRL-MCC-FDF, heeft hij er dan weer politiek belang bij dat de Raad van Europa een voor de Vlamingen ongunstige resolutie aanneemt. Van den Brande: 'Michel speelt dubbelspel. Aan de ene kant sust hij, zegt hij dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen. Aan de andere kant heeft hij zich ingeschakeld in een sluipend besluitvormingsproces, want hij onderneemt niets om te verhinderen dat de Raad van Europa een resolutie goedkeurt die radicaal ingaat tegen de belangen van de Vlamingen.'Of de Raad van Europa in de week van 23 september het Nabholz II-rapport in een al dan niet geamendeerde vorm zal goedkeuren, valt moeilijk te voorspellen. Een aantal landen - Italië, Duitsland, Spanje - begint inmiddels in te zien dat het erkennen van 'regionale minderheden' ook voor hen ongewenste gevolgen kan hebben. Zo zou Italië, dat alleen in Noord-Italië het bestaan van een Duitstalige minderheid aanvaardt, ook Duitstalige Italianen op Sicilië bijkomende rechten moeten verlenen. 'Dat betekent dus', zegt Van den Brande, 'dat sommige landen de kaderconventie hebben ondertekend zonder te weten dat dit de toepassing zou worden.' Maar of die groeiende twijfel ook zal volstaan om het rapport voldoende af te zwakken, is een open vraag. Luc Van den Brande heeft zijn hoop gevestigd op een voorstel van amendement van de Italiaan Andrea Manzella, dat inhoudt dat de ratificatie van het minderhedenverdrag onder geen beding de grondwet of het territoriale systeem van het betrokken land mag wijzigen. 'In dat geval krijg je natuurlijk een totaal andere tekst', zegt Van den Brande, die zelf, samen met zijn VLD-collega in de Raad van Europa Stef Goris, twaalf amendementen zal indienen. Gesteld dat de Raad het rapport-Nabholz toch zonder belangrijke wijzigingen zou goedkeuren, dan nog mogen we de gevolgen daarvan niet overschatten, vindt Lode Vanoost. 'De Raad van Europa is de Verenigde Naties niet. Een resolutie van de Raad is louter een advies en heeft geen enkele juridische afdwingbaarheid. Het risico van dit rapport is vooral dat het mee in de waag zal worden gelegd tijdens nieuwe communautaire onderhandelingen.' En dus mogen de Vlamingen het belang ervan ook niet onderschatten. 'Bovendien,' meent Van den Brande, 'de Raad van Europa, dat zijn 44 landen en evenzoveel contacten. Als de Vlamingen daar worden voorgesteld alsof ze de Franstaligen aan de degen rijgen, hun elementaire mensenrechten schenden... dat kan Vlaanderen internationaal grote schade berokkenen.'Han renard'De Vlaamse regering heeft zich hooghartig gedragen.'