Voor de Duitse bondskanselier had de oorlog in Irak best een beetje langer mogen duren. Niet alleen steeg de partij in de opiniepeilingen, het leidde af van de grote economische misère in het land die de afgelopen maanden alleen maar toegenomen is. Met twee achtereenvolgende kwartalen krimp belandde de Duitse economie vorige week officieel in een recessie. Tegelijkertijd werd bekend dat de overheid de komende vier jaar 120 miljard euro aan belastinginkomsten zal missen als de sombere vooruitzichten waarop de schattingen zijn gedaan bewaarheid worden. Met een gat in de begroting van bijna 40 miljard euro, een stijgende werkloosheid (nu ruim 4,5 miljoen ofwel ruim tien procent van de beroepsbevolking) en grote tekorten bij enkele sociale kassen zijn vergaande maatregelen onvermijdelijk geworden. De regering begrijpt dat inmiddels en heeft enkele drastische hervormingen aangekondigd, maar de coalitiepartijen zijn nog niet overtuigd. Bovendien heeft de bondskanselier door dat hij zijn soms felle retoriek tegen de Amerikaanse regering, die geleid heeft tot een golf van tamelijk virulent anti-Amerikanisme onder de Duitse bevolking, moet matigen. Duitsland - en dan vooral het Duitse bedrijfsleven - is gebaat bij goede relaties met de grootste economie ter wereld.
...

Voor de Duitse bondskanselier had de oorlog in Irak best een beetje langer mogen duren. Niet alleen steeg de partij in de opiniepeilingen, het leidde af van de grote economische misère in het land die de afgelopen maanden alleen maar toegenomen is. Met twee achtereenvolgende kwartalen krimp belandde de Duitse economie vorige week officieel in een recessie. Tegelijkertijd werd bekend dat de overheid de komende vier jaar 120 miljard euro aan belastinginkomsten zal missen als de sombere vooruitzichten waarop de schattingen zijn gedaan bewaarheid worden. Met een gat in de begroting van bijna 40 miljard euro, een stijgende werkloosheid (nu ruim 4,5 miljoen ofwel ruim tien procent van de beroepsbevolking) en grote tekorten bij enkele sociale kassen zijn vergaande maatregelen onvermijdelijk geworden. De regering begrijpt dat inmiddels en heeft enkele drastische hervormingen aangekondigd, maar de coalitiepartijen zijn nog niet overtuigd. Bovendien heeft de bondskanselier door dat hij zijn soms felle retoriek tegen de Amerikaanse regering, die geleid heeft tot een golf van tamelijk virulent anti-Amerikanisme onder de Duitse bevolking, moet matigen. Duitsland - en dan vooral het Duitse bedrijfsleven - is gebaat bij goede relaties met de grootste economie ter wereld. Voor de Duitsers zal dat even slikken worden. Schelden op de Verenigde Staten was mode geworden en het luchtte veel Duitsers op de immer latent aanwezige xenofobie - bij grote delen van de bevolking - eens de vrije loop te laten. Het best verkochte boek in Duitsland de afgelopen drie maanden was Stupid White Men van de Amerikaanse cultuurcriticus Michael Moore. Daaruit putten de Duitsers dankbaar de argumenten tegen president George Bush en zijn kabinet en vooral ook tegen de Amerikanen zelf, want de meeste Duitsers zien in het gehele Amerikaanse volk een bron van kwaad en instabiliteit. 'Niet Irak, maar Amerika moet ontwapend worden', riep de Berlijnse kinderarts Udo Folkerts met graagte tegen iedereen die het maar horen wilde. En de conciërge van een appartementencomplex wist te melden dat 'in de VS schoolkinderen voortdurend iedereen overhoopschieten'. De eigenaar van een drankenhandel die zoveel geld heeft verdiend dat hij zijn leven verder als onbezoldigd tennisleraar kan slijten, wist zeker dat in de VS 'louter criminelen' het land regeren terwijl een agent van een groot verzekeringsconcern ervan 'overtuigd' was dat Hitler zonder steun van de Amerikanen 'nooit aan de macht was gekomen'. De Amerikanen, zo luidt de consensus, zijn hypocriet, egoïstisch, kortzichtig, heerserig en vooral met zichzelf bezig. De acties van Bush zijn volgens een meerderheid van de Duitsers ingegeven door de slechte economische situatie in de VS die hij met de oorlog wil maskeren. 'Er doet zich in dit land de merkwaardige tegenstelling voor', schreef een commentator van een grote krant onlangs, 'dat een bevriende natie waaraan het Duitse volk in belangrijke mate zijn huidige bestaan ontleent als een vijand wordt gezien, terwijl het eigen land er geen haar beter voor staat en de zo bejubelde regering ten bate van zijn eigen voortbestaan de werkelijkheid voortdurend ontkent en daarmee het land alleen maar verder in het ongeluk stort'. De kritiek op de Amerikanen weerspiegelde daarmee alleen maar de eigen tekortkomingen van de Duitsers, zo deze commentator. Want in Duitsland grijpen scholieren soms ook naar wapens als het leven even tegen zit (met 2 doden in München in 2001 en 20 doden vorig jaar op een gymnasium in Erfurt). En ook Duitsers behoren tot de grootste olieverbruikers ter wereld, met een in Europa nagenoeg ongeëvenaarde voorliefde voor grote motoren en lange stukken autoweg zonder snelheidsbeperking. En de Duitse economie behoort tot de slechtst presterende ter wereld met een van de hoogste werkloosheidspercentages. 'Van de Amerikanen kan nog gezegd worden dat ze iets aan hun problemen doen, ook al ben je het er misschien niet mee eens', zegt de geschiedkundige Arnulf Baring. De Duitse regeringscoalitie komt vooralsnog niet veel verder dan onderling veel ruzie maken. Het werkelijke gevecht gaan de Duitsers uit de weg, schreef een prominente hoogleraar economie begin dit jaar, en dat is het gevecht met zichzelf. Het land stagneert, heeft zichzelf uit de markt geprijsd met veel te dure arbeid en een gebrek aan hervormingen van onder andere het socialezekerheidsstelsel, dat nu op instorten staat. De laatste tien jaar is het antwoord op de meeste klemmende economische vraagstukken 'pappen en nathouden' geweest, oftewel niets doen in afwachting van betere tijden. Prioriteit had het eenwordingsproces van de twee totaal verschillende Duitslanden, dat financieel massief ondersteund werd door de toenmalige bondsregering van CDU en FDP. Hervormen zou gelijk hebben gestaan met politieke zelfmoord, omdat de ruim 25 miljoen Oost-Duitsers dezelfde zekerheden wilden als de door hen benijde West-Duitsers. En zo zakte het land alleen maar verder weg in een zelfgeschapen moeras van inertie. De sociaal-democraten kwamen in 1998 aan de macht met een economie in hoogconjunctuur waardoor pijnlijke maatregelen op de lange baan geschoven konden worden. Voorzichtig werd hier en daar een aanzet gegeven tot hervormingen, onder meer door het bevorderen van particuliere pensioenverzekeringen (ruim 30 procent van de begroting van de bondsregering bestaat uit pensioenbetalingen), maar veel om het lijf hadden de maatregelen niet. De werkloosheid van ruim 4 miljoen leek vanzelf te verdwijnen. Maar de zwaktes in de economie kwamen pijnlijk bloot te liggen toen de 'nieuwe economie' ineenstortte en de financiële problemen bij de staat toenamen. Het tekent de sociaal-democraten dat ze daarop niet bedacht waren en na de verkiezingen in september vorig jaar de problemen de baas wilden worden met louter lastenverhogingen. De zelfbenoemde 'oprichters' van de Sozialstaat piekerden er niet over om na zestien jaar in de oppositie de met zoveel moeite verworven en vooral ook behouden macht te moeten gebruiken voor een koude sanering van het socialezekerheidsstelsel. De conservatieve oppositie van de christen-democratische CDU/CSU en de liberale FDP dacht er anders over en blokkeerde afgelopen februari - na twee gewonnen deelstaatverkiezingen - het hele pakket aan lastenverhogingen af in de Bondsraad (het Duitse equivalent van de Senaat, met vertegenwoordigingen van de deelstaatregeringen). Lastenverhogingen rijmen volgens de oppositie niet met het door Ludwig Erhardt in de jaren vijftig bedachte principe van de soziale Marktwirtschaft, dat de leidraad is geweest voor het Duitse economisch beleid van de afgelopen vijftig jaar. Volgens dat principe moet de staat bij verminderde belastinginkomsten vooral voor meer economische groei zorgen. Alleen daardoor kunnen sociale overdrachten zoals werkloosheidsuitkeringen in stand worden gehouden. Lastenverhogingen remmen daarmee de momenteel toch al koopschuwe Duitse consument alleen maar verder af. De enige juiste koers is volgens CDU en FDP diep snijden in de overheidsuitgaven - met name bij de subsidies en bij uitkeringen, die relatief veel hoger zijn dan de laagste salarissen en elke prikkel om actief werk te zoeken de kop indrukken. Om werk te creëren, zouden de sociale premies scherp omlaag moeten, met name de pensioenpremies (19,2 procent van het brutoloon) en de ziektekostenpremies (14,5 procent van het brutoloon). Tevens zou de overheid moeten snijden in de pensioenen, dan wel de pensioengerechtigde leeftijd moeten verhogen. Dat was allemaal precies wat de kanselier wilde vermijden. Met de lastenverhogingen had hij de weg van de minste weerstand gevolgd in zijn eigen partij. Volgens een groep van vooral vakbondsaanhangers (een groot deel van de SPD-fractie in de Bondsdag van 251 leden bestaat uit voormalige vakbondsbestuurders) is er voldoende geld in Duitsland te halen bij bedrijven en de beter verdienende middenklasse, die Mercedes en BMW aan recordomzetten helpen. Zij vinden ook dat de staat maar meer moet lenen om de tekorten te dekken. Over het Stabiliteitspact halen ze de schouders op. Bondskanselier Schröder bracht hier aanvankelijk weinig tegen in. Hij hoopte lang dat werkgevers en werknemers naar Nederlands model afspraken met elkaar zouden kunnen maken over loonmatiging, werktijdverkorting en andere arbeidsbevorderende maatregelen. Die hoop vervloog toen zowel bonden als werkgevers zich in het geheel niet bereid toonden tot elkaar te komen buiten de cao's om. Schröder was pragmatisch genoeg om te begrijpen dat hem niets anders restte dan het heft zelf in handen te nemen. De in februari zwaar verloren deelstaatverkiezingen in Hessen en Neder-Saksen wezen hem erop, dat de Duitse bevolking de slappe houding van de SPD bij het aanpakken van de economische problemen beu was. De Duitsers leken een hervorming te zullen steunen, mits deze consequent en eerlijk, met de lasten gelijk verdeeld, zou worden doorgevoerd. Bovendien zou hij kunnen rekenen op de steun van de oppositie. Het leidde tot een 'regeringsverklaring' op 14 maart, waarin Schröder de zogenoemde 'agenda 2010' aankondigde: kortingen op de duur en de hoogte van werkloosheids- en bijstandsuitkeringen, een programma met leningen voor gemeenten (de grootste publieke investeerders in Duitsland) en hervormingen in het pensioenbeleid van de overheid en in het royale ziektekostenstelsel. Ook zou de ontslagbescherming versoepeld moeten worden. Het waren ideeën van de meer pragmatische vleugel van de SPD, aangevoerd door Wolfgang Clement, de gematigde minister van Economische Zaken. De verwachte revolutie binnen de SPD brak onmiddellijk uit. Zeker twaalf parlementsleden van de SPD weigerden hun steun aan de 'hervormingen' (zes matigden hun verzet), nog eens drie groene parlementsleden volgden (de rood-groene coalitie heeft een meerderheid van drie leden in de Bondsdag). De vakbonden dreigen met de barricades. De voorbereidingen voor het speciale congres zijn in volle gang en de steun voor Schröders voorstellen lijkt te groeien, zeker in het licht van de formidabele problemen waarmee het land geconfronteerd wordt. Maar nog is het niet uitgesloten dat de coalitie de meerderheid niet haalt in het parlement volgende maand, als de voorstellen ter stemming komen. Een voortzetting van de huidige coalitie is in dat geval niet gewaarborgd. Maar tot een 'gevecht met zichzelf', lijken de Duitsers in toenemende mate bereid. Zeger LuyendijkDuitsland heeft zichzelf uit de markt geprijsd met veel te dure arbeid.