Vandaag worden we constant met seks geconfronteerd, maar dat is een recente ontwikkeling. Om gedoe met jaloerse mannen te vermijden, is seks in onze soort - in tegenstelling tot zo goed als alle andere soorten - verwezen naar verborgen plekken zoals slaapkamers. De kerk, als nuttig instituut voor maatschappelijke orde, is instrumenteel geweest in de verbanning van seks uit de openbare ruimte. De ontwikkeling van religie lijkt hand in hand te zijn gegaan met de overgang van een bestaan als zwervende jager-verzamelaar (zonder vaste slaapkamers) naar een territoriaal landbouwersleven. Dat heeft voor een verandering in de houding ten opzichte van seks gezorgd.
...

Vandaag worden we constant met seks geconfronteerd, maar dat is een recente ontwikkeling. Om gedoe met jaloerse mannen te vermijden, is seks in onze soort - in tegenstelling tot zo goed als alle andere soorten - verwezen naar verborgen plekken zoals slaapkamers. De kerk, als nuttig instituut voor maatschappelijke orde, is instrumenteel geweest in de verbanning van seks uit de openbare ruimte. De ontwikkeling van religie lijkt hand in hand te zijn gegaan met de overgang van een bestaan als zwervende jager-verzamelaar (zonder vaste slaapkamers) naar een territoriaal landbouwersleven. Dat heeft voor een verandering in de houding ten opzichte van seks gezorgd. Eeuwenlang is er hypocriet met seks omgegaan. In het victoriaanse Engeland van Charles Darwin, de man die ons een sluitend mechanisme voor de evolutie van het leven schonk, was het niet gepast om over seks te praten. Toch was Darwin, als geniale wetenschapper en observator van het leven, niet te beroerd om vanaf het begin te beseffen dat hij seksuele selectie nodig had om veel kenmerken die hij zag in dieren (en mensen) te kunnen kaderen. De prachtige pronkstaart van de mannelijke pauw is uitermate nuttig om indruk te maken op de vrouwen, maar erg hinderlijk als er een luipaard opduikt en je dringend weg moet wezen. Darwin besefte dat seksuele selectie zelfs bij de mens een sturende component moet zijn, hoewel onder meer zijn tijdgenoot en medestander Alfred Russel Wallace zwoer bij natuurlijke selectie als drijver van de evolutie, zonder enige relevantie voor seksuele selectie. Natuurlijke selectie is het klassieke mechanisme van de best aangepaste die overleeft om zich voort te planten, mooi samengevat als de survival of the fittest. Seksuele selectie gaat over het vinden van de best mogelijke partner voor de voortplanting. Beide selectiemechanismen kunnen uiteraard samen opereren. De waarschijnlijke reden waarom onze verre voorouders, na de overgang van een leven als aap in de bomen naar aapmens op de savanne, de dichte vacht hebben verloren die vandaag nog zo kenmerkend is voor chimpansees en bonobo's, verenigt de twee componenten. Op de hete savanne is een dichte vacht niet meer nodig als 'regenjas' tegen de tropische plensbuien in een woud - ze kan er zelfs een efficiënte transpiratie hinderen. In dunne haartjes kunnen ziekmakende parasieten ook beter worden opgespoord dan in een dichte vacht. Tweemaal voordeel door natuurlijke selectie dus. Tegelijk zou er, parallel met de introductie van actief vaderschap in onze soort, door de vrouwen een selectie tegen te agressieve mannen zijn gebeurd, omdat agressieve mannen zelden goede vaders zijn. Agressiviteit lijkt gelinkt te zijn aan sterkere beharing. In een chimpanseegemeenschap zijn de dominante mannen doorgaans erg agressief, maar zij spelen geen rol als vader - ze weten zelfs niet wie hun kinderen zijn, omdat de vrouwen tijdens hun vruchtbare periodes in principe met meerdere mannen kunnen paren. In onze soort zijn mannen belangrijk geworden als vader, wat in de partnerkeuze een wereld van verschil maakt. Door een voorkeur te ontwikkelen voor minder behaarde mannen zouden vrouwen voor minder agressiviteit gekozen hebben. Een computermodel, gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences, toonde enige tijd geleden aan dat ondergeschikte mannen in de gunst van vrouwen konden komen door ze te paaien met giften in de vorm van voeding, waardoor ze meer kansen op voortplanting kregen dan agressievelingen die zo druk bezig waren met vechten dat ze weinig tijd hadden voor de vrouwen. Het was tot voor kort de regel in de evolutiebiologie dat er aan nieuwe kenmerken in de menselijke soort bijna automatisch aanpassingen aan veranderende omgevingsomstandigheden werden gekoppeld. Zo zou de ontwikkeling van spleetogen in Azië een reactie zijn geweest op een leven in zandwoestijnen als de Gobi, waarbij smalle ogen een bescherming tegen zandstralen in woestijnwinden boden. De ontwikkelingen van een lichte huid- en haarkleur en van blauwe ogen in Europa zouden een aanpassing aan een leven in omstandigheden met minder zon dan in de oorspronkelijke Afrikaanse biotoop van onze voorouders zijn geweest. Maar een recent verslag in alweer Proceedings of the National Academy of Sciences maakt een eind aan die veronderstelling. De studie toont aan dat er de laatste 5000 jaar opvallende veranderingen in ons genoom zijn opgetreden. Sommige daarvan hebben een duidelijke natuurlijke selectiecomponent. Dat er een genetische wijziging is gebeurd die het mogelijk maakt om als volwassene melk te verteren, lijkt uitermate nuttig in een context met steeds meer boeren die geiten, schapen en koeien hielden, van wie de melk kon worden geconsumeerd. De overgang van een donkere naar een lichtere huid wordt effectief als een aanpassing aan minder zon gezien, tot vrij recent toe, want zelfs de laatste 5000 jaar zou de huid van de gemiddelde Europeaan nog lichter geworden zijn. Een lichtere huid geeft de mogelijkheid dat zonnestralen de aanmaak van nuttige stoffen als vitamine D in een lichaam stimuleren. Er circuleert een intrigerende vaststelling over de kwestie waarom er in het Midden-Oosten zo veel onvruchtbare jonge vrouwen zijn. Dat wordt mee toegeschreven aan de verplichting om uitsluitend gekleed in volledig bedekkende zwarte gewaden buiten te komen, waardoor de productie van vitamine D in de huid sputtert, wat een negatief effect heeft op de vruchtbaarheid. Onnatuurlijke seksuele selectie kan contraproductief werken. Maar voor lichter (of ros) haar vinden de onderzoekers geen afdoende verklaring in natuurlijke selectie, net zomin als voor blauwe ogen. Zij menen dat die moeten worden toegeschreven aan een schoonheidselement, aan het gegeven dat mensen licht haar en blauwe ogen vanaf het begin aantrekkelijk vonden, zodat de dragers ervan meer kansen op voortplanting hadden en de betrokken kenmerken verhoudingsgewijs snel algemeen werden in een populatie. Hetzelfde zou opgegaan zijn voor spleetogen, die ook als een opvallend kenmerk zouden zijn gezien en extra aantrekkelijk werden gevonden. Tegen de stelling van bescherming tegen woestijnwinden pleit het feit dat er in, bijvoorbeeld, de Sahara geen spleetogen ontstonden. Een belangrijk gevolg van die inzichten is dat wij, en in het bijzonder ons schoonheidsideaal, voor een deel gestuurd worden door genetische toevalstreffers. Er zijn verwoede pogingen ondernomen om aan kenmerken als de pauwenstaart een kwaliteitsindicatie te koppelen: mannetjes met de mooiste staart zouden gezonder en assertiever zijn dan andere mannetjes, waardoor ze beter zaad kunnen leveren. Maar dat lijkt niet op te gaan voor kenmerken als blauwe ogen en spleetogen. Wij zouden dus voor een deel gevormd zijn door genetische willekeur, en niet uitsluitend door een ononderbroken proces van succesvolle aanpassing aan veranderende omstandigheden. De opvallende verschillen tussen Europeanen en Aziaten zouden dan niet in de eerste plaats aan evolutie door natuurlijke selectie te wijten zijn, maar aan toevallige verschillen. Wat zou betekenen dat Darwin het toch niet altijd bij het rechte eind had, want hij heeft geponeerd dat er iets als een universeel schoonheidsideaal bestaat, gevormd door seksuele selectie. Vorig jaar publiceerde Public Library of Science ONE een studie die besloot dat er geen aanwijzingen zijn dat er een globale sexy kin bestaat. Er zijn te veel geografische variaties in kinnen om van een algemeen patroon te kunnen spreken, wat de stelling van een significante rol voor genetische toevalstreffers versterkt. DOOR DIRK DRAULANSDarwin zou het niet altijd bij het rechte eind hebben gehad. Er zou geen universeel schoonheidsideaal bestaan -- of toch minstens geen globale sexy kin.