Een peperkoeken huisje verscholen tussen enkele woudreuzen op het domein Roosendael in Sint-Katelijne-Waver. 'Dit is het oudste gebouwtje van de voormalige abdij van Sint-Katelijne, bekend als het Pesthuis. In een inventaris uit de 19de eeuw staat het dan ook geboekstaafd als een infirmerie', vertelt Paul Van Schoors over de dienstwoning van de vzw Rozendaal die hij bewoont samen met zijn vrouw. De naam Pesthuis blijkt echter een historisch-etymologische dwaling. 'Pesthuis komt van het middelnederlandse pesterie, wat op zijn beurt een afgeleide is van het Latijnse pistor. Hetgeen bakker betekent.' Archeologisch onderzoek bevestigde die these. Tijdens graafwerken in de kelderverdieping werden restanten van een bakkersoven teruggevonden. Het afgelegen gebouwtje aan de Nete diende dus zeker niet om pestlijders te herbergen.
...

Een peperkoeken huisje verscholen tussen enkele woudreuzen op het domein Roosendael in Sint-Katelijne-Waver. 'Dit is het oudste gebouwtje van de voormalige abdij van Sint-Katelijne, bekend als het Pesthuis. In een inventaris uit de 19de eeuw staat het dan ook geboekstaafd als een infirmerie', vertelt Paul Van Schoors over de dienstwoning van de vzw Rozendaal die hij bewoont samen met zijn vrouw. De naam Pesthuis blijkt echter een historisch-etymologische dwaling. 'Pesthuis komt van het middelnederlandse pesterie, wat op zijn beurt een afgeleide is van het Latijnse pistor. Hetgeen bakker betekent.' Archeologisch onderzoek bevestigde die these. Tijdens graafwerken in de kelderverdieping werden restanten van een bakkersoven teruggevonden. Het afgelegen gebouwtje aan de Nete diende dus zeker niet om pestlijders te herbergen.Na het verdwijnen van de abdij in de 19de eeuw werd de bakkerswoning door de nieuwe eigenaars omgebouwd tot een kleine orangerie. Wintertuinen waren toen in de mode. Elke kapitaalkrachtige domeinbewoner had wel een ruimte waar de mooiste planten konden overwinteren. Het architectonisch resultaat van die evolutie is opmerkelijk. Aan de waterzijde vind je de typische middeleeuwse bouwstijl terug, speklagen incluis. Langs de zuidkant kijk je op een bepleisterde classicistische gevel met monumentale ramen. 'De restauratie gebeurde volledig conform het Charter van Venetië, waarin staat dat de verschillende bouwfases zichtbaar moeten blijven', verklaart Van Schoors de twee gezichten van het huis. Er is nog iets merkwaardigs aan de woning. De wintertuinzijde laat vermoeden dat het een piepklein huisje is. In werkelijkheid gaat het om een uit de kluiten gewassen woning met drie etages en een mezzanine. Maar dat wordt pas duidelijk als je aan de Netekant staat.ZONEVREEMDE BAKKERIJHet domein kwam 20 jaar geleden via het bisdom Mechelen volledig in handen van de vzw. De bakkerij lag er, net als de poortgebouwen en het koetshuis, in een erbarmelijke staat bij. De poortgebouwen werden opgekalefaterd en omgebouwd tot jeugdverblijven - een wens in het testament dat de laatste bewoonster naliet aan het bisdom. Begin jaren negentig wilde de vwz de bakkerij laten restaureren. Dankzij een beurs van de Koning Boudewijnstichting kon de vzw een voorstudie financieren, nodig om een restauratiepremie aan te vragen bij Monumenten en Landschappen. Even zag het er naar uit dat de werken niet van de grond zouden komen. Van Schoors: 'De architect piekerde zich een jaar lang suf over hoe hij de woning kon inrichten, rekening houdend met het niveauverschil tussen de Nete- en zuidkant. Hij is er na lang zoeken uiteindelijk in geslaagd de binneninrichting zo op te vatten dat het maximum aan ruimte benut werd. Niet eenvoudig, gezien het hoogteverschil van anderhalve meter.' Dat betekende echter nog niet het einde van de lijdensweg. Het domein Roosendaal staat sinds de jaren zeventig in het gewestplan ingekleurd als natuurreservaat. Wat begrijpelijk is gezien de natuurwaarde van het gebied. Maar die inkleuring impliceerde wel dat de monumenten plotseling zonevreemd werden. 'Een ietwat bizarre evolutie. De gebouwen stonden hier al voor men van het domein een natuurreservaat maakte. Dan kan je toch moeilijk gaan beweren dat die bouwsels er niet thuishoren', vindt Van Schoors. Instandhoudingswerken konden nog, maar voor de eigenlijke restauratie bleef de bouwvergunning uit. Na veel gepalaver kwam die dan toch uit de bus. Ondertussen was er alweer een jaar verlopen.INSTANDHOUDENDe absurde gevolgen van die inkleuring reikten echter nog verder. 'We hebben bij aanvang een zware brandverzekering moeten nemen op het Pesthuis. Maar als de bakkerij afbrandt mogen we ze eigenlijk niet heropbouwen omdat ze in een natuurgebied ligt. Wat er dan gebeurt met het verzekeringsgeld? Dat gaat terug naar Monumenten en Landschappen, dat de restauratie grotendeels heeft gesponsord. We krijgen met andere woorden eerst gemeenschapsgeld om iets te restaureren, en lopen vervolgens de kans het te moeten teruggeven in geval van heirkracht. Dat is een zeer frustrerende gedachte als je er bij stilstaat', aldus de gedelegeerd bestuurder van de vzw. Toch twijfelt Van Schoors er geen moment aan om opnieuw zo'n kafkaiaanse tocht te ondernemen door de wandelgangen van de ministeriële administraties. 'Achteraf beschouwd is die vijf jaar die de heropstanding van het Pesthuis in beslag nam voorbijgevlogen. Ik zou er direct voor tekenen mocht de restauratie van het koetshuis, die vermoedelijk een dikke 50 miljoen frank (1,24 miljoen euro) kost, in eenzelfde tijdspanne zou kunnen gebeuren.' Maar die operatie laat nog wel even op zich wachten. De vzw Rozendaal sleept ondertussen een schuldenlast van 60 à 70 miljoen frank (1,48 à 1,73 miljoen euro) met zich mee. Geld voor een nieuwe restauratieslag is er niet. Met eenvoudige onderhoudswerken is er wel al veel gerealiseerd. Het dak van het koetshuis lekt niet langer. Door er regelmatig te stoken zoeken schimmels noch zwammen er hun toevlucht. 'Zodoende voorkomen we dat, eens er weer geld is, de restauratiekosten zouden oplopen tot pakweg 150 miljoen frank (3,71 miljoen euro)', redeneert Van Schoors. De gedelegeerd bestuurder van vzw Rozendaal is al bij al een tevreden man. Gedurende de twintig jaar dat de vereniging actief is op het domein heeft ze de aanwezige monumenten grotendeels kunnen laten restaureren. Het resultaat mag er zijn.GROOTSE LEEGSTANDIemand wiens werk er bijlange nog niet opzit is Stef Testelmans, ingenieur bij de NV Mijnen. Dagelijks pendelt hij heen en weer tussen de oude mijnterreinen in Limburg, waar naarstig gewerkt wordt aan de restauratie van de monumentale gebouwen. Toen in 1992 Heusden-Zolder als laatste steenkoolmijn de deuren sloot, kwam er een woelige discussie op gang over het uitgebreide industrieel patrimonium dat verweesd achterbleef. 'De standpunten liepen uiteen van er mag geen steen verlegd worden tot we gooien alles plat. Uiteindelijk werd ervoor geopteerd om een vijftigtal gebouwen te bewaren. Ongeveer een kleine 10 procent van het ganse patrimonium', berekent Testelmans. In 1993 tekende toenmalig minister Johan Sauwens (VU) de eerste besluiten om de mijnen te beschermen. De centrale gedachtegang achter die bescherming was dat op elke site minstens één gedenkteken - meestal een schachtbok - moest overblijven dat herinnerde aan het glorierijke steenkoolverleden. Daarnaast ook nog een of meerdere gebouwen, waarvoor nieuwe invulling gezocht moest worden. Voor de restauratie van die monumenten kan de NV Mijnen, opvolger van de ter ziele gegane Kempense Steenkoolmijnen, rekenen op een budget van 1 miljard frank (24,79 miljoen euro). Aangevuld met een kleine 500 miljoen (12,39 miljoen euro) uit de pot van Monumenten & Landschappen. Met die som worden de gevels in hun oorspronkelijke staat hersteld en de daken gedicht of vervangen. Ingenieur Testelmans: 'In de praktijk blijkt die som totaal onvoldoende. Ter illustratie: de restauratie van het centrale gebouw in Waterschei alleen al kostte 200 miljoen frank (4,95 miljoen euro). En dan is nog geen frank uitgegeven aan de totaal verloederde binnenkant. We schatten dat er nog om en bij de 2 miljard (49,58 miljoen euro) nodig is om ons werk te vervolledigen.' Het einde van de spreekwoordelijke tunnel - in dit geval een mijnschacht - is dus nog niet in zicht. Toch is het geldtekort niet het grootste probleem voor de NV Mijnen. Een partner vinden voor de invulling van de gerestaureerde gebouwen is dat wel. 'Vind maar eens een bestemming voor die mastodonten. Als het plaatselijke gemeentebestuur geen interesse betoont ben je verplicht met privé-partners in zee te gaan. Het zijn zij die met de initiatieven voor de dag moeten komen. Maar het is allesbehalve eenvoudig kandidaat-kopers te overtuigen van het potentieel van oude badzalen, elektriciteiscentrales en ophaalgebouwen', aldus Testelmans.SCHACHTBOKSKIËNEen aantal gebouwen mag dan nog geen bestemming hebben, voor de reconversie van de meeste sites liggen al uitgewerkte plannen klaar. De internationale investeringsgroep Value Retail legt momenteel de laatste hand aan een winkelcentrum annex bioscoopcomplex bij de terreinen van de mijn van Eisden. Tussen en naast al die nieuwbouw staan enkele beschermde restanten. Een voormalige werkplaats, onlangs omgetoverd tot stedelijke academie. Het gerestaureerde hoofdgebouw, dat waarschijnlijk een horecabestemming krijgt. De beschermde voorgevel van het badhuis, die wat ongelukkig geïntegreerd is in de nieuwe filmzaal. En een van de grond heropgebouwde schachtbok. Thans nog zonder bestemming. De fantasie van de gemeente Maasmechelen, drijvende kracht achter het ietwat megalomane project, kent echter geen grenzen. Testelmans: 'De gemeente heeft onlangs de tweede schachtbok aangekocht en wil die volledig restaureren. Momenteel volgt men het denkspoor om de bokken te gebruiken als top van een aan te leggen artificiële skipiste.' In Winterslag is het de stad Genk die de meeste gebouwen heeft opgekocht. Men plant er een nieuwe woonwijk in de schaduw van het grootse badhuis. In afwachting van een finale bestemming worden de overige gebouwen verhuurd als feestruimtes. Geen evidentie, want er zijn geen nooduitgangen, er is geen behoorlijk sanitair. 'Enkele jaren geleden viel een live radio-uitzending over de Open Monumentendag bijna in het water omdat de brandveiligheid niet gegarandeerd kon worden. Uiteindelijk is de uitzending toch kunnen doorgaan, weliswaar met twintig spuitgasten onder het publiek', vertelt Testelmans. Voor de gebouwen in Waterschei is er, na het debacle van het reconversieproject Fenix in Genk, nog geen nieuwe bestemming in het vooruitzicht. De NV Mijnen zou graag hightech bedrijven aantrekken om zich op de terreinen te vestigen. Een mini-siliconvalley met het beschermde hoofdgebouw als uithangbord. Beringen, de museumsite, is wellicht het bekendste mijnterrein. Alles wat er heden gebeurt ademt het vergane mijnverleden uit. De gebouwen bieden onder meer ruimte voor tentoonstellingen over alle aspecten van de mijnbouw. Ex-mijnwerkers worden op vrijwillige basis ingeschakeld om de herinnering aan het steenkooldelven zo levend mogelijk te houden. In de nabije toekomst komt er op het terrein zelfs een heus themapark rond mijnbouw, Minepolis genaamd. Zolder ten slotte is een voorbeeld van weldoordachte reconversie. Het grootste mijnterrein van Limburg wordt een bedrijvencentrum waarin de bouw centraal staat.LEREN RESTAURERENHet meest in het oog springende gebouw op het terrein van Zolder is de schitterend gestaureerde elektriciteitscentrale. Op het bakstenen muurtje aan de met glas overkoepelde ingang staat in grote metalen letters ECR, wat staat voor Europees Centrum voor Restauratietechnieken. Pal er tegenover staat het onlangs door de gemeente aangekochte ophaalgebouw. Het contrast tussen het blinkende ECR-gebouw en de nog niet gerestaureerde doffe ellende in bouwvorm is frappant. Binnenin de centrale huist een vereniging zonder winstoogmerk die een project rond werkgelegenheid en scholing bestiert. Werkzoekenden kunnen er een basisopleiding restauratie volgen en werkervaring opdoen. Mensen uit de bouw kunnen zich er komen bijscholen. En er worden studiedagen georganiseerd voor architecten. Karel Imschoot van ECR: 'Onze organisatie is hier binnengeraakt omdat er aan de restauratie van het gebouw een voorwaarde werd gekoppeld. Namelijk dat degene die het betrok, de werkgelegenheid in de buurt moet aanzwengelen. ECR vervult die voorwaarde. Het gebouw zelf is eigendom van de elektriciteitsproducent Ecowatt, die elders op de site zijn kantoren heeft.' Dat de vzw vanuit Hasselt naar hier verhuisde is de evidentie zelve. Op een terrein waar de gebouwen zo veel mogelijk in hun oorspronkelijke staat hersteld moeten worden, is alle hulp welkom. Toch is het niet zo eenvoudig om mee ingeschakeld te worden in de wederopbouw. 'Wij helpen momenteel mee aan het herstellen van het oude badhuis, dat in de toekomst een permanente beurs rond bouwen zal huisvesten. Het is echter oppassen geblazen want door mee te werken zitten we soms op het randje van het wettelijk toelaatbare. Met een werkgelegenheidsproject mag je immers niet concurreren om jobs die door privé-bedrijven uitgevoerd kunnen worden. Zij kunnen echter wel kleinere taken aan ons uitbesteden', aldus Imschoot. Het lijkt een ideale combinatie. De werkzoekenden leren eerst een aantal restauratie- en bouwtechnieken aan op de werkplaats binnenin de elektriciteitscentrale. Vervolgens kunnen ze buiten hun aangeleerde vaardigheden in de praktijk omzetten.SLAPENDE ROLBRUGVolgens Karel Imschoot is het een luxe om met de vzw in Zolder gehuisvest te zijn: 'Het is een prachtig gebouw met een geweldige uitstraling. Aangenaam om in te vertoeven. Wij krijgen hier bovendien 101 aanvragen van buitenstaanders om iets te mogen doen op deze locatie. Recent was hier nog een fotoshoot met modellen voor een kledingketen. Wij genieten uiteraard mee van al die aandacht. Onrechtstreeks raakt ECR zo meer bekend bij het grote publiek.' Er is ook een keerzijde aan de medaille. De inkleding, huur en het onderhoud van de voormalige elektriciteitscentrale is een dure bedoening. En een vzw heeft meestal niet te veel geld in kas. Het is daarom steeds wachten geblazen op subsidies om plannen te kunnen uitvoeren. Het feit dat ECR in een beschermd gebouw is gehuisvest heeft tot gevolg dat voor zowat alles een aanvraag ingediend moet worden. 'Hier hangt een functionerende rolbrug die we willen gebruiken om paletten bakstenen vanuit de kelder naar het werkatelier te hijsen. Maar omdat het subsidiedossier nog niet rond is kunnen we die brug niet laten keuren. Je kan het gevolg al raden: dagelijks meerdere kruiwagens naar boven rollen', besluit Karel Imschoot.Open Monumentendag (OMD) op zondag 9 september. Zowel domein Roosendael als de mijnsites van Eisden, Waterschei, Winterslag en Beringen organiseren evenementen in het kader van de OMD. Algemene informatie: 03/212.29.55 of www.monument.vlaanderen.be Michel Van Hoof