De grote staalovens die de Luikse regio ooit zo welvarend maakten, doven een na een de vuren. Maar aan de rand van de stad, op een doodgewoon industriepark langs de E313, is een klein bedrijf gestaag bezig om de Waalse metallurgische traditie nieuw leven in te blazen. Staal komt er deze keer niet aan te pas. Meer nog, de metalen in kwestie worden niet eens in de Waalse ondergrond gewonnen, maar op duizenden kilometers van Europa, op de bodem van de zee. Daar, in een stuk Stille Oceaan tussen Mexico en Hawaii, heeft G-Tec Sea Mineral Resources (GRS) een concessie gekregen van de International Seabed Authority (ISA), de ...

De grote staalovens die de Luikse regio ooit zo welvarend maakten, doven een na een de vuren. Maar aan de rand van de stad, op een doodgewoon industriepark langs de E313, is een klein bedrijf gestaag bezig om de Waalse metallurgische traditie nieuw leven in te blazen. Staal komt er deze keer niet aan te pas. Meer nog, de metalen in kwestie worden niet eens in de Waalse ondergrond gewonnen, maar op duizenden kilometers van Europa, op de bodem van de zee. Daar, in een stuk Stille Oceaan tussen Mexico en Hawaii, heeft G-Tec Sea Mineral Resources (GRS) een concessie gekregen van de International Seabed Authority (ISA), de organisatie van de Verenigde Naties die de internationale wateren beheert. Met niet minder dan 75.000 vierkante kilometer is dat gebied 2,5 keer zo groot als België. En het ligt vol metaal. 'De metalen zitten er in zogenaamde nodules', zegt professor Lucien Halleux, directeur van G-Tec en een wereldautoriteit op het vlak van geologie. 'Dat zijn een soort van polymetalische knollen die niet zoals de meeste ertsen in de grond verborgen zitten, maar gewoon los op de zeebodem liggen. In massale hoeveelheden. In die nodules zit veel mangaan, naast ijzer, koper en kobalt. Maar er zit vooral ook 2 procent nikkel in, en net dat maakt ze interessant.' Nikkel maakt materialen zowel sterker als lichter, en dat is in onze energiebewuste en technologische tijden goud waard. Windturbines, smartphones, vliegtuigmotoren: ze zijn er allemaal bij gebaat. Bovendien zijn nikkelmijnen op land geduchte vervuilers. Bij zogenaamd open pit mining zit rendabel te ontginnen nikkel in de eerste twintig meter van de ondergrond. Hele wouden in vaak tropische gebieden worden dan ook gekapt voor twintig meter bodem met 1 procent nikkel, waarna de mijn wordt opgedoekt en men elders verdergaat. Terwijl het elders gewoon los op de zeebodem ligt. 'Ze liggen natuurlijk wel op zo'n vier kilometer onder de zeespiegel', tempert Halleux. 'Bovendien zij de VN-regels zeer streng. Mijnbouw onder water bestaat vandaag gewoon nog niet, op enkele uitzonderingen in ondiepe kustgebieden na. Men wil bij het begin niet de fouten maken uit het verleden en een ecologische ramp veroorzaken. Er is tot vandaag dan ook nog niemand die een exploitatievergunning heeft gekregen van het ISA. In de eerste fase moeten de concessiehouders zo'n vijf jaar lang de bodem en de aanwezige fauna in kaart brengen, en bekijken hoe ze het ecosysteem zullen beschermen. Er worden robots ontwikkeld die de knollen letterlijk zullen oogsten. Maar het duurt nog jaren voor die zelfs uitgetest kunnen worden. Als we ooit tot echte ontginning overgaan, zijn we tien jaar verder.' Nieuw is het idee niet. Halleux hoorde als student in de jaren zeventig al dat 'de helft van de minerale reserves weldra van de zeebodem zou komen'. De oliecrisis en het begin van de groene beweging dreven spelers als Union Minière en tal van landen naar de nodulevelden voor exploratie. 'Maar het enthousiasme zwakte af. Traditionele mijnbouw was rendabel genoeg, milieu was geen prioriteit, en de nood werd minder. De nodules werden vergeten. Tot nu.' DOOR JELLE HENNEMAN