De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge, Erik Suy, Monika Van Paemel en Etienne Vermeersch.
...

De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge, Erik Suy, Monika Van Paemel en Etienne Vermeersch.Mijnheer Vermeersch, een lawine van echte of vermeende schandalen is over de mensen uitgestort. Kan u de stroom nog de baas ? ETIENNE VERMEERSCH : Wie daarover momenteel publieke verklaringen aflegt, loopt door een mijnenveld. Daarom moet ik beginnen met eraan te herinneren dat er algemene rechtsprincipes bestaan. In de media worden de jongste tijd wat al te lichtzinnig namen genoemd of gesuggereerd, in sommige gevallen volkomen onterecht. Dat iemands naam genoemd wordt, betekent niet dat hij schuldig is, maar kan in het huidige klimaat wel veel schade berokkenen. Er moet ook dringend een onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende types van aantijgingen. Er zijn vooreerst degene die te maken hebben met de partij- en campagnefinanciering, zoals die vóór '93 bestond. Dat systeem was door en door verkeerd, maar alle partijen die macht hebben gehad, hebben het gebruikt. Ik kijk een beetje op van de verontwaardiging die ineens oplaait over Theo Kelchtermans en de steun van Plascobel aan de CVP. Vóór de recente wet waren giften als deze schering en inslag. In verband met de CVP weten we dat, in verband met Agusta ook, en wie nietnaïef is, vermoedt dat het daar niet ophoudt. CVP-voorzitter Marc Van Peel heeft verstandig gereageerd door de gift van Plascobel onmiddellijk te bevestigen : de waarheid zeggen, doet de geruchtenstroom stoppen. Dat systeem van schenkingen was verderfelijk maar men had het aanvaard. Nu het is rechtgetrokken, ben ik niet geneigd zeer zwaar te tillen aan voorbeelden die toevallig aan het licht komen. Terwijl er dan weer andere blijven sluimeren. Dat een bedrijf voordeel verwacht van een gift aan een partij ligt voor de hand. Maar bewijzen dat het om echte omkoperij gaat, is erg moeilijk. In Frankrijk heeft men voor enkele gevallen een soort amnestie verleend. Dat is in het huidige klimaat bij ons niet aangewezen, maar het toevallig oprakelen van de ene of andere affaire lijkt mij ook niet gezond. Tenminste, indien het gaat om partijfinanciering. In gevallen van persoonlijke verrijking, moet men wèl ingrijpen, maar dan voor iedereen op dezelfde manier. En mochten er politici betrokken zijn in misdaden als kinderschennis, dan moet met de allergrootste strengheid worden opgetreden. De moeilijkheid is dat ons grondwettelijk en wettelijk systeem helemaal mank loopt als politici en vooral ministers verdacht worden. In verband met Kelchtermans heeft men nu plots een procedure gevonden die minder scherp is dan degene die tegen Willy Claes werd gehanteerd. Of ze grondwettelijk correct is, laat ik aan de specialisten over, maar ze is zeker beter. Als er ernstige aanwijzingen zijn tegen een politicus, zou die zelf moeten vragen om zijn parlementaire onschendbaarheid op te heffen, zonder dat dit enige schuldbekentenis inhoudt. En een minister moet uit eigen beweging naar het Hof van Cassatie kunnen stappen. We hopen dan wel dat Cassatie intussen de gave des onderscheids heeft gekregen en, bijvoorbeeld, het verschil inziet tussen een bord spaghetti en een diner chez Bruneau. Dit lijkt mij de efficiëntste manier om de wilde geruchtenstroom in de pers stil te leggen. De pers gaat steeds driester te keer. Het scheelde weinig of de reporter van Ter Zake forceerde zich met geweld toegang tot de privé-woning van Karel Pinxten. VERMEERSCH : Deze praktijken zijn inderdaad betreurenswaardig. Ook de BRTN bezondigt zich nu aan het spelletje van Namen noemen. De bevolking krijgt de indruk dat er ongeveer niemand nog behoorlijk functioneert : op de lange duur gaan de mensen denken dat we echt in een bananenrepubliek leven. Dat is een gevaarlijke evolutie die moet worden tegengegaan door zeer snel en met vaste procedures uit te spitten wat moet uitgespit worden. In Antwerpen durfden de magistraten niet over straat naar het Te Deum. VERMEERSCH : Als die vrees oprecht was, bewijzen de Antwerpse magistraten dat ze wel degelijk wereldvreemd zijn. Ze hebben de woede van het volk volkomen verkeerd ingeschat. De mensen zijn niet tegen alle magistraten. Ze hebben terecht geprotesteerd tegen een specifiek onaanvaardbaar arrest van Cassatie, en tegen zware fouten in een reeks zaken. Ze hebben dat gesymboliseerd door bij de dichtstbijzijnde gerechtshoven te gaan protesteren. Dat betekent niet dat ze het gerecht in zijn geheel afwijzen. In Gent zijn de magistraten wel naar het TeDeum gegaan en er is niet het minste incident geweest. De juridische spitstechnologie in de zaak Kelchtermans, toont aan dat sommige rechtsregels niet realistisch meer zijn. VERMEERSCH : De procedure inzake ministeriële verantwoordelijkheid moet dringend veranderd worden. Het is in ieders belang dat een beschuldiging tegen een minister snel en doortastend kan worden onderzocht. Dat Kelchtermans nog altijd niet officieel weet waarom zijn naam wordt genoemd, is krankzinnig. Er is een nieuwe procedure nodig, die de ministers snel kan vervolgen maar die hen ook toelaat zich tegen een tergend en roekeloos geding te beschermen. Maar ik vind niet dat de parlementaire onschendbaarheid volledig moet worden afgeschaft. Een volksvertegenwoordiger moet in zijn politieke handelingen en uitingen beschermd blijven. Willy Vermeulen van het Hoog Comité van Toezicht, heeft aan de Senatoren van de Commissie Georganiseerde Misdaad een rapport gegeven over dossiers die van hogerhand zijn afgeremd. Hij noemt heel wat namen, maar er heerst wantrouwen tegen Vermeulen. VERMEERSCH : Dat Vermeulen zelf ooit politieke steun gevraagd heeft, lijkt me weinig terzake te doen. Wie heeft er in dit land nooit politieke steun gevraagd ? Maar dat hij zijn informatie al laat circuleren vóór hij voor de Commissie komt, vind ik geen gezonde manier van werken. Ook hier moeten we met nadruk blijven zeggen dat een onderzoek door het Hoog Comité niet betekent dat de betrokkene strafbare feiten heeft gepleegd : het onderzoek dient om dat te weten te komen. Als deze enquêtes zomaar in de media komen, kan dit een inbreuk vormen op iemands recht op verdediging en vergelijkbaar zijn met een vorm van laster. Aan de andere kant vreest de publieke opinie een doofpotoperatie als de media niet meespelen. Er moet dus voor dergelijke zaken een betrouwbaar orgaan bestaan dat al dan niet kan seponeren. Dat één procureur-generaal beslist welke namen uit een lijst geschrapt worden, lijkt mij niet voldoende. Het Hoog Comité van Toezicht werkt in een dubbelzinnige positie. Is het een administratief controleorgaan of een gerechtelijke instantie ? VERMEERSCH : Het Hoog Comité kan onderzoeksdaden stellen, maar vanaf een zeker niveau wordt het parket ingeschakeld, wat een heel andere draagwijdte heeft. Het Hoog Comité zou ofwel het onderzoek volledig moeten voeren, en dan het dossier al dan niet aan het parket overmaken. Ofwel moet men het Hoog Comité zelf in de parketten onderbrengen. Er is een nog belangrijker probleem bij de rijkswacht. Aan de ene kant is dat een korps, met een sterke korpsgeest, waarbinnen gehoorzaamheid verschuldigd is aan de hiërarchie. En tegelijkertijd zijn er binnen de rijkswacht speurders die moeten werken onder leiding van de parketten en van de onderzoeksrechter. Men verwacht van hen dus een dubbele loyauteit : moeten ze de richtlijnen van hun majoor volgen of die van de onderzoeksrechter ? En wat als die met elkaar in strijd zijn ? Bij de recente hervorming van de rijkswacht wordt dit fundamentele probleem niet opgelost. Er was de afgelopen week ook heibel over de brief van VLD-senator Goris, die bij Douane en Accijnzen protesteerde tegen een boete aan een bevriend bedrijf. VERMEERSCH : Initiatieven als dit zullen wel vaker voorkomen, maar kunnen uiteraard niet door de beugel. Een politicus kan eventueel een aanbevelingsbrief sturen, maar niet als hij door Janssens te steunen Pieters benadeelt. Hij kan mensen te hulp komen als ze onrechtvaardig behandeld zijn, maar hij mag nooit tussenbeide komen in zaken waar wettelijke procedures vastliggen, zoals juridische en fiscale dossiers. Alleen als hij geconfronteerd wordt met wettelijke regels die inhumaan blijken te zijn, mag hij via de bevoegde minister stappen ondernemen. Ook in de hoogste gerechtelijke kringen zijn nog een paar schandalen hangende. Onder meer rond Franz-Joseph Schmitz en Marc De la Brassine. De procureur-generaal van Bergen is nog altijd non-actief. VERMEERSCH : Als er ernstige misdrijven gepleegd zijn moet men, zeker op het hoogste niveau, drastisch optreden. Die mensen genieten immers van een hogere bescherming, ze moeten daarom een voorbeeldfunctie vervullen. Voor hen zijn er veel minder verzachtende omstandigheden, al moet ook hier respect worden opgebracht voor de rechten van de verdediging. Voor de parlementaire commissie die de sekten bestudeert, werden schokkende getuigenissen afgelegd door leden en ex-leden van Het Werk. VERMEERSCH : Sinds de zaak-Dutroux is dat het gruwelijkste wat ik heb vernomen. Als je hoort dat een vrouw een ketel frietvet over haar lichaam krijgt en gedurende dagen geen toegang heeft tot medische zorgen, dan geeft dat een idee van de ongelooflijke geestelijke verslaving waaronder die mensen leven. Om te beginnen de vrouw zelf die dat ondergaat, maar ook de anderen die het zien gebeuren en niet ingrijpen. De getuigenissen voor de Commissie tonen aan dat Het Werk een afschuwelijke organisatie is. Ofwel behoort die vereniging tot de Kerk, wat veel mensen blijkbaar te goeder trouw gedacht hebben. Ofwel doet ze zich voor als katholiek maar is ze het niet. In beide gevallen treft de bisschoppen een zware verantwoordelijkheid. Hoort Het Werk niet tot de Kerk, dan hadden ze hun gelovigen er met alle mogelijke middelen moeten tegen waarschuwen. En hoort Het Werk wel tot de Kerk, dan valt het onder de normen van het canoniek recht en zijn de bisschoppen verantwoordelijk voor wat daar gebeurd is. Ze hebben niet het recht te zeggen : das haben wir nicht gewusst. En het wordt ook tijd dat ze eens positie kiezen in verband met Opus Dei. Vooraanstaandetheologen geven toe dat dit een sekte is binnen de Kerk. Wat denken de bisschoppen daarover ? Nu we toch bij de Kerk zitten, in zijn openingstoespraak op de VN-voedselconferentie in Rome heeft de paus nog eens uitgehaald naar wie het voedselprobleem wil tegengaan door geboortebeperking. VERMEERSCH : Ik ben een tolerant mens, maar als ik zoiets hoor, moet niemand mij vragen emotioneel onbewogen te blijven : ik kan het niet. Het gaat hier om honderden miljoenen kinderen die van honger sterven, die moeten werken als slaven, die overgeleverd worden aan prostitutie, op wie in Zuid-Amerikaanse staten gejaagd wordt alsof het ratten waren. Wie aan een abstract principe gaat en vermenigvuldigt u vasthoudt in plaats van een efficiënte geboorteregeling te propageren, staat mijns inziens lichtjaren ver van de Jezus van de evangeliën. Tegenover zo een individu koester ik gevoelens die ik niet eens adequaat onder woorden kan brengen. De VN-voedselconferentie brengt ook de discussie over de genetisch gemanipuleerde gewassen weer in het licht. In eigen land protesteerde Greenpeace tegen genetisch gemanipuleerde soja. En een Nederlands bedrijf wil in Geel genetisch gemanipuleerde konijnen kweken. Hoever mag de mens daarin gaan ? VERMEERSCH : Met genetisch gemanipuleerde gewassen kan men gedurende een zekere periode ongetwijfeld de landbouwproductie opdrijven. Alleen zou ik toch niet al te optimistisch zijn. In de natuur hebben voortdurend mutaties plaats. Wanneer, bijvoorbeeld, planten een verdediging krijgen tegen parasieten, dan zullen die waarschijnlijk ook wel zo muteren dat ze de weerstand van de nieuwe plant overwinnen. Ik ben een beetje bevreesd voor die wedloop tussen de natuur en de mens. Het zal niet altijd duidelijk zijn wie voorop loopt. Bovendien vermag de genetische manipulatie niets tegenover andere problemen : klimaatverandering, bodemerosie, zoetwatertekort, enzovoort. Ik blijf voorstander van wetenschappelijk onderzoek, maar wil toch waarschuwen tegen ongebreideld optimisme. Bij genetische manipulatie van dieren bestaat ook het risico dat het dierenwelzijn in het gedrang wordt gebracht. Dat is natuurlijk al langer het geval in de bio-industrie, maar genetische manipulatie kan een verdere stimulans betekenen in het reduceren van dieren tot de status van louter instrument. Ik vind niet dat de genetische structuur van dieren zodanig mag veranderd worden dat ze niet langer het leven kunnen leiden waar hun organisme op ingesteld is. Van zodra dieren lijden onder de experimenten, overschrijdt men een grens die grondige bezinning noodzakelijk maakt. Koen Meulenaere