JA

De wet die slachtoffers van opzettelijke gewelddaden het recht toekent op een schadevergoeding dateert van 1985 en is er gekomen na de overvallen van de Bende van Nijvel. Omdat de budgettaire impact van de wet onzeker was, heeft men toen een beperking ingebouwd. Maar ondertussen blijkt dat het fonds de eerste vijftien jaar altijd meer geld heeft ontvangen dan uitgekeerd. Het bedrag dat elke veroordeelde moet storten is verdubbeld tot 137,5 euro, en de gevreesde stortvloed aanvragen is uitgebleven.
...

De wet die slachtoffers van opzettelijke gewelddaden het recht toekent op een schadevergoeding dateert van 1985 en is er gekomen na de overvallen van de Bende van Nijvel. Omdat de budgettaire impact van de wet onzeker was, heeft men toen een beperking ingebouwd. Maar ondertussen blijkt dat het fonds de eerste vijftien jaar altijd meer geld heeft ontvangen dan uitgekeerd. Het bedrag dat elke veroordeelde moet storten is verdubbeld tot 137,5 euro, en de gevreesde stortvloed aanvragen is uitgebleven. Er is geen enkel rationeel argument dat verantwoordt waarom een slachtoffer van racistisch geweld nóg eens gediscrimineerd zou mogen worden. Dat druist in tegen de grondwet en tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. In 2000 heeft het Grondwettelijk Hof (dat toen nog Arbitragehof heette, nvdr) de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van opzettelijke gewelddaden op de vingers getikt, en bepaald dat ook slachtoffers van mensenhandel, die per definitie illegaal in het land zijn, recht hebben op schadevergoeding. De regels zijn dus al versoepeld. Terecht, want de tijdsgeest is veranderd. Uit alle reacties die ik krijg spreekt ongeloof en verontwaardiging. Ik kaart de zaak aan bij het Grondwettelijk Hof. Dat slachtoffers die legaal in België zijn recht hebben op een vergoeding en andere niet, is niet langer houdbaar. Dat er alleen voor sommige illegalen een uitzondering wordt gemaakt, kan al helemaal niet. Dit recht moet gelden voor iedereen. Het is het moment om het menselijk gelaat van onze geciviliseerde maatschappij te tonen. Ik kan de verontwaardigde reacties begrijpen: de media hebben het nieuws dat de familie geen schadevergoeding zou krijgen tendentieus gebracht en de meeste mensen kennen de juridische finesses van de regeling niet. Voor alle duidelijkheid: het hof van assisen heeft de nabestaanden wél een schadevergoeding toegekend. Omdat veroordeelden soms echter niet gevonden worden of insolvabel zijn, heeft men in België een solidariteitssysteem bedacht: Belgen die legaal in dit land zijn en een veroordeling oplopen, zelfs al is het maar wegens te snel rijden, moeten een bijdrage storten in een fonds waarop slachtoffers van opzettelijke gewelddaden een beroep kunnen doen. Het solidariteitsprincipe veronderstelt uiteraard dat die gunst alleen geldt voor slachtoffers die hier legaal verblijven. Volgens arrest 131/2000 van het Grondwettelijk Hof kunnen illegalen die het slachtoffer zijn van mensenhandel wél op de regeling aanspraak maken en andere niet. Maar het Hof vindt dat kennelijk niet onredelijk: slachtoffers van mensenhandel zijn hier onder dwang gekomen en worden in een programma opgenomen om terug te keren naar hun land van herkomst. Daar ben ik flagrant tegen. Men vergeet al te gauw dat het hier niet gaat om een recht maar om een gunst. Wie het risico neemt om illegaal in ons land te verblijven, moet daarvan ook de gevolgen dragen. De wet aanpassen op grond van één concreet geval, is een slecht idee. De wet die slachtoffers van opzettelijke gewelddaden het recht toekent op een schadevergoeding dateert van 1985 en is er gekomen na de overvallen van de Bende van Nijvel. Omdat de budgettaire impact van de wet onzeker was, heeft men toen een beperking ingebouwd. Maar ondertussen blijkt dat het fonds de eerste vijftien jaar altijd meer geld heeft ontvangen dan uitgekeerd. Het bedrag dat elke veroordeelde moet storten is verdubbeld tot 137,5 euro, en de gevreesde stortvloed aanvragen is uitgebleven. Er is geen enkel rationeel argument dat verantwoordt waarom een slachtoffer van racistisch geweld nóg eens gediscrimineerd zou mogen worden. Dat druist in tegen de grondwet en tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. In 2000 heeft het Grondwettelijk Hof (dat toen nog Arbitragehof heette, nvdr) de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van opzettelijke gewelddaden op de vingers getikt, en bepaald dat ook slachtoffers van mensenhandel, die per definitie illegaal in het land zijn, recht hebben op schadevergoeding. De regels zijn dus al versoepeld. Terecht, want de tijdsgeest is veranderd. Uit alle reacties die ik krijg spreekt ongeloof en verontwaardiging. Ik kaart de zaak aan bij het Grondwettelijk Hof. Dat slachtoffers die legaal in België zijn recht hebben op een vergoeding en andere niet, is niet langer houdbaar. Dat er alleen voor sommige illegalen een uitzondering wordt gemaakt, kan al helemaal niet. Dit recht moet gelden voor iedereen. Het is het moment om het menselijk gelaat van onze geciviliseerde maatschappij te tonen. Ik kan de verontwaardigde reacties begrijpen: de media hebben het nieuws dat de familie geen schadevergoeding zou krijgen tendentieus gebracht en de meeste mensen kennen de juridische finesses van de regeling niet. Voor alle duidelijkheid: het hof van assisen heeft de nabestaanden wél een schadevergoeding toegekend. Omdat veroordeelden soms echter niet gevonden worden of insolvabel zijn, heeft men in België een solidariteitssysteem bedacht: Belgen die legaal in dit land zijn en een veroordeling oplopen, zelfs al is het maar wegens te snel rijden, moeten een bijdrage storten in een fonds waarop slachtoffers van opzettelijke gewelddaden een beroep kunnen doen. Het solidariteitsprincipe veronderstelt uiteraard dat die gunst alleen geldt voor slachtoffers die hier legaal verblijven. Volgens arrest 131/2000 van het Grondwettelijk Hof kunnen illegalen die het slachtoffer zijn van mensenhandel wél op de regeling aanspraak maken en andere niet. Maar het Hof vindt dat kennelijk niet onredelijk: slachtoffers van mensenhandel zijn hier onder dwang gekomen en worden in een programma opgenomen om terug te keren naar hun land van herkomst. Daar ben ik flagrant tegen. Men vergeet al te gauw dat het hier niet gaat om een recht maar om een gunst. Wie het risico neemt om illegaal in ons land te verblijven, moet daarvan ook de gevolgen dragen. De wet aanpassen op grond van één concreet geval, is een slecht idee.