Copyright Knack/Newsweek. Vertaling en bewerking: Ingrid Van Daele
...

Copyright Knack/Newsweek. Vertaling en bewerking: Ingrid Van DaeleToen de twee al-Qaeda-leden Nawaf Alhazmi en Khalid Almihdhar omstreeks nieuwjaar 2000 op de internationale luchthaven van Los Angeles neerstreken, wachtte hen een hartelijke ontvangst. De twee, die anderhalf jaar later vlucht 77 van American Airlines zouden helpen kapen en crashen op het Pentagon, spraken bij hun aankomst amper Engels en waren op zoek naar een verblijfplaats. Het was de Saudi Omar al-Bayoumi, die al jaren in de Verenigde Staten verbleef, die zich over hen zou ontfermen. Hij bracht ze naar San Diego, organiseerde een welcome party om ze te introduceren en bezorgde ze een flat. Hij betaalde de huurwaarborg en legde nog eens 1550 dollar neer voor twee maanden huur. En daar bleef het niet bij, wat zijn gastvrijheid betreft. Al-Bayoumi hielp ze ook om een bankrekening te openen, en trommelde een vriend op om de social security cards te helpen binnenhalen en contacten te leggen met vliegscholen in Florida om er lessen te volgen. Twee maanden vóór 11 september vertrok hij naar Engeland. Een paar maanden later verdween hij van het toneel. Naar alle waarschijnlijkheid verblijft al-Bayoumi momenteel in Saudi-Arabië. Wie is Omar al-Bayoumi? Volgens sommigen bereidde hij een doctoraal voor in San Diego. Voor anderen was hij piloot bij de nationale luchtvaartmaatschappij van Saudi-Arabië. In werkelijkheid werkte hij voor Dallah Avco, een dienstverlenend bedrijf in de luchtvaartsector, dat talloze opdrachten uitvoert voor het Saudische ministerie van Defensie en Luchtvaart. Aan het hoofd daarvan staat prins Sultan, vader van de Saudische ambassadeur in de Verenigde Staten, prins Bandar. Onderzoekers gaan ervan uit dat al-Bayoumi uitgestuurd was door al-Qaeda om de kapingen van 11 september mee te helpen voorbereiden. Maar het speurwerk leverde ook nog andere explosieve informatie op. De onderzoekers stuitten op een geldstroom, die onbeduidend zou kunnen zijn, maar evengoed zou hij de Saudische regering mee verantwoordelijk kunnen stellen voor de terreur van 11 september. Vooral wanneer blijkt welke naam met één van de bankrekeningen verbonden is. De sleutelfiguur is al-Bayoumi. Twee maanden nadat hij de twee al-Qaeda-leden onder zijn hoede had genomen, kreeg zijn vrouw geld toegestuurd, doorgaans maandelijks en meestal voor ongeveer 2000 dollar. Ze kreeg het in de vorm van cheques van de Washington's Riggs Bank, uitgeschreven door niemand minder dan prinses Haifa bint Faisal, de dochter van de voormalige koning Faisal, en tevens de vrouw van prins Bandar, de Saudische ambassadeur in de Verenigde Staten. De cheques waren verstuurd naar Majeda Ibrahin Dweikat. Via haar kwam een deel terecht bij de vrouw van al-Bayoumi, Manal Ahmed Bagader. Was dit goedbedoelde liefdadigheid? Of waren de speurders veeleer gestuit op een witwasoperatie? Of was het gewoon een kwestie van toeval? Prinses Haifa wist niet dat het geld naar de familie al-Bayoumi was gestroomd, beweert haar woordvoerder. Evenmin was ze zich ervan bewust dat het voor misdadige doelen gebruikt zou worden. Dat de koninklijke familie mensen helpt die via de ambassade om medische of financiële hulp vragen, gebeurt wel meer, zo luidt het. Zo had bijvoorbeeld de echtgenoot van Dweikat, Osama Basnan, in 1998 al een eerste keer om geld gevraagd, zogenaamd om de schildklier van zijn vrouw te laten behandelen. Van prins Bandar kreeg hij toen 15.000 dollar. Nadien, tussen januari 1999 en de zomer van 2001, werden maandelijks cheques naar zijn vrouw gestuurd. Pas vorige week vernam prinses Haifa dat de Amerikaanse autoriteiten de geldstromen hebben doorgelicht. De hele zaak leidde tot een hevige strijd tussen de twee comités van het Congres en de regering-Bush. De regering wenst de Saudische banden met de kapers niet al te diepgaand te onderzoeken, zo luidt het. Want dat zou de Amerikaans-Saudische relaties in gevaar kunnen brengen. Behalve in olie zijn de Verenigde Staten trouwens ook geïnteresseerd in de Saudische militaire basissen, om een mogelijke inval in Irak mogelijk te maken. Dat er Saudische banden bestaan met al-Qaeda is al eerder geopperd. Vijftien van de negentien kapers van 11 september waren afkomstig uit Saudi-Arabië. Bovendien hebben rijke Saudi's, onder het mom van liefdadigheid, fondsen opgericht om terroristen financieel te steunen. Officiële bronnen wijzen alle beschuldigingen af. Vertegenwoordigers van de geheime diensten moeten erom lachen dat de vrouw van prins Bandar gebruikt zou zijn om geheime fondsen voor duistere operaties op te zetten. 'Dat mijn regering de bankrekening zou gebruiken van de vrouw van de ambassadeur om informanten te betalen is lachwekkend, en tegelijk beledigend', reageert Turki Al Fasial, het vroegere hoofd van de geheime diensten. De inlichtingendienst FBI probeert nog steeds uit te vissen of al-Bayoumi een rol gespeeld heeft op 11 september. Kort na de aanslagen ontdekte de Britse inlichtingendienst New Scotland Yard, die samenwerkt met de FBI, dat al-Bayoumi ingeschreven was in een business graduate program in Birmingham. De Britse speurders arresteerden hem en braken de vloerplanken in zijn woning op. Daar ontdekten ze opnames van telefoontjes met twee diplomaten in de Saudische ambassade in Washington. Volgens officiële vertegenwoordigers van de islamitische afdeling van de ambassade (die moskeeën en liefdadigheidswerken steunt) was er niets aan de hand. Al-Bayoumi, die zelf ook elke band met de aanslagen of met de kapers van al-Qaeda heeft ontkend, werd na een week vrijgelaten. Wellicht is hij uitgeweken naar Saudi-Arabië. Voor hij verdween, legde al-Bayoumi een verklaring af over hoe hij Almihdhar en Alhazmi had ontmoet. Hij vertelde dat hij zich in een restaurant bevond in de luchthaven van Los Angeles, toen hij de twee Arabisch hoorde spreken. Hij stelde zich voor en bood zijn hulp aan om zich te vestigen in het zuiden van Californië. Zijn aanbod was niets méér dan de gebruikelijke liefdadigheid van de ene moslimbroeder aan de andere. Voor de jonge islamitische gemeenschap van San Diego was al-Bayoumi geen onbekende. Vaak toefde hij in de moskee of op ontmoetingen. Hij praatte met iedereen. Maar hij besteedde zoveel aandacht aan de handel en wandel van jonge collega-studenten uit zijn land, dat sommigen hem zagen als een spion van de Saudische regering. Hij verliet San Diego in juli 2001. Majeda Dweikat bleef cheques ontvangen van prinses Haifa. Dweikat schreef verschillende daarvan over naar haar man, Osama Basnan, die ook bevriend was met de twee kapers, Almihdhar en Alhazmi. Na de terroristische aanslagen zou Basnan, die bekendstaat als een sympathisant van al-Qaeda, 'de helden van 11 september vieren'. En her en der vertelde hij 'wat een schitterende, glorieuze dag het wel geweest was'. Aan de stroom van cheques van prinses Haifa kwam een einde toen Basnan in augustus dit jaar beschuldigd werd van fraude met visa en naar Saudi-Arabië werd gedeporteerd. Pikant detail: Basnan is gesignaleerd in Houston in april vorig jaar, toen de Saudische kroonprins Abdullah die stad aandeed, op weg naar de ranch van president Bush. Volgens welingelichte bronnen had Basnan een ontmoeting met een hooggeplaatste Saudische prins met een verantwoordelijke functie bij geheime informatiediensten, die erom bekendstaat de Verenigde Staten binnen te komen met koffers vol cash. Het Congres is er niet over te spreken dat federale speurders onvoldoende ondernemen om een nieuwe aanslag te verijdelen. Dat de FBI er maar niet in slaagt de Saudische connectie degelijk te onderzoeken, wijst op de zwakte van de instelling als antiterreurorganisatie. De Nationale Veiligheidsraad legt inmiddels een actieplan voor aan president George Bush om de financiers van het terrorisme zo snel mogelijk onderuit te halen, aldus de International Herald Tribune. Binnen de negentig dagen moet Saudie-Arabië de fondsen blokkeren om nieuwe aanslagen te vermijden. Zo niet volgen unilaterale maatregelen van de Verenigde Staten. Aan de kant van de Saudi's blijft men alle verdachtmakingen ontkennen. De Saudische ambassadeur in Washington en zijn echtgenote blijven erbij dat ze loyale partners zijn in de strijd van de regering-Bush tegen het terrorisme. Ze betreuren dat de zaak de Amerikaans-Saudische relaties verder zou aantasten, zo luidt het. 'Dit is een oorlog waar we samen in zitten', aldus de ambassadeur. Dat de FBI er maar niet in slaagt de Saudische connectie degelijk te onderzoeken, wijst op de zwakte van de instelling als antiterreurorganisatie.