INFO: De auteur is publicist.
...

INFO: De auteur is publicist. Ik wist al dat mijn moeder in 2005 honderd geworden zou zijn, en nu blijkt hetzelfde te gelden voor Jean-Paul Sartre, die bovendien een kwarteeuw dood is. Wellicht besteedt ook de Nederlandstalige pers dit jaar wat aandacht aan hem, en hopelijk blijft het dan niet bij amusante anekdotes over zijn vrouwen en wrokkig gelamenteer over zijn politieke blunders. Wat dat laatste betreft, de historicus Michel Winock noemt Sartre een vaincu sublime; dat vind ik mooi, met dien verstande dat deze verliezer me dierbaarder is dan de miezerige overwinnaars. Een kwestie van smaak, allicht. Wordt Sartre bij ons nog gelezen? Er is op het ogenblik in het Nederlands maar weinig van hem op de markt, en dat weinige stemt niet per se tot geestdrift - ik denk aan de bar slechte vertaling van het meesterwerk Les mots. Jammer, want Sartre was op de eerste plaats een formidabele en veelzijdige schrijver. Om mijn geheugen op te frissen, begon ik te bladeren in zijn Carnets de la drôle de guerre, in zijn theater en in zijn verhalend werk, en voor ik het besefte had ik honderden bladzijden achter de kiezen, ik kon niet meer ophouden. Best mogelijk dat hij geen enkel perfect literair boek heeft geschreven - afronding was niet zijn sterkste kant. Maar voortdurend stuit je op verbluffende flitsen en formuleringen, op magnifieke scherpzinnige passages; als hij (misschien) geen 'grote' romancier en geen 'grote' toneelschrijver was, dan toch een grote prozaïst. Ik bedoel dat niet zozeer esthetisch. Zijn teksten slepen je mee omdat ze ergens over gaan en ergens om gaan, omdat ze relevante dingen ter sprake brengen op een relevante, beweeglijke manier: je voelt hoe die belangrijke dingen nerveus op zoek zijn naar woorden, hoe ze uitgedrukt willen raken in een onverheven taal. Neem Sartres eerste en zeker niet beste toneelstuk, Les mouches. Het doet nu en dan houterig aan, zelfs amateuristisch - en toch, hoe interessant. Als je weet dat het uit 1943 dateert kun je het niet lezen zonder aan de bezetting te denken, maar er is meer. Het stuk levert een bewerking van de antieke stof over Orestes, en via Zeus disputeert het met de joods-christelijke God, onder andere (zie ik nu) door verwijzingen naar de bijbelse Job. Het bevat overdenkenswaardige gesprekken over vrijheid en vrijblijvendheid, over lichtheid en zwaarte, conformisme en non-conformisme, en je kunt je nog altijd goed een jonge mens voorstellen die door deze tekst diep geraakt en veranderd wordt. En voor wie iets specifiekers wil, Les mouches kan zowaar helpen om vragen te stellen bij onze gemakzuchtige cultuur van schuld en verontschuldiging (u weet wel: het Belgische volk excuseert zich). Ik noem nog één punt dat me erg voor Sartre inneemt: zijn eigensoortige, soms amper aanwijsbare, zelden afwezige humor. Het is een harde en slimme maar niet-zelfingenomen humor, hij spaart de schrijver niet, en hij heeft dan ook weinig vandoen met de loze ironie van zoveel hedendaagse pennen en stemmen. Ach Sartre, anti-moeder. Hij was een personage, een iemand van wie je al dan niet houdt. Ik hou van hem, met 'fouten' en al, ik stort me op gelegenheidsartikelen en speciale tijdschriftnummers, en ik ga straks naar de tentoonstelling in Parijs. Maar als schrijver herdenk je hem het best door hem te (her)lezen, en dat vind ik geen straf. Er valt nog een hoop te ontdekken. Zet me gerust een paar maanden op droog brood met zijn boeken; ik zal me geen moment vervelen, verkwikt en opgemonterd kom ik weer te voorschijn. Jan Braet