'Ik draag juwelen van de kunstenaar', zei de suppoost, trots pronkend met een polshorloge waarvan de wijzerplaat vervangen is door een fossielsteen. Aan haar halsketting bengelde een zandloper, disfunctioneel w...

'Ik draag juwelen van de kunstenaar', zei de suppoost, trots pronkend met een polshorloge waarvan de wijzerplaat vervangen is door een fossielsteen. Aan haar halsketting bengelde een zandloper, disfunctioneel want boordevol vastgelopen tijd. Die kunstenaar is Fabrice Samyn (°1981), de Belg die zich met 70 poëtische werken nestelt tussen het oeuvre van oudere meesters in de zalen van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel. Daar hoort een rij van twaalf massief glazen stolpsculpturen bij, in tinten blauw die uren aangeven. Of zijn het maanden? Er zijn ook de intrigerende schilderijen waarmee Samyn de kunstgeschiedenis induikt en speelt met barokke werken. Uit het clair-obscur van Georges de La Tours De boetvaardige Magdalena isoleert hij de lichtbron en kopieert die vlam op mensengrootte. Boven op een afbeelding van een Sint-Sebastiaan met een door pijlen doorzeefd lijf tekent hij een skelet door delen van het eeuwenoude vernis weg te halen.