Op de keukenkast staan drie lege waterflessen van 20 liter. De huisbazin, die toevallig op bezoek is, chargeert: 'Die flessen zijn veel te zwaar! Het is een wonder dat de boel nog niet is ingestort.'
...

Op de keukenkast staan drie lege waterflessen van 20 liter. De huisbazin, die toevallig op bezoek is, chargeert: 'Die flessen zijn veel te zwaar! Het is een wonder dat de boel nog niet is ingestort.' De huurder: 'Maar de flessen zijn leeg.' Huisbazin: 'Maar wat als ze vol waren? Wat dan?' Zo'n gesprek is alleen in Rusland mogelijk. Overal waar Ruslandcorrespondent Jelle Brandt Corstius daar opduikt, kijkt Gogol om de hoek. Geen wonder dat Corstius, die door de Russen met Julig Brunf Sontstins wordt aangesproken, de onbereikbare bureaucraat die voor zijn visum moet zorgen al snel verwart met Akaki Akakijevitsj, de kleine ambtenaar uit Gogols novelle De mantel. Corstius, die voor het dagblad Trouw uit Rusland en omstreken rapporteert, heeft met Rusland voor gevorderden. Berichten van een overlever een even vermakelijk als ontroerend boekje geschreven, waarin eindelijk eens niet naar de ziel van de Rus wordt gespeurd. Die ziel spat namelijk van elke bladzijde af. De nuchtere toon die Corstius aanslaat, is heel geschikt om de juiste contouren te geven aan de tragikomische alledaagsheid van het leven in Moskou: 'Zelfs na twee jaar heb ik hier nog nooit een saaie dag meegemaakt, ook niet als ik er mijn best voor deed.' En dus schrijft Corstius een reportage over de nepreisorganisator Popov. Dat gaat zo. Een Moskous meisje vertelt haar vrienden dat ze op reis gaat naar Rio de Janeiro. In werkelijkheid verstopt ze zich. Maar het nepreisbureau zorgt wel voor een getrukeerde foto van het meisje naast het Christusbeeld op de Corcovadoheuvel. Verder wordt de nepreizigster uitgerust met allerlei fopartikelen zoals lokale sleutelhangers, bioscoopkaartjes en souvenirs, die na haar 'terugkeer' als bewijsstukken gelden voor haar verblijf in Brazilië. Heel grappig is het verhaal over een afdeling van de Moskouse brandweer, die uitrukt om in de winter een kelderbrand in een torenflat te blussen: twee mannen komen rokend aangereden in een kleine Lada, stappen uit, vragen de bewoners of ze niet wat lege kartonnen dozen hebben, vullen die bananendozen vervolgens rustig met sneeuw en gooien die in het vuur. Intussen trekken de gerustgestelde bewoners met de lift weer naar hun hoge flats. Corstius was in Altai, Kazachstan, Armenië en de Kaukasus. Hij schreef een hilarisch verhaal over zijn bezoek aan rendierhoedende Nenets in het uiterste noorden van Rusland. Er is zelfs een verhaal van een reis naar het ongelimiteerde gebied van de alcohol, en we maken kennis met de hurkende bedelaars in de chique Moskouse Tverskajastraat die een bordje dragen waarop staat: 'Geef geld om ons te kunnen bezatten.' Een hele hoop lachende mensen gooien roebels in hun doos. JELLE BRANDT CORSTIUS, RUSLAND VOOR GEVORDERDEN. BERICHTEN VAN EEN OVERLEVER. PROMETHEUS/AMSTERDAM, 186 BLZ., 14,95 EURO. Piet de Moor