Hoe klinkt stilte in de stad? Zoals een doek van Dali of Magritte wellicht. Want dat kleuren ook geluiden maken, dat moet u van ons aannemen. U leest er volgende week meer over. Stilte dus.
...

Hoe klinkt stilte in de stad? Zoals een doek van Dali of Magritte wellicht. Want dat kleuren ook geluiden maken, dat moet u van ons aannemen. U leest er volgende week meer over. Stilte dus. 'Zet alle verkeerslichten op rood. En enige seconden lang valt de wereld stil, zoals wanneer je de stekker van de radio uittrekt. Dan pas besef je wat een oorverdovend geraas er altijd rond onze oren hangt', zegt Rudi. 'We kunnen tijdens ons werk niet praten, we moeten altijd roepen. Behalve als we het heel even allemaal op rood zetten. Zelfs als de motoren blijven draaien, kun je dan fluisteren', zegt Ronny. 'We zouden dat moment soms willen rekken. Een stoeltje openklappen in het midden van zo'n kruispunt en de krant lezen.' 'Doen we natuurlijk niet', zegt Rudi. 'Je zou wat zien met die meute. Na die eerste seconde komen ze weer bij hun positieven. Beseffen ze plots opnieuw dat ze vijftien minuten geleden al op hun werk hadden moeten zijn, of bij de kapper of de krantenboer. Hollen, hollen, hollen. Altijd ergens moeten zijn. Soms ook nergens, en toch nog hollen.' Sinds een collega van hen, een beer van een vent, een vervelende automobilist achterna heeft gezeten met een paal, krijgen ze - zoals buschauffeurs en ander volk dat de ondankbare gemeenschap der mensen dient - lessen in zelfbeheersing. Omgaan met agressie. 'Als we stilte willen, Ronny en ik, gaan we wel vissen. Sinds we deze job doen, kijken we toch wel anders naar mensen.' 'En naar onszelf', zegt Ronny. 'En naar onszelf', zegt Rudi. 'Als ik 's avonds thuiskom van mijn werk en op mijn beurt achter het stuur van de auto kruip, moet ik altijd even doorbijten. Want dan word ik een van hén. Leg één dag alle verkeerslichten in Vlaanderen plat, en het is revolutie. Zeker weten.' 'Op zomerse dagen stippelen we ons parcours zo uit dat we 's middags onze boterhammen in een parkje kunnen opeten. Tegen een boom', zegt Ronny. 'En liefst nog bij het water', zegt Rudi. 'Als ik op reis ga, stippel ik mijn route ook uit in functie van zeeën, meren en rivieren.' Rudi Van Win en Ronny Vanhorenbeeck gaan elke dag samen op stap. Ze vervangen de lampen in de verkeerslichten op de Antwerpse kruispunten. Rudi was ooit loodgieter, Ronny kok. 'Van al dat binnenzitten werden we tureluurs. Dus werken we nu buiten.' 'In de jungle.' 'De Havenweg is het ergst. Daar rijden ze er de stukken van af. De bermen liggen er bezaaid met oud ijzer en rubber. Op de Noordlaan moeten we onze ladders en emmers altijd stevig vasthouden. Zelfs als het er windstil is, waaien we bijna weg. Vrachtwagens maken veel wind. Met of zonder snelheidsbegrenzer.' 'Of het nu 70 of 90 is.' 'Je gelooft soms niet wat je ziet. Steve Stevaert zou eens een dagje met ons moeten optrekken. Ideetjes voor máánden zou hij opdoen. En goede ideetjes bovendien.' 'We kunnen hem precies vertellen op welke plaatsen flitsers zouden moeten staan. En waar ze niet nodig zijn.' 'De mens kan niet zonder licht. Het is in de mode om kruispunten door rotondes te vervangen. Maar op sommige plaatsen komen ze daar al van terug. Af en toe zie je op die rotondes toch weer rode lichten verschijnen. Anders wordt het een zootje.' 'Het is nochtans eenvoudig. Als je op de rotonde bent, heb je normaal voorrang.' 'Ja, en normaal mag je niet door een rood licht rijden.' 'Het ligt aan de mensen, en ook aan de auto's. Ze maken ze te snel, te agressief.' Rudi rijdt met een pick-up. Ronny met een 2PK.Maandag 16 juli, 17.28 uur, Radio 1, Touring Mobilis: 'Op de E40 Brussel-kust is er een... euh, zetel gesignaleerd, in de richting van de kust. Uitkijken dus.' Hoog boven de grond, bungelend aan een kraan of een paal, is het uitzicht op de mensheid ronduit komisch. 'We lachen wat af. Het is wel triest, maar toch ook grappig om al die mensjes in hun autootjes te zien zitten. En de hele dag lang dat concert van claxons. Kort en lang, schuchter en brutaal.' Mieren zijn wij, u en ik die ons elke dag afjakkeren om altijd ergens net niet te laat of te vroeg aan te komen, en om er weer weg te geraken. Op onze 1000 kilometer autosnelwegen, 5000 gewestwegen, 50.000 gemeentelijke wegen. Met hun 31.200 verkeerslichten. Met 113.500 per dag op de E40 Brussel-kust, met 214.400 op de Antwerpse Ring. Zon of regen, goesting of geen goesting. Doe de proef. Herken uzelf in de volgende beschrijving. Plots duiken er op uw weg roodwitte kegels op. Vaart minderen. Twijfelen of u er links of rechts voorbij moet. Even spieken bij de buur, die ook even spiekt bij zijn buur, en met z'n allen speuren naar mannen in uniformen aan de kant van de weg. Vervolgens allemaal de richting volgen die de meest ondernemende chauffeur uitgaat. Daar zijn al zeer geleerde boeken over geschreven, over The Social Animal, groepsgedrag en onze zelfzuchtige genen. Over het botsen van keikoppen. Het is Big Brother, maar dan echter dan real. Rudi en Ronny maken het elke dag mee. 'En elke dag gratis auto- en motorsalon.' 'En mooie vrouwen.' 'En ze mogen beweren dat we niet te gauw mogen zeggen dat het weer een vrouw is. Maar het is nu eenmaal zo: vrouwen vallen in het verkeer makkelijker stil dan mannen.' Rudi en Ronny hebben behalve vissen nog een andere hobby gemeen: motoren. Rudi rijdt met een zware motor, Ronny met een crosser. 'Als Ronny een motor ziet aankomen, roept hij mij. Zie ik een crosser, roep ik hem. Met motorrijders heb je het minste last.' 'Het snelst boos worden zij die de meeste tijd hebben. Mensen met één afspraak op een godganse dag. Gepensioneerden, vrouwen die klokslag negen uur bij de kapper willen zitten.' 'De woorden die ze ons soms naar het hoofd slingeren, mag je niet in Knack zetten.' 'En elke gemeente heeft zijn eigen publiek.' Groot Antwerpen, anders bekeken. Een sociologische studie op basis van de kisten waarin sinjoren zich, bij leven en welzijn, verplaatsen. 'We weten altijd precies waar we welke reacties krijgen. In Antwerpen zelf zoekt iedereen zijn weg. Daar letten ze niet op ons. Als we in Brasschaat ons werk doen, krijgen we de madammen met de Landrovers tegen ons.' 'En de heren in de Jaguars die tot negen uur slapen en om tien uur hun krant moéten hebben, en geen kwartier later.' 'In Deurne is het campingvolk.' 'Borgerhout, daar hebben we nooit problemen. Beleefd volk ginder.' *** 'En dan die lichten die er wel stonden, maar waar iemand op een zekere dag toch doorraasde. Rood nochtans, geen oranje. Het resultaat daarvan zien we vaak: fotootjes op de palen.' 'En bloemen aan de voet.' 'Een collega van ons heeft onlangs gezien hoe een vrouw werd doodgereden. Hij stond er tien meter van. Dan moet je er even uit.' 'Niet iedereen sakkert op ons. Niet iedereen doet lastig. Soms stopt er eentje om ons te bedanken. Omdat we ervoor zorgen dat de lampen branden.' 'Op sommige plaatsen, als het licht op groen springt, blijven we zelf toch nog even staan. Want het rood is niet voor iedereen heilig. Soms helpen we oudjes de straat over. Met onze ladder dwars over het zebrapad. Een onmens die dan nog durft te claxonneren, maar ze bestaan. Automobilisten zijn de baas.' 'Misschien moesten ze ons in een andere kleur steken. In het blauw. Want oranje mist elk effect. Overal waar wegenwerken zijn, zie je oranje. De mannen van de vuilkar dragen oranje. Wie stopt daar nog voor?' 'Zelfs blauw werkt niet meer. Ook de mannen van de ambulance klagen.' *** 'De één bestudeert rijdend wat uit zijn neus komt. De ander eet een koud schoteltje. Nog een ander belt, eet, rookt en rijdt tegelijkertijd. Wij zijn een raar volkje, wij Belgen. Als we in het noorden van Antwerpen de grens oversteken, gaat het er al heel anders toe.' 'De verkeerslichten hebben daar van die handige lichtjes op ooghoogte, met rode, groene en oranje fietsjes. Heel keurig.' Er wordt gezegd dat de modale Vlaming mondiger is geworden. Mondiger, niet noodzakelijk egoïstischer. Integendeel. Hij verdraagt minder inciviek gedrag in het publieke leven dan vroeger. Daar bestaan studies over. Barometers. Europese waardenonderzoeken. In 1981 zei twintig procent van de ondervraagde Vlamingen dat ze niet zomaar bevelen willen volgen, maar eerst moeten worden overtuigd van de juistheid van wat hen wordt gevraagd. Vandaag is dat al dertig procent. 'Hoezo, oranje?! Ach, dat is toch zoiets als het glas dat halfvol of halfleeg is, nee? Blazen? Ikke? En waarom dan wel?' 'Omdat u minstens twee dozijn halflege glazen op hebt, meneer.' Wij moeten u dienaangaande nog één keer vervelen met wat de socialistische maître à penser, Louis Tobback, ons daarover vertelde, en wat u níét in Knack las: 'Ik herhaal dus: ik stop níét voor een rood licht in de woestijn. Ik krijg in Leuven elke dag te maken met vrije burgers die zeggen: ikke zie hier niemand, dus ikke beslis om door te rijden. Wel, de verantwoordelijkheid gebiedt u en mij om de nederigheid en bescheidenheid op te brengen om te veronderstellen dat áls daar een licht staat, daar wel een reden voor zal zijn. Dat mij - simpele burger - misschien iets ontgaat, dat op het ogenblik dat ik doorrijd er misschien net een straaljager moet landen, of zoiets. De kwestie is dat ik, tot het bewijs van het tegendeel, blijf uitgaan van de veronderstelling dat wetten en regels er niet zonder reden zijn. Dat we niet in de wereld van Dali leven.' *** In Massachussets, op de grens met Connecticut, ligt een meer dat luistert naar de naam Chaubunagungamaug. Het betekent: 'Jij vist aan jouw kant, ik vis aan mijn kant, niemand vist in het midden: geen probleem.' Een mens kan niet zonder licht, niet zonder regels. 'Ik stop niet voor een licht in de woestijn', zegt Ronny. 'Toch niet als het op groen staat.' 'Ik wel', zegt Rudi. 'Want ik wil er zeker een foto van.'Filip Rogiers