De jonge socioloog Gert Keunen bekijkt de popmuziek door de ogen van de muzikant en buigt zich over een kwarteeuw popgeschiedenis. Een gesprek over ?Surfing on popwaves?.
...

De jonge socioloog Gert Keunen bekijkt de popmuziek door de ogen van de muzikant en buigt zich over een kwarteeuw popgeschiedenis. Een gesprek over ?Surfing on popwaves?.POPMUZIEK verdraagt maar weinig literatuur. De beroemdste doden krijgen hun biografie en jonge popgroepjes een plakboek voor de fans. Echte geschiedschrijving is echter al moeilijker te vinden. In het eigen taalgebied is het bij voorbaat al feest wanneer er nog eens een boek verschijnt dat meer doet dan hielen likken. Aangepord door een lessenreeks en puttend uit eigen interesse en journalistieke ervaring, heeft de jonge socioloog Gert Keunen (27) zich over een kwarteeuw popmuziek gebogen. In ?Surfing on popwaves? wordt de klassieke vorm van geschiedschrijving angstvallig ontweken. Keunen ziet popmuziek als een dynamisch spel van herhaling en vernieuwing en struint ter illustratie door enkele belangrijke stromingen van de jongste jaren. Door de ogen van de muzikant wordt gekeken naar de impulsen die popmuziek altijd weer doen vervellen en in nieuwe richtingen duwen. Lange opsommingen of uitgebreide stambomen zijn uit den boze. Keunen schetst de levenscycli van een aantal recente genres en ziet veel gelijkenissen en soms verschillen. Omdat het nog volop in opbouw en beweging is, speelt het heden daarin een belangrijke rol. Zo is Keunen één van de eersten om dansfenomenen als jungle en triphop in kaart te brengen. ?Surfing on popwaves? meldt zich dan ook als een leerrijk jongensboek, waarin de geschiedenis van de popmuziek wordt opgevoerd als een spannende soap. U heeft bewust de muzikant als uitgangspunt gekozen. GERT KEUNEN : Als ik naar muziek luister, wil ik uitvissen wat een muzikant als basis gebruikt om zijn muziek te maken en wat hij ermee doet. Dat vind ik veel belangrijker om muziek te kunnen vatten dan te kijken naar welke mensen een bepaald soort van muziek beluisteren. Op die manier denk ik het geven van een historisch overzicht op basis van dominante stromingen te kunnen vermijden. Wat je meestal terugvindt in boeken is een onderverdeling in tijdperken. In de jaren vijftig luisterde men naar rock'n'roll, daarna volgen The Beatles en de Rolling Stones. Zo'n analyse krijg je wanneer je gaat kijken naar wat de meeste mensen op een bepaald moment beluisteren. Vertrek je echter bij de muzikant, dan valt die afbakening van stijlen weg. Dan zie je dat er tegelijkertijd verschillende stromingen zijn die elkaar overlappen of op elkaar reageren. Zijn daar bepaalde spelregels voor ? KEUNEN : Wanneer iemand muziek maakt, vertrekt hij van regels die hij aanleert maar waarvan hij tegelijkertijd ook afwijkt. En dat afwijken is altijd een vorm van vernieuwing. Het is de mate waarin je afwijkt die ervoor zorgt dat een genre in nieuwe banen kan worden geleid. In welk genre men ook actief is, popmuziek is altijd een dynamisch spel van herhaling en verschil. Daarom is techno vandaag bijvoorbeeld interessanter dan rock. Er wordt meer afgeweken en het evolueert sneller. Opvallend is dat verschillende mensen op hetzelfde moment met gelijkaardige nieuwe dingen bezig zijn. KEUNEN : Vernieuwing komt vaak voort uit verveling. Men is uitgekeken op de manier waarop een muzikale stijl zich ontwikkelt. Of men voelt dat het verleden verraden wordt en men wil terug naar de bron. Of men zit op een dood spoor en gaat op zoek naar nieuwe elementen. Dikwijls is het een benadrukken van een element dat er vroeger is geweest. Verveling kan zich afspelen op het niveau van de individuele muzikant, maar vaak hebben veel mensen op hetzelfde moment datzelfde verveelde gevoel. Intelligente techno is bijvoorbeeld een duidelijk signaal dat veel mensen uitgekeken waren op louter functionele dansmuziek. Ze wilden iets meer, iets wat je in de woonkamer kon beluisteren. Dat hangt ook samen met het feit dat een genre zich eerst helemaal moet kunnen ontwikkelen voor je er serieus kunt van afwijken. In dit geval moest house dus eerst volgroeid zijn vooraleer techno eruit kon voortvloeien. Het is ook een vorm van vibratie die er hangt. In het geval van house werd de elektronische apparatuur eerst gebruikt om er mooie beats mee te maken. Daarna is men gaan kijken wat er nog uit te halen viel. Wat zijn de belangrijkste stimulansen tot vernieuwing ? KEUNEN : Technologie is zeer belangrijk. Als je dingen uit het verleden met nieuwe apparatuur overdoet, klinken ze meteen anders. Toen in de jaren dertig de elektrische gitaar uitkwam, gingen bluesmuzikanten daar meteen mee experimenteren. Hiphop is een typevoorbeeld. Aan het begin van de jaren tachtig vervangt de ritmebox de breaks die men deed op basis van platen. Enkele jaren later vervangt de sampler op zijn beurt de ritmebox. Het hele geluid van een genre kan zo veranderen. De setting is heel bepalend in popmuziek. Haar geschiedenis laat zich lezen aan de hand van steden waar schijnbaar uit het niets nieuwe genres of stijlen ontstaan. KEUNEN : Een genre heeft enerzijds basiskenmerken en familietrekjes. Anderzijds is er het groepsgevoel. Een individuele muzikant is niet zo individueel als hij zelf denkt. Muziek is een socio-historisch fenomeen en je mag haar niet isoleren van de setting waarin ze is gegroeid. De manier waarop iemand reageert op zijn omgeving kan ervoor zorgen dat verschillende muzikanten hetzelfde doen. Ook al zeggen de groepen uit Seattle dat ze elkaar niet echt goed kennen, toch komen dezelfde stimuli op hen af. Dat is de couleur locale die aan een stijl hangt. Het is allerminst vreemd dat techno ontstaan is in Detroit. Het is een spookstad met heel veel agressie en straatgeweld. En dan krijg je muziek die heel extreem en machinaal klinkt. De afgelopen jaren is muziek een werelds gebeuren geworden. Artiesten kunnen overal vandaan komen en het web is zo dicht dat het haast ondoorzichtig wordt. KEUNEN : De media spelen daarin een belangrijke rol. Ze hebben er alle belang bij om telkens met iets nieuws voor de dag te komen. Anders verliezen ze hun lezers of luisteraars. In Groot-Brittannië gaan ze daar heel ver in. Haast elke week wordt uitgepakt met een nieuw genre. Ik pleit ervoor om minder nonchalant om te springen met zulke termen. Je hebt natuurlijk labels nodig. Anders kan je niet over muziek praten. Maar het is vooral belangrijk wat je ermee doet. Je zit fout als je ze gebruikt om artiesten in een strak keurslijf te gieten. Als vage omschrijving kunnen ze wel. Dat is ook de notie van familienaam en voornaam die ik hanteer. Neem bijvoorbeeld ambient jungle. Van jungle weet je ongeveer wat het is. Ambient betekent dat de beat niet altijd aanwezig is en dat er meer sfeerscheppingen zijn. Popmuziek overlapt momenteel vrijwel alle generaties en is de enige kunstvorm die haar publiek ziet groeien. KEUNEN : Dat heeft natuurlijk ook te maken met het publiek bereik van een cultuurvorm. Neem bijvoorbeeld hedendaagse klassieke muziek. Sociologisch gezien is dat elitair. Niet dat die mensen elitair zijn, maar het is wel een beperkt publiek dat ernaar luistert. De makers richten zich ook niet op de massa. En als je er geen moeite voor doet, kom je er ook niets van te weten. Terwijl je met popmuziek rond de oren wordt geslagen. Er is elke dag meer en het maakt deel uit van ieders leven. Zelfs de grootste tegenstanders kunnen er niet onderuit. Dat is het grote verschil met de hele kunstgeschiedenis. Daarom is pop ook zo dynamisch. Iedereen is ermee bezig. Iedereen heeft er een visie op. Desondanks is er nog altijd behoorlijk wat koudwatervrees. Nieuwe genres moeten vaak lang trekken en duwen voor ze aanvaard worden. Mensen wennen schijnbaar traag. KEUNEN : Daarvoor gebruik ik de term genrebril. Elk genre waarin je werkt, heeft een referentiekader. Je weet hoe je je heupen moet draaien of hoe je moet reageren. Iemand die dat niet voelt, begrijpt het ook niet. Vandaar ook het onbegrip tegenover rapteksten. Een buitenstaander interpreteert dat onmiddellijk als seksisme. Net zoals men house drugsmuziek noemt. Dat is dus een bekrompen beeld van mensen die dat gevoel niet hebben. Voor het ogenblik heb je een grote schemerzone tussen rock en techno. Eigenlijk zijn er maar weinig groepen die echt op de wip zitten. Meestal gaat het om een dansact of een gitaargroep die elementen uit het andere kamp gebruikt. Zo gebruikt The Prodigy wel gitaren maar zitten er geen echte structuren in de nummers. Het blijft techno die gekleurd wordt met rockelementen. Daardoor krijgt een rockliefhebber echter wel aanknopingspunten. Opeens kan je zo met de bril van een ander genre nieuwe dingen begrijpen en appreciëren. Een echte jongerencultuur kan je het ondertussen wel niet meer noemen. KEUNEN : Daarvoor is het te fel in de breedte gegaan. In de jaren vijftig was alles nog nieuw en duidelijk. In de ogen van de academici en beleidsmensen uit die tijd was pop een aanwijsbaar segment in de maatschappij dat zich bezig hield met een bepaald soort muziek. Het begrip jongere was ook nieuw. Die notie is pas ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor was men kind of volwassene. Met de intrede van het zakgeld kregen jonge mensen eigen middelen. Er groeide een nieuwe cultuur waar de platenindustrie zich gretig op heeft gestort. Die jongeren zijn ook ouder geworden en houden vaak nog altijd van The Beatles. Daardoor is de strikte afbakening van een subcultuur ook moeilijker geworden. Vernieuwing voltrekt zich vaak via non-muzikanten. Men voelt zich zo gedreven of geïrriteerd dat men gewoon naar het dichtstbijzijnde instrument grijpt en begint te musiceren. KEUNEN : Dat is ook weer typisch aan popmuziek. De notie muzikant is er heel anders dan bijvoorbeeld in de klassieke muziek. Je hoeft niet minimum acht jaar notenleer gevolgd te hebben om een instrument te bespelen. Het zijn geen echte muzikanten, het zijn wel mensen die muziek willen maken. In het denkpatroon van popmuziek zijn dat dan popmuzikanten. In de jaren zeventig werd popmuziek te complex en kwam er een felle reactie. Men ging er prat op dat men geen instrument kon bespelen en toch popmuziek maakte. Maar ook dat is een popmuzikant. Het gaat zelfs verder. In de actuele dansmuziek duikt het concept van de dj als muzikant op. Ze werken op basis van bestaande opnames en doen evenveel met die bouwstenen als iemand die gitaar speelt. De impact van punk is van groot belang geweest voor die evolutie. Men wou muziek maken met geluiden en het deed er niet toe waar die vandaan kwamen. Een boormachine kreeg evenveel muzikale kwaliteiten toegedicht als een gitaar. Daar is eigenlijk de grote omwenteling gebeurd. Bij dj's is die gedachtengang nog radicaler. Waarom nog zelf muziek maken als er al genoeg is. Ik denk dat het Mixmaster Morris was die zei : ?We hebben er een halve eeuw in gestopt om platen te maken. Nu wordt het tijd om ze ook te gebruiken.?Kan popmuziek zich eeuwig blijven vernieuwen ? KEUNEN : Ik denk het wel. Omdat het basismechanisme blijft doorlopen. Zodra men uitgekeken is op iets, gaat men op zoek naar iets anders. Binnen de dansmuziek zijn die cycli momenteel heel kort. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat er constant wordt ingespeeld op de snel veranderende technologie. De eerste artiesten experimenteerden met synthesizers en haalden die open om nieuwe klanken te genereren. Vandaag zitten die allemaal kant-en-klaar in eenvoudige geluidsmodules. Na enkele weken ben je ook daar weer op uitgekeken en ga je op zoek naar nieuw speelgoed. Techno speelt dus heel kort op de bal. De recentste evolutie is het uitgekeken zijn op mechanische klanken. Men gaat op zoek naar natuurlijke klanken. Vandaar ook het gebruik in triphop van warme vrouwenstemmen om het kille van de elektronica af te zwakken. Ondertussen heeft popmuziek natuurlijk het voordeel enige geschiedenis te hebben. Vindt men nu niets meer, dan recycleert men gewoon. KEUNEN : Ook daar is verveling weer de belangrijkste drijfveer. Uit onvrede met het heden wordt er naar iets uit het verleden teruggekeerd. De media spelen daar opnieuw een belangrijke rol in. Bij ontstentenis van nieuwe dingen gaan ze terug in de tijd. Ook omdat het weer leeft bij jonge groepjes. De pop uit de jaren zestig en zeventig is duidelijk voelbaar bij de groepen van nu. Anderzijds speelt ook hier het belang van de technologische ontwikkeling. The Doors worden opnieuw uitgebracht op cd, vervolgens maakt een regisseur een film en plotseling is The Doors het nieuwe hippe groepje. Het publiek wordt jonger en het historisch besef is klein. Zo komt iets veel nieuwer over dan het in werkelijkheid is. Het live-aspect is vaak een bepalende barometer voor de doorbraak naar een groot publiek. Wie in dat examen faalt, kan het wel op zijn buik schrijven. KEUNEN : Het is inderdaad een essentieel gegeven. Typisch aan de hele rocktraditie is de folk attitude. Als je naar een optreden gaat, moet je kunnen vertrouwen op wat je ziet. Je ziet iemand gitaar spelen en zingen. Je moet dat niet echt kunnen verstaan. Maar de attitude waarmee hij dat zingt, moet je aanspreken. Het is de idee dat je de mens achter de artiest leert kennen. Voor een rockgroep is dat de ultieme toetssteen. House is gegroeid binnen het uitgaansmilieu. Daar is het sociale aspect dat het mensen bij elkaar brengt op een dansvloer. Omdat men zich in techno meer als autonome artiest gaat profileren, wordt het live-aspect belangrijker en gaat men het publiek opzoeken. Het begon met optredens in clubs en ze schakelden achteraf over op rockzalen. Vanaf het moment dat techno aan dat criterium voldeed, werd het opgenomen in het media-apparaat en kreeg het een opening naar het grote publiek. Aan het einde van het boek zit een kort maar hevig pleidooi voor de subsidiëring van popmuziek. Vanwaar die plotse oprisping ? KEUNEN : Het is eigenlijk een vorm van ongenoegen over het globale cultuurbeleid. Jarenlang al beschouwt men altijd dezelfde uitingen als creatief. Popmuziek wordt daarbij steevast vergeten. Terwijl het zo vernieuwend en snel is dat het één van de belangrijkste smaakbepalers van de naoorlogse geschiedenis is geworden. Zoiets moet je gaan ondersteunen. Artiesten moeten aangewakkerd worden om die progressieve tendensen te volgen. Zo kan popmuziek nog dynamischer worden dan het al is. Jan Delvaux Gert Keunen, ?Surfing on popwaves. Een kwarteeuw popmuziek.?, Meulenhoff/Kritak. Gert Keunen : Muziek is een socio-historisch fenomeen en je mag haar niet isoleren van de setting waarin ze is gegroeid. Gert Keunen : Vernieuwing komt vaak voort uit verveling.