In Vlaanderen zullen ze u niet zo snel vieren. Hoe komt het dat u in Frankrijk zoveel meer respect krijgt?

Arno Hintjens: Ik ben daar eigenlijk niet mee bezig. Ik heb ook niet echt het gevoel dat ik in Vlaanderen niet gewaardeerd word. Maar het is wel plezant om chevalier te zijn. Dat heeft niets met adel te maken, het gaat echt om cultuur. Ook Bob Dylan en David Bowie zijn chevaliers. Tof dat ze dat nu aan een Vlaming geven. Hier in België hebben ze de gewoonte om niet te appreciëren wat onder hun neus ligt. Dat is de typische Vlaamse underdog-mentaliteit. Bob Dylan heeft zijn nummer Desolation Row bijvoorbeeld op De intrede van Christus in Brussel in 1889 van James Ensor gebaseerd. Maar niemand weet dat hier, typisch. En Jacques Brel was in het buitenland bekender dan in België. Veel Belgen moesten zelfs niets van hem weten.
...

Arno Hintjens: Ik ben daar eigenlijk niet mee bezig. Ik heb ook niet echt het gevoel dat ik in Vlaanderen niet gewaardeerd word. Maar het is wel plezant om chevalier te zijn. Dat heeft niets met adel te maken, het gaat echt om cultuur. Ook Bob Dylan en David Bowie zijn chevaliers. Tof dat ze dat nu aan een Vlaming geven. Hier in België hebben ze de gewoonte om niet te appreciëren wat onder hun neus ligt. Dat is de typische Vlaamse underdog-mentaliteit. Bob Dylan heeft zijn nummer Desolation Row bijvoorbeeld op De intrede van Christus in Brussel in 1889 van James Ensor gebaseerd. Maar niemand weet dat hier, typisch. En Jacques Brel was in het buitenland bekender dan in België. Veel Belgen moesten zelfs niets van hem weten. Hintjens: Ik doe dat echt niet om meer succes te hebben in Frankrijk. Frans swingt in sommige liedjes, Engels in andere. Ik schrijf liedjes doordat ik leef, ik word geïnspireerd door het leven. In dat leven is er Frans: ik woon in Brussel en heb veel Franstalige vrienden. Als ik door een situatie die zich in het Frans heeft afgespeeld of door een Franse zin wordt geïnspireerd, schrijf ik het nummer in het Frans. Simpel. De cd A la Française heb ik bijvoorbeeld gemaakt in de tijd van de scheiding van de moeder van mijn kinderen, een Française. En toen was er véél Frans, geloof me. Hintjens: Rockmuziek is mijn roots en de taal van rock-'n-roll is Engels. Ik heb wel eens geprobeerd om in het Nederlands te zingen, maar ik kan in die taal niet swingen. Een paar jaar geleden kreeg mijn bureau in Parijs een vraag van Walt Disney of ik de Vlaamse soundtrack van Toystory wilde maken, op muziek van Randy Newman. 'Ik kan dat niet in het Vlaams. Er zijn gasten die dat veel beter kunnen', zei ik. En ik raadde Raymond van het Groenewoud of Johan Verminnen aan. Maar bij Disney dachten ze dat ik gewoon meer geld wilde, en ze boden me een som aan waartegen ik geen nee kon zeggen. Dus heb ik het gedaan, ook omdat ik het tof vond dat mijn kinderen zouden luisteren naar liedjes die hun vader zingt. Dat was de eerste keer dat ik in het schoon Vlaams heb gezongen. Hintjens: Als de mensen me verstaan, is het goed. Ik heb nooit ABN willen spreken. Ik kan dat gewoon niet. Ik kan geen ziel leggen in Beschaafd Nederlands. Als je de hele tijd moet nadenken over hoe je spreekt, neemt dat je vrijheid af. De mensen die ik ken, hebben allemaal het een of andere accent. De Pakistaan bij wie ik sigaretten koop, spreekt Engels met een accent, de uitbater van de épicerie verderop is een Indiër en die spreekt ook met een accent. Ik heb in Amerika platen opgenomen en geen enkele producer heeft me gezegd dat ik mijn uitspraak moest aanpassen. In welk accent dan? Van welke stad? Een echte Parisien spreekt anders dan iemand uit Zuid-Frankrijk en in New York klinken de mensen anders dan in Chicago. Vlaanderen is volgens mij de enige plek waar ze je op je uitspraak pakken. Ik heb me nooit alleen met Vlaanderen beziggehouden. Had ik dat gedaan, dan stond ik al lang aan de dop. Zelfs James Ensor kon geen Nederlands praten. Ik heb radio-opnames van hem gehoord en hij kende alleen Oostends en Frans (lacht). Hintjens: De familie van mijn grootmoeder sprak Frans. Dat was in mijn kindertijd ook nog de taal van de Oostendse bourgeoisie. Ook in het atheneum werd op de koer veel Frans gesproken. Er is zelfs vandaag niet één oude Oostendenaar die het over het Wapenplein heeft, voor hen is dat de Place d'Armes. En toen ik vroeger in de Langestraat uitging, moest ik wel Frans praten voor de schone madams. Hintjens: Zeker. Dat leverde slagvelden op. Wij hebben hooligans avant la lettre meegemaakt. Die Engelsen sloegen alles kort en klein. Sommige cafés weigerden hen gewoon. In Oostende kwamen ze drinken, in Engeland konden ze dat niet en Belgisch bier is straffer. Oostende was zijn tijd gewoon ver vooruit. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig was er bijvoorbeeld al een concentratie van gay people. Er waren clubs met deejays waar we platen van 33 naar 78 toeren draaiden, een speciale beat die we 'popcorn' noemden. De gay people _ over het algemeen coiffeurs en veel lesbiennes _ kwamen op vrijdag en zaterdag naar Oostende. Elke zondagnamiddag dansten die op de zeedijk in de Versailles in de open lucht, verkleed zoals je nu op house- of technoparty's ziet. Jonge mensen kwamen in het weekend uit Noord-Frankrijk, Brussel, Antwerpen naar Oostende, omdat het daar gebeurde. Hintjens: Oostende leefde in het weekend, maar tijdens de week gebeurde er niets. En als je jong bent, wil je elke dag feest, zeker in mijn geval. Dus trok ik naar Londen om platen en kleren te kopen. Ik zat in die tijd op de hotelschool aan het station en daar zag ik al die beatniks met lang haar van de trein komen. Die waren vrij, dat peisde ik toch. Ik wilde zijn zoals zij. De Noordzee maakte mij ook enorm nieuwsgierig: ik zag dat grote zwembad met die boten erin en wilde zien wat daarachter lag. Onze grens was water, hè. Dus ben ik beginnen moven. Hintjens: Voor mij is Brussel Vlaanderen niet, het is de wereld, het centrum van Europa. In Parijs spreekt iedereen Frans en in Londen Engels, maar hier mag je alles spreken, de mensen verstaan je wel. Heel uiteenlopende figuren hebben in Brussel gewoond: Arthur Rimbaud, Charles Baudelaire, Karl Marx, Miles Davis. Daarom voel ik me hier thuis. Dat hele communautaire gedoe vind ik belachelijk. Voor de politiek is dat belangrijk, maar de gewone mens veegt er zijn gat aan. Dat is passé. Politiekers die zich vandaag nog met Vlamingen en Walen in Brussel bezighouden, zijn in de jaren zeventig blijven steken. Ze zouden beter tijd in andere dingen steken, in dingen die de mensen bezighouden. Kinderen, of het nu blanken, Italianen, zwarten of Arabieren zijn, moeten hier in Brussel bijvoorbeeld een omweg maken om van school naar huis te gaan omdat ze bang zijn voor, meestal Arabische, gangs. Ze kunnen niet meer op straat spelen, ze hebben geen vrijheid meer en dus blijven ze achter hun computer of PlayStation zitten en worden ze geïsoleerd. Dat is niet de schuld van die gasten in gangs. Eigenlijk willen die wel integreren, maar ze krijgen de kans niet en worden niet ernstig genomen. Probeer maar eens een appartement te vinden als je Mohammed heet of zelfs werk te zoeken als dokter met zo'n naam. En als je geen kansen krijgt, heb je niets te verliezen. Dat is de schuld van de mensen, van ons systeem, van mij en iedereen. Hintjens: Ik denk dat dat een soort gêne is. Toen mensen me op mijn achttiende vroegen wat ik deed en ik antwoordde dat ik muziek maakte, zeiden ze: 'Ja, maar wat doe je écht, als beroep?' Ik kon honderd keer zeggen dat ik rockmuzikant was, niemand wist wat dat was. Rockmuziek was vroeger iets voor een specifiek publiek. In België is het zelfs vandaag nog niet als cultuur aanvaard. Ik ben nu 52 jaar en ik ben nog steeds verwonderd dat ik van de muziek kan leven, ik zie dat niet als werk. Een paar jaar geleden vroeg mijn vader me nog wanneer ik eindelijk een echte job ging zoeken. Hij was nog altijd bang dat ik in de goot zou belanden. Ik denk dat ik daardoor te onzeker ben om echt nummers over mezelf te maken. Ik vind het wel formidabel als mensen volmondig 'ik' kunnen zeggen. Maar zelf vind ik het niet zo plezant om over mezelf te zingen. Er zit natuurlijk wel iets van mij in de teksten, als voyeur, in de derde persoon. Dat is gemakkelijker. Denk nu niet dat ik een lafaard ben, maar door afstand van jezelf te nemen, relativeer je jezelf meer. Hintjens: Op het podium denk ik niet na. Als je dat wel doet, ga je naast je schoenen lopen. Als ik begin na te denken over wat ik zing, gaat het mis. Je moet het voelen. Je moet een geheel vormen met de muziek, de woorden, het publiek, het moment. Als er gaten in zitten, als er een afstand is tussen mezelf en het publiek of de muzikanten verlies ik alles. Het gaat niet om de woorden, maar om de emoties. De manier waarop je iets zegt, is belangrijk. Er moet feel zijn. Het nummer Tatouages du Passé op mijn jongste cd wil ik bijvoorbeeld niet meer live zingen, al dringen mijn muzikanten daarop aan. Ik had van dat nummer eerst een demo gemaakt, maar toen ik in de studio zat om het echt op te nemen, had ik de feel niet meer. Dus heb ik mijn stem van de demo gepakt en dat gecombineerd met de achteraf ingespeelde muziek. Die feel ben ik kwijt en dan kan ik het niet meer. Hintjens: Ik ben nooit naar een conservatoire geweest, ik ben autodidact. Als ze er les voor geven, is het gedaan met de feel. Of beter: in mijn geval zou het dan gedaan zijn en wordt het een andere artform. In mijn muziek zit nog anarchie _ al wil ik zeker niet pretentieus klinken. Negentig procent van de rockmuziek komt uit de working class. Ik ook, ik ben niet lang naar school geweest en niemand heeft mij ooit gezegd hoe ik moet zingen. Als je op een gitaar drie akkoorden onder de knie hebt, kun je 400.000 rocknummers spelen. Ik heb in 1985 bijvoorbeeld drie maanden in de opera van Parijs in Faust gezongen, tussen allemaal professionele zangers die zich soigneerden. De regisseur heeft mij nooit gezegd hoe ik iets moest zingen, wat hij met de anderen wel deed. Ik kreeg carte blanche, hij wist dat ik zo functioneerde. Mijn muzikanten, zoals Ad Cominotto of Serge Feys die klassiek geschoold zijn, zeggen: 'Arno, zoals jij muziek maakt, dat is kinderlijk. Om bij jou te spelen, moeten we alles wat we geleerd hebben in de vuilbak gooien.' Ik heb veel aan hen. Zij helpen mij op het vlak van techniek en ik help hen met andere dingen. Zij hadden die feel al in zich, maar door het conservatorium is die een tijdlang verdwenen omdat de techniek zo op de voorgrond kwam. Kijk, het belangrijkste is dat de dingen écht zijn. Dat is zoals met een madam. Je kunt er een tegenkomen die heel schoon is, maar als je vijf minuten met haar spreekt, valt je pietje naar beneden. Het gevoel dat ik heb met mensen is veel belangrijker dan de package. Hintjens: Waarom maak ik muziek? Dat is een vlucht uit wat er in de wereld gebeurt. En dat is de reden dat ik nog leef. Muziek is het enige wat voor rockmuzikanten nog echt is. Rock is the real shit. Mijn weg heb ik gevonden door de rockmuziek: daardoor heb ik mezelf kunnen zien en ontdekken. Ik vind Pablo Picasso, Ensor, Jackson Pollock en Josse De Pauw ook rock-'n-roll. Hintjens: Het zit nog dieper dan vroeger. Als ik ooit met muziek stop, betekent dat dat ik geen zin meer heb om te leven. Muziek heeft geen leeftijd. Kijk naar John Lee Hooker, die stond een maand voor zijn dood nog op het podium. Toen ik achttien was, luisterde ik naar Sonny Boy Williamson en die was toen al zestig. Ik zie niet in waarom ik niet zou blijven doorgaan. Ik speel ook geen popmuziek hé, ik ben geen Spice Girl. Hintjens: Dat nummer heb ik geschreven toen mijn zoon naar het eerste studiejaar ging. Ik kwam in die school binnen en die typische geur riep meteen herinneringen op _ alle scholen ruiken hetzelfde. En ik bedacht hoe hij zou moeten presteren, punten behalen. Zonder dat je het weet, kom je van kleins af in een competitie terecht. Mijn zoon zit nu in het tweede jaar Latijn. We moeten naar zijn school omdat hij tegen zijn lerares Latijn gezegd heeft dat ze haar werk niet goed doet. 't Begint al. Misschien heeft hij gelijk, misschien ook niet. Ik heb hem gezegd dat zijn tong langer is dan zijn esprit. En hij keek me aan met een lachje op zijn lippen dat ik zo goed ken, het is mijn lachje. Hintjens: Ik weet eigenlijk niet wat dat is. Eergisteren heb ik iets geschreven (diept schoolschriftje uit zijn schooltas op en leest in het Nederlands): Toen ik klein was, had ik kleine voetjes en kleine handjeseen klein kopje, een klein kontje en een klein pietje.Toen ik klein was, moest ik niet werken, niet betalen, kon ik spelen. En ik mocht niet te veel spreken, maar dat is heel lang geleden.En dat is eigenlijk het enige verschil tussen klein of groot zijn.Ann Peuteman'Als je de hele tijd moet nadenken over hoe je spreekt, neemt dat je vrijheid af.''Het gevoel dat ik heb met mensen is veel belangrijker dan de package.'