Op de kaart hoge inkomens, bescheiden inkomens valt Jan Leroy van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) vooral de grote inkomstenverschillen tussen de burgers van de verschillende gemeenten op. 'Die kloof heeft natuurlijk een rechtstreekse invloed op de fiscale draagkracht van de gemeenten, een punt waar de VVSG al meermaals op gehamerd heeft', stelt Jan Leroy. 'Als men daar niet sterk staat, beperkt dat natuurlijk het beleid dat in een gemeente gevoerd kan worden. Gelukkig is de Vlaamse overheid niet blind voor deze problematiek: via het gemeentefonds probeert men alle gemeenten met toereikende middelen aan de startlijn te krijgen.'
...

Op de kaart hoge inkomens, bescheiden inkomens valt Jan Leroy van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) vooral de grote inkomstenverschillen tussen de burgers van de verschillende gemeenten op. 'Die kloof heeft natuurlijk een rechtstreekse invloed op de fiscale draagkracht van de gemeenten, een punt waar de VVSG al meermaals op gehamerd heeft', stelt Jan Leroy. 'Als men daar niet sterk staat, beperkt dat natuurlijk het beleid dat in een gemeente gevoerd kan worden. Gelukkig is de Vlaamse overheid niet blind voor deze problematiek: via het gemeentefonds probeert men alle gemeenten met toereikende middelen aan de startlijn te krijgen.' 'Deze kaart geeft wel enkel een beeld van de aanvullende personenbelasting, maar gemeenten spijzen natuurlijk hun kas niet alleen via die weg. De opcentiemen van de onroerende voorheffing zijn vaak even belangrijk, en als je die opbrengsten mee in kaart zou brengen, voorspel ik dat er een heel ander beeld tevoorschijn komt. Ik zie Genk hier bijvoorbeeld zeer laag scoren, maar door het grote areaal aan industrie compenseert de stad Genk de bescheiden belastingaangifte van de inwoners ruimschoots via de onroerende voorheffing. Of deze kaart ook iets zegt over de werkelijke armoede in een gemeente? Deels wel natuurlijk, al is niet gegarandeerd dat alle ontvangen inkomsten ook daadwerkelijk aangegeven worden. Of er gemeenten bestaan die met moeite rondkomen omdat hun inwoners te weinig belastinggeld genereren? Goh, als er echt financiële problemen zijn, dan hebben die meestal meerdere oorzaken. Een gefaald beleid uit het verleden of een te lage bevolkingsdichtheid kan een gemeente net zo goed in de penarie brengen.''Het geijkte patroon van rijke gemeenten rond relatief arme steden is hier duidelijk zichtbaar. Sommigen zien daar grond in om voor een soort werkbelasting te pleiten, zodat de stad zelf mee profiteert van het vele werk dat ze zelf genereert. Daar zijn argumenten voor, maar er zijn er net zo goed tegen. Volgens onze simulaties zouden in de eerste plaats kleinere werkgemeenten zoals Zaventem en Machelen van zo'n maatregel profiteren en die gemeenten zijn al vrij rijk. En er is natuurlijk het communautaire element: een dergelijke taxatie zou Vlaams belastinggeld naar Brussel brengen, wat momenteel politiek heel moeilijk te verkopen is', aldus Jan Leroy. 'De opmerkelijke arme as op deze kaart die in Gent vertrekt en helemaal doorloopt tot Wervik, aan de Franse grens, kan ik niet verklaren. Gemeenten als Ingelmunster en Deinze staan toch niet echt bekend als arm. Dat de landbouwstreek rond Sint-Truiden niet zo goed scoort, is dan weer minder een verrassing. Deze kaart maakt ook duidelijk dat het rijke imago van de kust moet worden bijgesteld: de lage aanvullende personenbelasting in enkele gemeenten mag dan wel heel wat rijken aantrekken, ook veel oudere mensen, onder wie flink wat leefloners, migreren naar de kust.''Leefloners vind je in grote mate aan de kust en in alle steden. Uiteraard heeft dat met omgevingsfactoren te maken. Maar het aantal leefloners wordt ook voor een stuk beïnvloed door het lokale OCMW-beleid; hoe streng is men bij het toekennen van een leefloon, welke inspanningen gebeuren er om mensen uit de leefloonsituatie te helpen? Bovendien zie je toch ook gemeenten met relatief veel arme mensen van wie er blijkbaar weinig gebruikmaken van het leefloon. Opvallend veel leefloners zijn er op de as Beveren-Lokeren, waar het wegvallen van een groot deel van de industrie misschien nog niet verteerd is.'