Het politieke woordgebruik is een parel rijker. Het debat in de Kamer van Volksvertegenwoordigers over veiligheid op de weg zag de geboorte van de verkeerscrimineel - voorheen wegpiraat. Een crimineel persoon is, voor een goed begrip, een misdadiger, iemand die een misdaad heeft gepleegd. Een misdaad is een misdrijf van de ergste soort, waar ten minste vijf jaar cel op staat. Een figuur, kortom, met wie niemand onverhoeds wenst te worden geconfronteerd. Toch, bleek uit de bespreking, schuilt er van zo'n mens wel een beetje in elk van ons.
...

Het politieke woordgebruik is een parel rijker. Het debat in de Kamer van Volksvertegenwoordigers over veiligheid op de weg zag de geboorte van de verkeerscrimineel - voorheen wegpiraat. Een crimineel persoon is, voor een goed begrip, een misdadiger, iemand die een misdaad heeft gepleegd. Een misdaad is een misdrijf van de ergste soort, waar ten minste vijf jaar cel op staat. Een figuur, kortom, met wie niemand onverhoeds wenst te worden geconfronteerd. Toch, bleek uit de bespreking, schuilt er van zo'n mens wel een beetje in elk van ons. In de Antwerpse gemeente Schilde veegde een dronken vrachtwagenchauffeur aan hoge snelheid een heel gezin van het fietspad. In Stavelot denderde een truck met een zeer brandbare lading van de helling, die naar het centrum van het stadje voert, en zorgde daar voor een inferno. De voorbije wintermaanden zagen een opeenvolging van zware ongelukken, vaak met camions die op stilstaande files inreden. Het gaat hier in feite om verschillende problemen, die desalniettemin met elkaar verbonden zijn. Er is de blijvende zorg over de manier waarop mensen zich in het verkeer gedragen, er is de explosie van het zware transport over de weg en er is de algemene verkeersdichtheid, die vooral in en om de steden tot overlast leidt. Dat onderscheid werd in het debat niet helemaal gemaakt: er werd vooral, een beetje populistisch, om zwaardere straffen geroepen. Dat is vanzelfsprekend voor wie de meest elementaire verkeersregels overtreedt, maar het is de vraag of dit het enig mogelijke antwoord is op de complexe maatschappelijke ontwikkeling waarmee we te maken hebben. Het is niet dat de overheid geen aandacht heeft voor wat er gaande is. Deze regering heeft zelfs een staatssecretaris in haar rangen, die zich om de veiligheid moet bekommeren. De jonge socialist Jan Peeters spoedt zich van de ene ramp naar de andere catastrofe, maar er is, afgezien daarvan, alsnog weinig dat aan zijn prominente aanwezigheid op het toneel herinnert. Of toch. Maanden geleden poseerde hij trots bij de eerste onbemande camera's die in gebruik zouden worden genomen. Zouden worden, dus. Waar er intussen soms wel een film in zo'n toestel zit, zijn ze zo afgesteld dat alleen zeer zware overtreders worden geflitst. Als ze elke overtreding zouden vastleggen, wie zou dan immers de sliert pv's moeten verwerken, die daar het gevolg van zou zijn? Politie noch justitie zijn daar blijkbaar op ingesteld. Dat is een signaal van onmacht dat kan tellen. Het kan Jan Peeters eigenlijk bijna niet kwalijk worden genomen: hij kan de wereld niet in zijn eentje veranderen. Het bestaande wettenarsenaal biedt overigens voldoende mogelijkheden om hardnekkige "verkeerscriminelen", om ze maar zo te noemen, te sanctioneren - het volstaat om het ook toe te passen. Anders is het gesteld met het zware wegtransport, dat niet zonder reden voor de belangrijkste rampen op de weg van de voorbije maanden tekent. De vermenigvuldiging van dat vervoer is mee een gevolg van een economische vondst uit de jaren zeventig: producten opslaan in opslagruimten kost geld, dat kan worden bespaard als ze altijd en overal snel kunnen worden aangevoerd. Als het maken van knoopsgaten in hemden tweeduizend kilometer verderop minder kost dan hier, is het goedkoper om de hele lading heen en weer te rijden. Redeneringen die een zware last leggen op de gemeenschap, waar best iets tegenover mag staan: er moet van die sector meer zin voor verantwoordelijkheid worden gevraagd. Striktere controles op snelheid, lading en rijtijden van chauffeurs zijn een minimum. Er kan worden gedacht aan het uitbreiden van het inhaalverbod op snelwegen en, bijvoorbeeld, het uitbouwen van overslagplaatsen om te vermijden dat die mastodonten de stad in moeten. Daar is ruimte voor ideeën en voor overleg.Het particulier autogebruik terugdringen, is moeilijker - tenzij door de gebruiker in zijn portemonnee te doen tasten, in de hoop dat hij zijn wagen dan thuis laat. Maar veel mensen hebben nauwelijks een alternatief. Neem de ring om Brussel. Veel kantoren bevinden zich op industrieterreinen die door het openbaar vervoer zonder meer slecht worden bediend. Moeten ze dan maar via sluipwegen door de dorpen rondom, die daar bijlange niet op berekend zijn? Een probleem wordt niet opgelost door het te verplaatsen. En dat is het gevaar, dat bij veel voorstellen die her en der het licht zien, om de hoek komt kijken. De dienstenmaatschappij waarin we leven, is een bij uitstek mobiele maatschappij. Die mobiliteit afremmen, is teruggaan in de tijd. Over weinig hangende kwesties is al zoveel studiewerk verricht. De autogebruiker als het ware criminaliseren, beperkt hem in zijn mogelijkheden. De enige maatregelen die kunnen werken, zijn diegene die een echte, logische keuze bieden. Maar zo zijn er nog maar weinig geformuleerd. Hubert van Humbeeck