In de Wetstraat oogst de SP niets dan lof. Maar de troepen merken daar te weinig van. En Patrick Janssens spurt tegen de tijd. “Schaarste creëert waarde”, hoopt hij. Portret van een oude partij met nieuwe paradigma’s en dilemma’s.

Op een besloten feestje vorige week in het Brusselse wuifden de socialisten Louis Tobback uit. Natuurlijk zal hij straks in Leuven de kleuren nog verdedigen, maar nationaal is hij nu echt weg. Hij heeft zich gewillig laten bijzetten in de galerij van ex-staatsmannen. De fakkel is overgenomen door een kwartet dat dagelijks intensief overleg pleegt: Patrick Janssens, Steve Stevaert, Johan Vande Lanotte en Frank Vandenbroucke.

Het kan de indruk wekken dat Janssens na zeven weken toch de marionet van de SP-zwaargewichten is geworden, iets waar de critici voor zijn verkiezing voor vreesden. Janssens ziet het anders. De ministers houden de regering op koers, maar voor het eigenlijke werk waarvoor hij werd aangewezen, wil hij in de toekomst maximaal steunen op de volksvertegenwoordigers. Zij moeten mee het beleid uittekenen waarmee de SP de volgende jaren minimaal tien procent kiezers kan bijwinnen. In Janssens’ visie op die langere termijn staan ook de socialistische nevenorganisaties een trapje hoger dan de ministers.

Janssens heeft de vrije hand, zoekt eigenzinnig zijn weg. In een partij met veel tradities en vaste gebruiken is dat wennen. Ook voor de buitenwacht. Zo weinig als hij op radio of televisie te horen of te zien was (behalve in een reclamespotje), zo intensief praat hij bijvoorbeeld met vakbond en ziekenfonds. De geest en doelstelling van die contacten zijn anders dan in het verleden.

De partij die Tobback vorige week achterliet, gelijkt dan ook in niets meer op die van voor de verkiezingen. Ze is niet verbeterd of niet verslechterd. Ze is op zoek, meer en dwingender dan voor 13 juni.

De komst van de nieuwe voorzitter was veeleer gevolg dan oorzaak van de omwenteling die zich sinds de voorbije zomer bij de SP voltrekt. Twee contradictorische bewegingen bepaalden die verandering. De eerste is de nederlaag van 13 juni. De tweede is het succes van de partij in de regeringen: na een half jaar Verhofstadt I en Dewael I weegt de SP zwaarder dan ze ooit in de twee regeringen van Jean-Luc Dehaene heeft gedaan.

Dat leidt tot een paradoxale situatie. De electorale nederlaag heeft intern geleid tot een status-quo. De vijftien procent geven zowel voorstanders van de oude als van de nieuwe lijn in de SP het recht om elkaars gelijk in twijfel te trekken. Volgens Jef Sleeckx was de SP nooit zo diep gezakt als de partij haar roots niet had verloochend. Volgens anderen was het nooit zover gekomen als de SP sneller, al na de val van de Muur, met de herstructurering was begonnen. Voor de een is het glas halfvol, voor de ander halfleeg.

Een status-quo dus op de achterste banken, terwijl de partijtop het nieuwe socialisme al volop in de praktijk brengt in ’s lands bestuur. Want de krachtlijnen van het Toekomstcongres zijn als het ware op maat van de paars-groene ploeg gemaakt. De niet-geborneerde kijk op de vrije markt, de actieve welvaartsstaat, het herstellen van het evenwicht tussen rechten en plichten van het individu in de gemeenschap, het rood-groene. De Vlaamse en federale regeerakkoorden lijken er doorslagjes van.

DE SP IN DE ROL VAN CVP

De SP belandde in de regering als vanzelf in de rol van fixer achter de schermen. Dat komt omdat ze in de huidige ploeg nu eenmaal de meeste beleidservaring heeft, maar ook door de onuitgegeven constellatie waar ze in zit: tussen blauw en groen. Wanneer de ideologische tegenstellingen te scherp worden in de regering, kijkt iedereen in de richting van het centrum: de SP. Zo is de SP in momenten van crisis de bruggenbouwer tussen liberalen en groenen of Vlamingen en Franstaligen.

In het begin werden daar nog grapjes over gemaakt, over die reputatie van de SP als leerling-tovenaar in de regering. In de nasleep van de dioxinecrisis deze zomer heette het dat regeringscommissaris Freddy Willockx “de feitelijke premier van het land” was. Hij hield er de bijnaam “kabinetschef van Verhofstadt” aan over. Maar enkele weken later konden de socialistische excellenties Vande Lanotte en Luc Van den Bossche er al minder mee lachen toen zij moesten verhinderen dat de kersverse regering zou struikelen over een levering van hardware voor een Pakistaanse kerncentrale. Want de groenen en Louis Michel (PRL) hadden hun rondje in de media gehad, zwaaiden triomfantelijk met het akkoord, maar de SP kwam niet in beeld. Op zijn rondgang door Vlaanderen kreeg de toen nog kandidaat-voorzitter Janssens zelfs de vraag waarom de SP als rood-groene partij deze kans had laten liggen om zich naast de groenen te profileren.

Op andere vlakken wordt de SP dan weer liefst niet gezien wanneer ze achter de schermen de zaak draaiende houdt. De adjunct-kabinetschef van Antoine Duquesne (PRL) is een SP’er. In het nieuwe asielbeleid, het tweesporenbeleid van uitwijzingen en regularisaties, is de socialistische inbreng niet gering. En toen het misliep, heeft de SP tot twee keer toe puin geruimd. De eerste keer na het debacle met de zigeuners in Gent, nota bene de stad van SP’er Frank Beke. De tweede keer toen de Raad van State het regularisatie-KB naar de prullenbak verwees, waarop Vande Lanotte met een diepe zucht vanwege zoveel juridisch knoeiwerk aan een uitweg begon te sleutelen. Dat het twee keer misliep, wijt de SP niet zozeer aan Duquesne als wel aan de premier. Volgens een top-SP’er ontbeerde hij de moed om de druk van de groenen te weerstaan en stuurde hij daarom Duquesne onbeslagen het ijs op. De SP was er dus wel actief bij, maar na zeven jaren op Binnenlandse Zaken vermijdt de partij alle associaties met het asielbeleid.

Stilaan beginnen ze bij de SP in te zien wat de CVP precies bedoelde toen die partij zei dat ze een dure prijs heeft betaald voor de decennialange gewoonte om zich als ‘redder van het land’ op te werpen. Om het staatsmanschap boven het partijbelang te hebben gesteld.

“We moeten vermijden dat we gesandwicht worden zoals D’66”, zegt Freddy Willockx. “Er is evenwel een verschil tussen het imago van bruggenbouwer en compromisfiguur enerzijds en het imago van bekwame bestuurder anderzijds. Ik maak me sterk dat dit laatste door de bevolking wel gewaardeerd kan worden. Kijk maar naar Dehaene en Herman Van Rompuy. Hun partij heeft dan wel verloren, als personen zijn ze niet gedesavoueerd door de kiezer.”

Ondertussen moet Vande Lanotte zijn toevlucht nemen tot een opiniestuk in De Morgen om uit te leggen dat de begroting niet zomaar een rekensom is geweest, maar getuigt van duidelijke politieke keuzen en dus van een ideologisch profiel. En moet de SP met lede ogen zien hoe Tony Blair Guy Verhofstadt voorstelt om aan de vooravond van de Europese top over werkgelegenheid in Lissabon uit te pakken met een gezamenlijk statement over de actieve welvaartsstaat. Terwijl die term in Oxford is gemunt en in de bul van Vandenbroucke het Kanaal is overgewaaid. “Ik hoef niet met Tony Blair op de foto”, zei Vandenbroucke zuinig toen hem daar twee weken geleden op een debatavond in Gent naar gevraagd werd.

In de kleine kring van de Wetstraat mag dan al bekend zijn wie het geestelijke vaderschap van ‘de Derde Weg’ in Vlaanderen toekomt, voor een kleine partij als de SP volstaat de gedachte niet dat ze er later in de geschiedenisboekjes misschien postume eer zal mee behalen. In de SP spelen ze dan ook met het idee om het volledige verhaal van die actieve welvaartsstaat heel aanschouwelijk en concreet te maken in een wervend plan. Een beetje zoals Hendrik De Man dat ooit heeft gedaan.

GROTERE VERHALEN ZIJN WELKOM

Patrick Janssens staat dus voor de gigantische taak om een evenwicht te vinden tussen het bedachtzame staatsmanschap dat na twaalf jaar regeren een tweede natuur is geworden in de SP, de grote maar te weinig opgemerkte inbreng in de opbouw van de modelstaat van Guy Verhofstadt, en nieuwe frisse ideeën, zo broodnodig om de SP weer aantrekkelijker te maken voor de kiezer.

Met die frisheid lukt het al een beetje. Daar is de handicap die Janssens heeft als buitenstaander meteen een voordeel gebleken. Hij legde SP-fractieleider Dirk Van der Maelen geen strobreed in de weg toen die de partij wilde verleiden tot een duidelijk standpunt over de kernwapens. Op het partijbestuur grepen heel wat SP’ers die de afgelopen jaren onder Tobback een beetje in het defensief zaten, die glasnost dankbaar aan om het debat aan te zwengelen. Omdat de bedachtzame reflex wellicht sterker is dan hemzelf opperde Vandenbroucke heel even of het toch niet verstandiger zou zijn om eerst een “Rusland-strategie” uit te stippelen. Maar ook hij gaf zich snel gewonnen voor een oneliner, genre “Kunnen die bommen u bommen?”. Er kwam een uitgebreid artikel in het ledenblad Doén en een communiqué in klare taal, zoals ze het in de Keizerslaan sinds lang niet meer gezien hadden.

Ook vorige week werden oude bezwaren en ja, maars opzijgezet om voluit het betogende personeel van de vrije crèches te steunen. Een SP’er die tot enige reserve aanmaande, vond geen gehoor. Hij betoogde dat de kameraden toch hoorden te weten dat de katholieke zuil altijd een verborgen agenda heeft als hij de slogan “gelijk loon voor gelijk werk” opdiept. De SP wil de hele non-profitsector, ongeacht de levensbeschouwing van de zorgverstrekkende instellingen. De christelijke vakbond luistert aandachtig mee.

Moeizaam overwint de SP de schroom om eisen te stellen, en dus de pleinvrees om zich te “profileren”. Daarom wil Janssens ook afstand nemen van de directe actualiteit, zich niet laten belasten door de afweging of een eis nu al dan niet meteen haalbaar is. Voor de partij moet de eerste zorg niet meer enkel en alleen zijn of en hoe een probleem hier en nu op te lossen is, zoals dat met het asielbeleid het geval was. De blik reikte veelal niet verder dan de poort van het gemeentehuis.

“Op dat punt geef ik Jef Sleeckx gelijk”, zegt Janssens. “Jef zegt dat het haalbare niet wervend genoeg is. De SP heeft lange tijd de omgekeerde attitude gehad om alles wat niet haalbaar was, als tijdverlies weg te wimpelen. Waarom zouden we ons met de internationale context van het asielprobleem bezighouden als die schaal ons toch ontsnapt? Dat was een beetje de geest. Alles is haalbaar, de vraag is alleen binnen welke termijn. De kunst bestaat erin om het onmiddellijk haalbare, waar de ministers mee bezig zijn, in te schakelen in een visie en ideologie op langere termijn. Veel problemen die we in ons land kennen, hebben bij nader inzien een internationale dimensie. Het heeft mij dan ook verwonderd dat wie in de SP met zo’n onderwerp aankwam, te horen kreeg dat hij in de zandbak mocht gaan spelen, terwijl een heel concreet maar heel beperkt lokaal dossier vaak tot een strijd op leven en dood leidde. De terugkeer van Frank heeft dat gelukkig een beetje rechtgezet.”

Grotere verhalen zijn dus weer welkom. Maar Janssens mikt tegelijkertijd op de kortere termijn. Volgende week maandag legt hij het partijbureau een aantal thema’s voor waar verschillende werkgroepen zich over moeten buigen. Het wordt alle hens aan dek, want de studiedienst is onderbemand en geld is er nauwelijks.

“Dat worden geen abstracte denkoefeningen over de economie van de toekomst bijvoorbeeld, dat hebben we al gehad. Nu gaat het om heel specifieke problemen waarrond ik met de diverse werkgroepen een soort output-contract wil afspreken. Dat kan bijvoorbeeld inhouden dat als de regering er niet in slaagt om tegen een welbepaalde datum een door ons aangekaart probleem op te lossen, er dan een wetsvoorstel komt.”

Om over die thema’s te praten, wil Janssens straks wel voor de camera’s en de microfoons gaan staan. Liever dan om de haverklap commentaar te geven op een actueel dossier dat ter regeringstafel ligt. “Ik ben niet gevraagd voor deze job om een traditionele partijvoorzitter te worden. Ik kan dat ook niet. Met alle respect, maar ik ben Karel De Gucht niet. Ik heb niet de behoefte om over alles een standpunt te vertolken. Een traditionele partijvoorzitter is iemand die al jaren in de politiek werkt, die alle dossiers met hun enorme historiek kent, en dan op alles begint te schieten wat beweegt. Er is in de politiek een enorme drang om in de media te komen. Ik zie daar de logica wel van in, maar ik weet niet of dat de beste politiek is. Schaarste creëert waarde. Je had mij de afgelopen weken ongetwijfeld vaker gehoord, indien ik telkens had geluisterd naar Steve, Johan of Frank die mij, met de beste bedoelingen, vertelden wat ik volgens hen al dan niet moest zeggen of doen. Het is logisch dat zij als ministers hun scenario’s uittekenen. Dat is hun taak. Ik moet verder kijken. Ik weet dat het niet eenvoudig is. En de mens is een ongeduldig wezen. Maar gegeven de uitdaging waar de SP voor staat, vind ik een inrijperiode van zeven weken niet overdreven.”

Deze wat eigenzinnige kijk op de politiek, de blijvende onzekerheid over zijn toekomstplannen en de onbevangenheid waarmee hij op het eerste partijbestuur na zijn verkiezing binnenstapte, zorgt binnenskamers voor spanning. Tot nader order blijft dat een mengeling van welwillende, kritisch positieve verwachting en twijfels. Maar de tijd dringt en het is niet omdat Janssens de partijpolitiek anders ziet, dat de politieke tegenspelers zullen rusten.

DE ENE SOCIALIST IS DE ANDERE NIET

Zo staan de zaken er dus voor in de SP. In de Wetstraat beleven de architecten van het Toekomstcongres ideologische hoogdagen. Maar de partij weet nog niet goed hoe ze haar nieuwe voorzitter moet taxeren. En tijd om zich te beraden, is er nauwelijks. De socialisten moeten hun toekomst ondergaan, de richting zo goed en zo kwaad mogelijk improviseren. Het is rijden met de ogen dicht en zonder omkijken.

De electorale verschrompeling van de SP heeft de interne versnippering nog vergroot. Janssens houdt het op “heterogeniteit”. Binnen die schamele vijftien procent heeft hij vier tot vijf verschillende Socialistische Partijen aangetroffen. Soms op één avond.

“De ene socialist stelt een vraag over globalisering en de ongelijkheid tussen Noord en Zuid, de andere vraagt of de SP niet opnieuw een arbeiderspartij moet worden, de derde vindt dat het onze taak is om klein links te verenigen. En dan heb je ook nog Jef Sleeckx. Op één avond krijg je vaak het hele spectrum.”

Ook in Antwerpen bijvoorbeeld wordt de strijd harder naarmate het marktaandeel kleiner wordt. Ook daar is de ene socialist de andere niet. “Karikaturaal kun je stellen dat er in Antwerpen twee soorten SP zijn. Als ik door een marketingbril kijk, zou je er eigenlijk twee verschillende campagnes moeten voeren. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. In de praktijk betekent dat een schisma, en dat is waanzin. Daar, en op andere plaatsen, zal de grote uitdaging erin bestaan om de lijsten te vernieuwen, zonder dat je in lokale oorlogen terechtkomt. Dat is ook een reden waarom je er niet met de botte bijl mag of kan invliegen”.

Na 13 juni erkenden velen in de SP dat de partij met zwakke lijsten naar de kiezer was gestapt. Dat er wel veel over vernieuwing was gesproken, dat het programma modern oogde, maar dat daar maar weinig van te merken viel in de “koppen”. Ter vergoelijking werd toen aangehaald, onder meer nog door Tobback, dat de partij wist dat ze zou verliezen en dat ze daarom zoveel mogelijk toekomstig talent uit de wind had willen houden. Maar dat excuus vervalt na oktober 2000. Janssens staat dus voor de uitdaging om greep te krijgen op de lokale lijstvorming. Vooral dan op de zwarte plekken Antwerpen, Mechelen en Gent.

“Het is onmenselijk om dat van Janssens te verlangen”, zegt Willockx. “Geen enkele voorzitter heeft ooit greep gekregen op de lokale lijstvorming, en zelfs maar met moeite op de samenstelling van lijsten voor de parlementsverkiezingen. Willy Claes, Vandenbroucke en Tobback hebben lokaal nooit iets te zeggen gehad. Ze gingen alleen maar bemiddelen als de plaatselijke socialisten er niet uit kwamen.”

Toch zal Janssens het op zijn manier proberen. “Ik verwacht dat we op enkele van de plaatsen waar we de laatste tijd problemen hadden, toch tot een goede, vernieuwende lijst zullen komen. En daar zal ik me zelf persoonlijk voor engageren. Het is een illusie dat je op elke plaats zou kunnen tonen dat de vernieuwing werkt. In Antwerpen hebben de Jongsocialisten een lijst voorgesteld waar Léona Detiège niet echt van gediend was. Ik begrijp haar. Maar ik vind het wel goed dat er debat is over de lijsten. Je kunt van de Jongsocialisten niet verwachten dat ze als de meest briljante tactici optreden.”

“Ik ga in Antwerpen niet op een lijst staan die verder gewoon behoudt wat er is. Het is de beste manier om mijn geloofwaardigheid en die van het vernieuwingsproject te kelderen. Ik wil niet als schaamlapje dienen. Ik vraag niet om een tabula rasa, maar de verandering moet wel zichtbaar zijn. En dat betekent niet dat je ergens halverwege op de lijst wat jonge leuke gasten zet. Als men mij komt vragen om op een lijst te staan, zal het van dat soort zaken afhangen.”

Ook in de federaties wil hij zijn nog prille gezag – “want macht heb ik na zeven weken nog niet, denk ik” – zeer behoedzaam aanwenden. “Ik wil dat de SP een ledenpartij blijft en tegelijkertijd meer een kiesvereniging wordt. Dat kan zonder concurrentie, met parallelle structuren. In Nederland doet de PvdA het ook. De lokale partijwerking moet dus overeind blijven, maar ook mensen die wel geïnteresseerd zijn in de SP maar niet noodzakelijk lokaal willen meedraaien, moeten welkom zijn.”

“Het is helemaal niet de bedoeling om alle partijleven in Brussel te centraliseren. Het vergt bijzonder veel tijd om zo’n veranderingsproces door te voeren, tenzij je het dictatoriaal aanpakt, maar dat werkt niet in een partij. Eigenlijk heb je tegelijkertijd meer coördinatie en participatie nodig. Meer organisatie en toch minder rigide structuren. De voorbije jaren liep het in de SP zowel met het een als het ander mis. Ik ben niet de geschikte man om centralistisch op te treden. Zo heb ik in mijn bedrijf nooit gewerkt en dat zal ik in de SP ook niet doen. Ik kan me dus heel goed inbeelden dat sommigen die een harde hand gewend waren, zich nu afvragen of ik het wel allemaal in de hand heb.”

Die vraag zal nog ettelijke maanden blijven hangen. Was het leven voor de SP ten tijde van Tobback misschien niet mooier dan toch makkelijker, ondanks Agusta. Zelfs de interne dans rond de nieuwe breuklijnen van Mark Elchardus begon stilaan een overzichtelijk patroon te vertonen. Maar na nieuw komt er altijd nog nieuwer. Dat is, in een notendop, hoop en wanhoop van de SP sinds 13 juni.

Filip Rogiers Walter Pauli

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content