Opzij, opzij, opzij. De waarheid, niets dan de waarheid. Tot op het bot. Dat was de inzet van de parlementaire onderzoekscommissie die zou nagaan of de politiek het gerecht beïnvloed had in de zaak-Fortis. 'Welnu, het eindverslag wordt een sneuvelnota, die grotendeels door de meerderheid zal worden opgesteld. Het wordt de grootste gemene deler van bevindingen die voor iedereen aanvaardbaar zijn. Ik vrees dat het concept "politieke druk" er zelfs niet in voor zal komen', aldus een misnoegde Jean-Marie Dedecker (LDD), een paar dagen voor de eindspurt naar het finale verslag. 'Terwijl we verder zouden moeten spitten en nog meer mensen horen, wil de meerderheid afronden. Ik vind het niet zinvol om nu al conclusies te trekken.' Ook Renaat Landuyt (SP.A) hoopte dat het onderzoek na dit verslag zou kunnen worden voortgezet. Hij zou zich er zelfs voor uit de verkiezingen willen terugtrekken, verklaarde hij. Maar de vervaldatum van 15 maart kwam dichterbij, en dus moesten er knopen worden doorgehakt. Ook al blijven nogal wat hindernissen en vraagtekens bestaan.
...

Opzij, opzij, opzij. De waarheid, niets dan de waarheid. Tot op het bot. Dat was de inzet van de parlementaire onderzoekscommissie die zou nagaan of de politiek het gerecht beïnvloed had in de zaak-Fortis. 'Welnu, het eindverslag wordt een sneuvelnota, die grotendeels door de meerderheid zal worden opgesteld. Het wordt de grootste gemene deler van bevindingen die voor iedereen aanvaardbaar zijn. Ik vrees dat het concept "politieke druk" er zelfs niet in voor zal komen', aldus een misnoegde Jean-Marie Dedecker (LDD), een paar dagen voor de eindspurt naar het finale verslag. 'Terwijl we verder zouden moeten spitten en nog meer mensen horen, wil de meerderheid afronden. Ik vind het niet zinvol om nu al conclusies te trekken.' Ook Renaat Landuyt (SP.A) hoopte dat het onderzoek na dit verslag zou kunnen worden voortgezet. Hij zou zich er zelfs voor uit de verkiezingen willen terugtrekken, verklaarde hij. Maar de vervaldatum van 15 maart kwam dichterbij, en dus moesten er knopen worden doorgehakt. Ook al blijven nogal wat hindernissen en vraagtekens bestaan. Tijdens de hoorzittingen werd de commissie meermaals opgeschrikt door brieven van magistraten. Eerst was er de brief van Paul Blondeel, de voorzitter van de achttiende kamer bij het hof van beroep in Brussel, die hij op 9 maart verspreidde. Daarin zette hij uiteen hoe het negatieve arrest over de verkoop van Fortis Bank aan BNP Paribas op 12 december tot stand was gekomen. Hij nam geen blad voor de mond en uitte allerlei beschuldigingen. Onder meer rechter Christine Schurmans, maar ook de advocaten van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) moesten het ontgelden. Ze hadden 'een verborgen agenda' en 'wensten de uitspraak van het arrest te voorkomen', omdat ze 'de inhoud kenden'. Blondeel is een hoge magistraat met een jarenlange staat van dienst. Een rechter. Maar met zijn brief gaat hij zwaar in de fout: hij schendt het geheim van het beraad. Bovendien beveelt hij zijn eigen beslissing in de zaak-Fortis aan, terwijl die nog niet helemaal is afgerond. Blondeel lijkt buiten zichzelf wanneer hij zijn emotionele brief opstelt. Nochtans is het niet meer dan een indirecte vraag om door de commissie gehoord te mogen worden. Maar de commissie botst hier op haar eigen beperkingen. Als ze het strafrechtelijk onderzoek tegen rechter Schurmans in Gent niet wil torpederen, kan ze geen van de drie rechters horen. En dat betekent dat ze een deel van het Fortisproces voor het hof van beroep amper zal kunnen inschatten. 'De vier experts die de commissie aanbevalen om de zaak voorlopig af te blazen, hadden overschot van gelijk', meent Jacques Englebert, professor gerechtelijk recht aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). 'De brief van Blondeel is een atoombom. Het is het ergst denkbare wat er kon gebeuren. Hij geeft Christine Schurmans hoe langer hoe meer redenen om aan te tonen dat ze geen eerlijk proces krijgt. Reken maar dat België over enkele jaren in deze zaak veroordeeld zal worden door het Hof van Straatsburg.' Op 12 maart krijgt de commissie een tweede brief van het hof van beroep. Hij is van de hand van Jean van der Eecken, de rechter die zich bezighoudt met het tuchtonderzoek naar rechter Christine Schurmans. De brief komt er op verzoek van de eerste voorzitter van het hof van beroep, Guy Delvoie, en meldt dat er 'essentiële tegenstrijdigheden' bestaan tussen de verklaringen in het tuchtdossier en uitspraken tijdens de publieke hoorzittingen voor de Fortiscommissie. Met andere woorden: één of meer getuigen hebben gelogen of meineed gepleegd, hetzij in het tuchtonderzoek, hetzij onder ede voor de Fortiscommissie. Alleen zegt Van der Eecken er niet bij wie. Twee dagen voor het eindconclaaf legt hij daarmee een bom onder de commissie. Voorzitter Bart Tommelein (Open VLD) slaat in paniek en wil zijn eindrapport uitstellen. Want kan de commissie wel oordelen op basis van valse getuigenverklaringen? De meerderheid sust de voorzitter. 'Als er al een tegenspraak bestaat tussen het tuchtonderzoek en onze hoorzittingen, dan is dat het probleem van het hof van beroep', aldus CD&V-fractieleider Servais Verherstraeten. Het hof van beroep is zijn boekje te buiten gegaan. De brief lijkt een afleidingsmanoeuvre, omdat de commissie niet de richting uitgaat die het hof van beroep wenst. Het hof hoeft immers geen melding te maken van de tegenstrijdigheden. Bo-vendien is er een procedure die zegt dat alle getuigenissen in de commissie eerst volledig uitgeschreven en gecontroleerd moeten worden. Nadien, nadat het eindrapport is opgesteld, goedgekeurd en ter stemming voorgelegd, kunnen getuigenverhoren gebruikt worden om ze te vergelijken met wat in andere onderzoeken is gezegd. De commissie besliste geen rekening te zullen houden met de bewuste brief. Incident gesloten? Zeker, ware het niet dat Guy Delvoie na de brief nog eens tekst en uitleg ging verschaffen bij commissievoorzitter Bart Tommelein. Die interventie leidde op 15 maart tot een derde brief, dit keer van de advocaat van Christine Schurmans, Patrick Hofströssler. Hij protesteerde omdat 'de inhoud van een tuchtdossier vertrouwelijk is en de magistraten die erbij betrokken zijn een beroepsgeheim dienen na te leven'. Kennelijk weet geen van de magistraten bij het hof van beroep van Brussel, van de hoogste tot de laagste in rang, nog welke houding aan te nemen. Het was een merkwaardige uitspraak van Servais Verherstraeten, op 15 maart in Dezevende dag. Een regelrechte aanval op minister van Financiën Didier Reynders (MR). Het was een verwijzing naar de contradictie tussen de verklaringen van Didier Reynders en zijn kabinets-chef Olivier Henin enerzijds, en de vijf kabinetschefs en drie vicepremiers anderzijds, waar de commissie urenlang over had gedebatteerd. Alles draaide om de vraag of Henin al dan niet vooraf wist dat het advies, dat substituut Paul D'Haeyer een paar uur later zou uitbrengen in het proces in eerste aanleg negatief zou zijn (en dus in het nadeel van de staat). Die informatie zou hem zijn doorgebeld door de advocaat van de staat, Christian Van Buggenhout. Reynders en zijn kabinetschef ontkenden in alle talen, meer dan eens. De acht andere getuigen bleven erbij dat hij het advies wel kende. Dus, 'als Reynders door het rood rijdt, en er zijn acht getuigen die het gezien hebben, is het duidelijk wat er is gebeurd', zei Verherstraeten. Met andere woorden: in die redenering heeft Henin boter op het hoofd. Als blijkt dat Henin vervolgens ook probeerde om op basis van die informatie de rechtsgang te beïnvloeden, zal Didier Reynders zijn ministeriële verantwoordelijkheid moeten opnemen. Maar dat wil Verherstraeten zeker niet gezegd hebben. 'Het is niet de opdracht van CD&V om de nu al zo wankele meerderheid nog meer te destabiliseren', aldus een anonieme bron bij de CD&V. 'Het is niet bepaald het moment om Barbertje moet hangen te spelen.' Voor sommige andere partijen is het duidelijk. Het graf van Henin is gegraven en hij moet geofferd worden. Tenminste, zo leek het er zondag op, toen de commissie in de laatste rechte lijn haar knipperlichtennota opstelde en mogelijk verdachte contacten tussen de politiek en het gerecht onderzocht. De PS, Ecolo en zelfs CD&V wilden dat de rol van Henin grondig zou worden bekeken. Maar de MR-commissieleden blokten elke aanzet in die richting af. Het eindresultaat moeten we af-wachten. Maar het mag duidelijk zijn: Henin offeren, zou de MR voor de verkiezingen van juni heel erg pijn kunnen doen. Olivier Henin is sinds jaar en dag de vertrouwenspersoon bij uitstek van Didier Reynders. Getuige daarvan de beloning die hij onlangs kreeg: Reynders benoemde hem tot regeringscommissaris bij de Nationale Loterij. Trouwens, waren Olivier Henin en Didier Reynders al niet witgewassen door de advocaat van de staat, Christian Van Buggenhout? Van Buggenhout weigerde op de hoorzitting de eed af te leggen en kwam alleen verklaren dat zijn stafhouder, Alex Talon, hem zwijgplicht had opgelegd vanwege het beroepsgeheim en het feit dat een advocaat niet kan komen getuigen in een zaak waarmee hij zelf is belast. Vreemd, want voor de Sabenacommissie kon dat wel. Heeft de advocatuur dan een eigen drijfveer om niet aan deze parlementaire onderzoekscommissie mee te werken? Hoe het ook zij, de weigering van de stafhouder bleek niet veel meer dan een formaliteit. Van Buggenhout mocht dan al geweigerd hebben om verklaringen af te leggen voor de Fortiscommissie, hij pende zijn gedachten wel neer in een nota die Didier Reynders aan commissievoorzitter Tommelein zou bezorgen. Die had pas gezegd dat de nota geheim was of Reynders liet het document al per e-mail doorsturen naar de hele pers. Reynders en Henin waren daarmee meteen witgewassen. Over het advies dat Van Buggenhout naar Henin zou hebben doorgebeld, schreef de advocaat van de staat in zijn brief immers dat hij 'gezien de houding van de substituut (die het advies zou uitbrengen, nvdr) tijdens de pleidooien (voorafgaand aan het advies, nvdr) had opgemaakt dat er een genuanceerd, zo niet een negatief advies kon volgen'. Enkel dat vermoeden liet hij weten aan zijn cliënt. Vanwaar dan al die heisa? De commissie hield geen rekening met de nota van Van Buggenhout. Maar het al dan niet terechte alibi van het duo Reynders-Henin was nu wel bij iedereen be-kend. De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, Ghislain Londers, schreef het op 18 december 2008 al een eerste keer in een brief, en vervolgens in zijn uitgebreidere nota: 'Ik heb duidelijke aanwijzingen dat er pogingen zijn geweest om de rechtsgang te beïnvloeden.' Bewijzen had hij niet. Dat herhaalde hij ook nog eens voor de Fortiscommissie. Drie maanden later heeft de commissie nog steeds niet veel meer dan vermoedens. Ze kan alleen een lijst van een twintigtal mogelijk verdachte contacten voorleggen, en een rist aanbevelingen in verband met de scheiding der machten en de hervormingen van het gerecht. Vanuit de oppositie klinkt de luide roep om nog meer getuigen te kunnen horen. Voornamelijk in verband met het proces voor het hof van beroep. Ook Open VLD verklaarde zich bereid om het onderzoek te heropenen, maar dan wel pas nadat alle straf- en tuchtprocedures zijn afgerond. 'Dat zal nieuwe informatie aan het licht brengen op basis waarvan we gericht verder kunnen werken', aldus Geert Versnick (Open VLD). Bij CD&V en zeker bij MR stuit dat op een njet. Het zou Didier Reynders en de hele regering alleen nog meer gijzelen. Toch zou het een gemiste kans zijn om het onderzoek niet te heropenen. Uit goede bron vernemen we dat er uit het strafonderzoek wel degelijk één en ander naar boven zal komen. De commissie was een maat voor niets, een slag in het water, een verschrikkelijke vertoning, horen we onder academici. Heeft ze dan écht niets opgeleverd? 'Be-halve de electorale agenda die de verschillende partijen voor ogen hadden, hoop ik dat er op z'n minst toch een paar degelijke aanbevelingen zullen worden voorgesteld', zegt René Foqué, professor rechtsfilosofie aan de K.U. Leuven. 'Als je ziet hoe zowel de zittende als de staande magistratuur in deze zaak heeft gedisfunctioneerd, en welke grote wrijvingen er tussen beide zijn ontstaan, is het hoog tijd om de rol van het openbaar ministerie eindelijk eens uit te klaren. Het OM moet immers toezien op de goede werking van het gerecht. Nu maakt het in zijn beleidstaken enerzijds deel uit van de uitvoerende macht onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie. Anderzijds heeft datzelfde OM in individuele zaken een rol als magistraat, en daar het in volle onafhankelijkheid kunnen functioneren, ook ten opzichte van de uitvoerende macht.' 'Wellicht valt te vrezen dat sommigen, zoals elders in Europa, het openbaar ministerie helemaal zullen willen verambtelijken en laten opgaan in de uitvoerende macht', aldus Foqué. 'Een dergelijk pleidooi zou in het verlengde liggen van het idee van de maakbare samenleving, onder de sturende kracht van de uitvoerende macht. Als dat gebeurt, zal het evenwicht tussen de drie machten nog veel meer worden verstoord dan nu al het geval is. Het parlement als wetgevende macht zou daarbij in zijn controlefunctie ernstig worden verzwakt. Dat zou ook het geval zijn voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in de fase van opsporing en vervolging.' Zou hij doelen op Renaat Landuyt? Gevraagd naar zijn plannen zegt Landuyt dat hij in het eindrapport van de Fortiscommissie een hervorming van het OM zou aanbevelen, maar dat hij lang niet zo ver wil gaan. Het volstaat voor hem dat het openbaar ministerie fysiek wordt weggetrokken uit het justitiepaleis. 'Dat zou de onafhankelijkheid al sterk bevorde-ren', aldus Landuyt. Landuyt hoopt ook een politieke meerderheid te vinden om het 'brieven schrijvende hof van beroep van Brussel' grondig door te lichten. Ook wil hij het tucht-onderzoek dat nu loopt in de zaak-Fortis uit Brussel weghalen. Vreest hij niet dat de lopende hervorming van justitie door de hele affaire averij heeft opgelopen? 'Die hervormingen bestaan alleen nog maar op papier', zegt hij. 'Als ze nu ook maar eens effectief konden worden uitgevoerd. Ik hoop ook dat de verantwoordelijken die we aanwijzen, begrijpen dat er iets zal moeten veranderen.' 'In romans luidt de eerste zin vaak dat elke gelijkenis met de realiteit gebaseerd is op pure toevalligheden', zei Landuyt in De zevende dag. 'Hopelijk is dat niet zo met ons rapport.' DOOR INGRID VAN DAELE