In januari 1998 bezocht paus Johannes Paulus II Cuba. Het was een lang uitgestelde reis, en een van de moeilijke ondernemingen in de latere fase van zijn pontificaat. De Cubaanse Kerk dacht dat het bezoek een nieuwe revolutie zou brengen. De Cubaanse regering wilde vooral dat Johannes Paulus II het VS-embargo tegen Cuba zou veroordelen. In de aanloop naar het bezoek restaureerden de Cubaanse autoriteiten een roze, rococo protocol-paleisje in de exclusieve wijk van Havana rond het Palacio de Convenciones, hopend dat de paus daar zijn intrek zou nemen. Hij deed het niet: het was geen staatsbezoek, een punt dat Rome wilde onderstre...

In januari 1998 bezocht paus Johannes Paulus II Cuba. Het was een lang uitgestelde reis, en een van de moeilijke ondernemingen in de latere fase van zijn pontificaat. De Cubaanse Kerk dacht dat het bezoek een nieuwe revolutie zou brengen. De Cubaanse regering wilde vooral dat Johannes Paulus II het VS-embargo tegen Cuba zou veroordelen. In de aanloop naar het bezoek restaureerden de Cubaanse autoriteiten een roze, rococo protocol-paleisje in de exclusieve wijk van Havana rond het Palacio de Convenciones, hopend dat de paus daar zijn intrek zou nemen. Hij deed het niet: het was geen staatsbezoek, een punt dat Rome wilde onderstrepen, omdat het op die manier de Cubaanse Kerk een grotere rol in de organisatie kon geven, en omdat er minder protocollaire barrières zouden zijn. In Havana als elders, zou de paus zijn mening zeggen. Bij de aankomst op de luchthaven van Havana, waar ik mee de paus opwachtte, zagen we Johannes Paulus II traag en behoedzaam het vliegtuig van Alitalia verlaten. Iemand van zijn entourage reikte hem een fraaie wandelstok aan: dat steuntje werd bruusk en humeurig geweigerd. Wat later, bij het instappen in de pausmobiel, waagde dezelfde persoon het, de paus een helpende hand te reiken: hij kreeg prompt een mep op die hand. Johannes Paulus II accepteerde wél dat Fidel zelf hem bij de arm nam. Het resultaat was dat Castro, toen toch ook al 71, ineens een pak jonger leek. Tijdens de welkomsttoespraak was Fidel hoofs, maar ook kritisch, onder meer toen hij impliciet de rol van de Kerk in de koloniale periode aanviel. Na lange onderhandelingen was in Havana de plaats vastgelegd waar de paus aan het einde van zijn bezoek de mis zou opdragen. Op de Plaza de la Revolución - maar het kon niet met het enorme portret van Che Guevara op de achtergrond aan de ene kant, noch met de obelisk van Marti aan de overzijde. De keuze voor de achtergrond viel uiteindelijk op de nietszeggende gevel aan de zijkant van het plein. Voor de mis begon duurde het, steeds zonder hulp en zonder stok, een hele tijd voor de paus het altaar bereikte. Ondertussen arriveerde Fidel en nam zijn plaats in - en de concelebrerende bisschoppen die al wél rond het hoge altaar stonden, haalden plotseling camera's van onder hun witte kazuifels om de aankomst van de Cubaanse halfgod te filmen. Fidel, zich wellicht zijn jaren bij de jezuïeten van het Belén-college in Havana herinnerend, zong ijverig mee tijdens de mis. De paus leefde ook toen al duidelijk grotendeels op wilskracht. Zijn stem was helder bij het begin van elke zin, en vloeide dan weg in gefluister, terwijl de Cubaanse gelovigen enthousiast scandeerden: Juan Pablo/Segundo/Amigo de todo el Mundo! Toen een onverwachte bries over het plein waaide, onderbrak de paus zijn voorbereide tekst en groette, inspelend op de omstandigheden, en met onverborgen ironie, de passage van de Geest... Nauwelijks te been, nauwelijks bespraakt, bleef de man een geboren communicator. De Cubaanse regering kreeg later op die dag de verhoopte afkeuring van het embargo. De tweede revolutie had niet plaats. Ik zag Johannes Paulus II en Fidel als twee zeer ervaren schaakspelers, die aan elkaar gewaagd waren. Remise. H.P.