Zou zo'n Louis Michel dat nu zelf geloven? De gewezen minister van Buitenlandse Zaken, nu Europees commissaris, ziet zich naar eigen zeggen - op zijn lijfzender RTL-TVi - samen met Guy Verhofstadt het communautaire dossier ontmijnen.
...

Zou zo'n Louis Michel dat nu zelf geloven? De gewezen minister van Buitenlandse Zaken, nu Europees commissaris, ziet zich naar eigen zeggen - op zijn lijfzender RTL-TVi - samen met Guy Verhofstadt het communautaire dossier ontmijnen. Louis Michel, een politieke patjepeeër die zelfs binnen de wat dat betreft toch al rijk voorziene MR zijn gelijke niet heeft - in zijn eigen partij wordt Michel weleens ' le Jean Gol des pauvres' genoemd - wil gaarne de rol van redder des vaderlands opnemen. 'Jij en ik kunnen (...) ons inzetten voor een zaak die ons dierbaar is: België', zo richtte hij zich tot zijn toekomstige medeontmijner Guy Verhofstadt. Toch even op replay gedrukt. En jawel, hij zei het echt! Louis Michel, de man die samen met Guy Verhofstadt het land dat hem zo dierbaar is met een erbarmelijke financieringswet naar het faillissement duwde en delen van zijn eigen regio, Wallonië, heeft teruggevoerd naar het welvaartsniveau van Napels en omstreken, díé man dus, wil België redden. Ware zij niet zo tragisch, de gedachte zou hilarisch zijn. In 1989, vijf jaar voor zijn dood, hield Karl Popper in Zwitserland voor het Liberales Forum aan de universiteit van St. Gallen een nog altijd actuele uiteenzetting over de democratische staat. Daarin waarschuwde de filosoof voor het aartsgevaarlijke moment waarop het volk, opgegroeid met het geloof dat het door middel van het democratische systeem deelneemt aan het bestuur, beseft dat dit niet waar is. Dan voelt de burger zich niet alleen ontevreden, maar ook bedrogen en in de steek gelaten. En dat heeft vaak navrante electorale gevolgen. Verderop in het blad komt de Leuvense rechtsfilosoof René Foqué tot een soortgelijke, al even verontrustende vaststelling: 'Het valt me steeds weer op hoezeer het idee van de ministeriële verantwoordelijkheid naar de achtergrond verdwijnt. Dat baart me grote zorgen. De bevolking verwacht dat elke politicus zijn verantwoordelijkheid opneemt. Doet hij dat niet, dan zal de bevolking haar vertrouwen in het politieke bestel stilaan opgeven.' Volgens de hoogleraar zal de bevolking niet alleen haar morele vertrouwen in de integriteit van de politieke ambtsdragers opgeven, maar ook haar vertrouwen in de werking van de instellingen. En precies dat vertrouwen, zo benadrukt Foqué heel terecht, is essentieel voor de gemoedsrust van de burgers. En zonder die gemoedsrust is een democratie op termijn niet meer levensvatbaar. Niet alleen werd haar gemoedsrust de laatste jaren ernstig verstoord, de bevolking heeft ook begrepen dat de federale politiek door een catatonie is bevangen. De krakkemikkigheid van de parlementaire onderzoekscommissie naar de mogelijke schending van de scheiding der machten in het Fortisdossier is een treffend voorbeeld van die verkramping. Zelfs de mededeling dat de regering vorig jaar - ondanks waarschuwingen van de eigen ambtenaren - de belastinginkomsten zwaar overschatte om de indruk te wekken dat de begroting in evenwicht was en bijgevolg 2,4 miljard euro (ruim 96 miljard in oude frank) te weinig inde, veroorzaakte in de Wetstraat nauwelijks rimpelingen. In buurlanden zou de bekendmaking door de eigen administratie dat de voogdijminister van Financiën, in dit geval Didier Reynders, de belastinginkomsten vervalste, tot het ontslag van de minister hebben geleid. Bovendien gaat het hier om een begrotingszwendel die de huidige ministers en hun partijen, met kennis van de oplichting, hebben goedgekeurd. Toch is niemand verantwoordelijk. Zoals ook niemand verantwoordelijk is voor de manier waarop de federale staat, financieel uitgekleed door de deelstaten, via alternatieve financiering voor de sociale zekerheid moet opdraaien. Ook de socialisten niet, die onder Paars meehielpen aan de hold-up van de financieringswet maar die vandaag - men leze verderop de bijdrage van John Crombez in Rood zonder roest - geen enkele oplossing achter de hand hebben om de sociale zekerheid te redden. Behalve dan dat 'de solidaire financiering beschikbaar moet blijven'. Dat van die solidariteit moeten de SP.A-kopstukken, die mee die andere hold-up, die van de notionele-interestaftrek, organiseerden, toch eens gaan uitleggen aan de zieken die nu al een derde van de ziekenhuisfactuur zelf moeten betalen, aan de ruim 1 miljoen Belgen die op en onder de armoedegrens leven, aan de bewoners van wijken van Charleroi waar de levensverwachting naar het niveau van 1950 is weggezakt. Louis Michel en Guy Verhofstadt zullen hen graag vergezellen bij die rondgang, want het zijn allemaal verwezenlijkingen die zij samen tot stand hebben gebracht. Tot groter heil van België.door Rik Van Cauwelaert