'Mist u het niet?'
...

'Mist u het niet?' Die vraag wordt me regelmatig gesteld. Soms uit bezorgdheid. Soms uit nieuwsgierigheid. Meestal uit ongeloof. Ze wrijven dan net niet met de wijsvinger op de duim. Met 'het' bedoelen ze in mijn geval 'reclame'. Het vak dat ik dertig jaar lang heb uitgeoefend. O ja, denk ik dan. Wat mis ik het. Het urenlange discuteren met een net afgestudeerde Noor of Brit over de kleur van het hemd van een figurant in een spotje. Of over het gebrek aan merkuitstraling in sequentie drie die twee en een halve seconde duurt. Wat mis ik dat. Antwoorden zoeken op de vraag van een Duitser of en hoe humor iets kan bijdragen aan de beoogde groei van het marktaandeel. Laat de broodjes maar al aanrukken. Het wordt laat. En het hoofdkantoor in Zürich wacht op het verslag. 'U had toch wel echt veel succes, nee?' Dat is waar. En plezier. Heel veel plezier. Nee, spijt heb ik er niet van. Heerlijke jaren waren het. Makkelijk ook. En boeiend. Je begeeft je in het hart van de economie. Je leert bedrijfsleiders van hun grootste en hun kleinste kantjes kennen. Je mag mee bouwen aan de beroemdheid van een stukje chocolade en imagoschade beperken bij de zoveelste fusie. En vooral, je hebt daarbij maar één taak, ideetjes bedenken. Bierviltjes en servetjes vol kribbelen en dat is dan werk. Werk dat trouwens uitstekend vergoed wordt. Wat ruimschoots opweegt tegen het nachtelijke vergaderen met de crème van het internationale marketingtoneel. Nee, heel eerlijk, ik houd er niets dan goede herinneringen aan over. En dan heb ik het nog niet gehad over de mensen met wie je werkt. Geestige mensen. Het zal u misschien verbazen, maar veel reclamemensen zijn heel fijne mensen met veel gevoel voor humor, een open blik op de wereld en, houd u vast, zelfrelativering. U moet zich voorstellen wat een luxe dat is. Terwijl anderen naar kantoor rijden om de hele dag tussen bankiers of advocaten te zitten, mocht ik uitkijken naar een dag lol tussen mensen met de grootste variatie aan talenten. Feest. Meer dan eens met vochtige ogen van de koffiemachine teruggekomen. En niet alleen van het lachen. Maar missen doe ik het niet. Nee. Hoewel reclame maken toch wel een heerlijk beroep is waar veel mensen een fout beeld van hebben. De slechte gewoonten die u kent uit televisieseries, waren al lang verdwenen toen ik eraan begon. Nooit heb ik gedronken op kantoor. En hoewel het gebruik van cocaïne vandaag heel mainstream is geworden - ons Tommeke hebben ze nu toch wel heel hard aangepakt, die jongen had gewoon stress en wou wat ontspannen. Ja ma, het is examen, ik heb ook stress, snffft. - heb ik nooit weten snuiven op kantoor. Zelfs daarnaast niet. Als er ooit orgieën hebben plaatsgevonden, dan heb ik die gemist. De enige twee die ooit betrapt werden op promiscue activiteiten die niet direct of indirect bijdroegen aan het welzijn van ons clientèle zijn later gehuwd. Nee, ik durf het uw kinderen zeer aanraden. Reclame maken is een mooi beroep. Als ze een beetje talent hebben en tegen een stootje kunnen - niet iedereen gaat meteen plat voor het eerste ideetje dat er uit hun hoofd komt - dan is het een broodwinning waar ze niet dommer van worden. Bedenk dat een reclameschrijver maandenlang mag nadenken over een lijn van vijf woorden, in tegenstelling tot de journalist die gisteren al klaar moest zijn als het om een papieren krant gaat en eergisteren voor de digitale versie. Nee, reclame maken is een geweldig beroep. Maar missen doe ik het niet. Dat is misschien wel het grootste voordeel van dat vak. Je mist het achteraf niet. Reclame bedenken is niet zo'n broodwinning waarmee je stopt en plots beseft: help, ik kan niets! Ik ben waardeloos. Ik wil terug! Want je leert onderweg veel dingen waarmee je later iets kunt doen. Met woorden en beelden omgaan, bijvoorbeeld. Vandaag even belangrijk als leren fietsen. Of hoe producten worden gemaakt. Meer dan honderd fabrieken heb ik bezocht. Ingenieurs hebben mij tot in de kleinste details getoond hoe het werkt. Politiek, nog zoiets. In grote en internationale bedrijven zie je hoe besluitvorming totaal kan voorbijgaan aan het welslagen van het bedrijf en volledig ten dienste komt te staan van het welslagen van een of meerdere individuen. En je ziet ook hoe één man of vrouw aan de top ervoor kan zorgen dat die dynamiek helemaal verandert. Hoe één iemand ervoor kan zorgen dat de passie om iets groots en bijzonders te doen groter wordt dan de angst om te mislukken. Allemaal van dichtbij mogen meemaken. Je leert zoveel. Wat maakt dat ik 'het' vandaag niet mis. Want ik heb in die dertig jaar reclame een paar vaardigheden verworven waaraan ik nu veel heb. Gaandeweg. En ik hoop voor u, wat u ook doet of gedaan hebt in uw leven, van harte hetzelfde. Het is nooit te laat voor een gelukkige jeugd. Prettige zomer nog. Guillaume Van der Stighelen, ex-reclamemaker en medeoprichter van Duval Guillaume, schrijft columns en cursiefjes, maakte met Canvas de tweedelige documentaire President Te Koop over de verkiezingscampagnes in de VS en werkt momenteel aan een hernieuwde uitgave van zijn boek Echt.Guillaume Van der StighelenEen reclameschrijver mag maandenlang nadenken over een lijn van vijf woorden, een journalist moest gisteren al klaar zijn.