Naar aanleiding van het artikel ?Een strijd om vuile olie?, verschenen in Knack, 27ste jaargang, nr. 11, p. 32-33, wens ik het volgende recht van antwoord mee te delen.
...

Naar aanleiding van het artikel ?Een strijd om vuile olie?, verschenen in Knack, 27ste jaargang, nr. 11, p. 32-33, wens ik het volgende recht van antwoord mee te delen. ?Het artikel behandelt twee problemen door elkaar : de hele problematiek van de afvalolie in Vlaanderen enerzijds en de concrete situatie van het bedrijf Maes-Eelen te Schoten anderzijds. Zo staat het bedrijf Maes-Eelen helemaal niet symbool voor de afvalolieproblematiek in Vlaanderen. Het eerste en voornaamste probleem bij dit bedrijf slaat immers op de overdreven hinder, die het voor de buurt veroorzaakt. Daarnaast laat het na het opgelegde saneringsprogramma binnen de door de Milieu-inspectie opgelegde termijnen uit te voeren. Het is overigens op basis van deze overtredingen dat ik besloot de milieuvergunning te schorsen. In het dossier Maes-Eelen spreken over een controverse tussen de Milieu-inspectie en het Kabinet van Leefmilieu raakt kant noch wal. De juiste toedracht is dat ik bij besluit van 22 januari 1997 het sluitingsbevel dat op 7 november door de Milieu-inspectie was gegeven, in beroep heb bevestigd. Ik bevestig dus dat de Milieu-inspectie in dit dossier juist gehandeld heeft. Met zijn arrest van 20 februari 1997 heeft de Raad van State de schorsing, door het bedrijf gevorderd, verworpen, zodat dan mijn eerder getroffen beslissing verder geldig blijft. Het is dan ook vreemd dat in het artikel gesproken wordt van ?een voor minister van leefmilieu Theo Kelchtermans hoogst vervelend arrest?. Bedoeld arrest bevestigt immers wat ik beslist heb ! De problematiek van de afvalsector daarentegen is een heel ander verhaal. Hier gaat het immers niet direct om de hinder van een bedrijf voor de buur, maar met het oog op de kwaliteit van het leefmilieu in het algemeen, om de normering van de gezuiverde afvalolie. In de praktijk blijkt er nu betwisting te zijn omtrent de datum van invoegetreding van deze afvalolienormering, voorzien in Vlarem. Met het oog op een eenvormig standpunt hieromtrent heb ik daar het advies van mijn administratie Aminal gevraagd en nadien ook gevolgd. Trouwens, ten gronde zal een fundamentele oplossing voor deze problematiek aangereikt worden via het besluit ?secundaire grondstoffen?. Dat de directeur-generaal van deze dienst in uw artikel een bepaalde politieke kleur krijgt opgeplakt, is totaal irrelevant voor de essentie van het verhaal ; even irrelevant zou het zijn als ik zou verwijzen naar de eventuele politieke kleur van het hoofd van de Milieu-inspectie. Tot slot betreur ik het dat ikzelf op geen enkele wijze toelichting heb kunnen geven bij deze problematiek, terwijl de mening van anderen, inzonderheid van Agalev, wel uitvoerig aan bod komt. Gelieve bij toepassing van de wet van 23 juni 1961 betreffende het recht tot antwoord, deze rechtzetting te publiceren in uw eerstvolgend nummer. Met de meeste hoogachting.? Theo Kelchtermans, Vlaams minister van Leefmilieu en Tewerkstelling. Naschrift van de redactieDat Maes-Eelen geen symbool is van de misstanden in de afvaloliesector, is een hoogst origineel standpunt waarmee de minister van Leefmilieu wellicht alleen staat. Sinds de jaren tachtig kwam het bedrijf meermaals met het gerecht in aanraking en de zaakvoerder moest zich tot voor het Antwerpse Hof van Beroep voor zijn praktijken verantwoorden.De minister doet er alles aan om de normen van de afgewerkte olie te versoepelen en op maat te snijden van de verwerkers en de gebruikers (tuinders, asfalt- en transportbedrijven). Zoals in het artikel uiteengezet, koos de minister eerst voor een eigenzinnige interpretatie van de wetgeving. Volgens zijn visie mocht afvalolie tot 1 januari 1999 onbeperkt zware metalen en zwavel bevatten, met alle gevolgen voor het leefmilieu. Voor de minister gaat het om constructiecriteria en emissienormen. Volgens de milieu-inspectie valt de afvalolie sinds 1 januari 1996 onder het Vlaams reglement op de milieuvoorwaarden (Vlarem-2), dat veel strenger is voor zware metalen en zwavel. De milieu-inspectie wordt daarin bijgetreden door verschillende experts. Vlarem-2 is een lichte verstrenging van het Vlaams afvaloliebesluit van 25 juli 1985. De minister draait de klok dus meer dan tien jaar terug.Na de uitspraak van de Raad van State in de zaak Maes-Eelen (20 februari 1997) was de minister blijkbaar minder zeker dat zijn interpretatie de juiste was. Drie dagen later al lag er een voorontwerp besluit van de Vlaamse regering klaar (23 februari 1997). Verpakt in een besluit inzake de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, garandeert de minister dat de strenge normen voor zwavel en zware metalen pas vanaf 1 januari 1999 geldig zijn. Hij legaliseert dus zijn eigenzinnige interpretatie van Vlarem-2.Er is een duidelijke samenhang tussen de zaak Maes-Eelen en de discussie over de versoepeling van de normen. In zijn recht van antwoord houdt de minister zijn, volgens experts verkeerde, interpretatie van de normen staande. Met zijn voorontwerp haalt hij zijn eigen interpretatie onderuit. Maar hij geeft wel een vrijbrief aan de verwerkers van afgewerkte olie, en aan de gebruikers ervan. Ten koste van het leefmilieu.