JA
...

JAFrans Lozie"Het drugsbeleid was tot dusver repressief. De werkgroep drugs, waar ik lid van was, zorgde voor een eerste wijziging die zijn neerslag vond in de circulaire van de vroegere minister van Justitie Melchior Wathelet. Die stelde dat elk gebruik aangepakt moest worden, ook al kwam er niet noodzakelijk vervolging. Dat was te omslachtig en bezorgde politie, rijkswacht en rechtbanken te veel werk. Het kwam ook niet overeen met de voorstellen van de werkgroep, waarin twee grote lijnen zaten. Ten eerste: er moet meer aandacht gaan naar preventie en hulpverlening en de politie moet pas optreden bij overlast. Ten tweede: cannabis krijgt de laagste prioriteit in het vervolgingsbeleid. In de praktijk werd dat zo uitgewerkt dat er bij cannabisgebruik toch een proces-verbaal werd opgesteld, maar het parket deed daar niets mee. Het idee was dat bij herhaling wel maatregelen konden worden genomen. De praktijk was dus weer repressiever dan de werkgroep had voorgesteld. Agalev en Ecolo hadden ook een wetsvoorstel ingediend waarbij niet-problematisch gebruik van cannabis niet zou worden vervolgd. Dat wilde ook zeggen dat we de handel wilden regelen en tegelijk voorkomen dat - zoals in Nederland - via de achterdeur van coffeeshops wel gedeald wordt. Door de aanpak van de handel zou het zwarte circuit ontmanteld worden. Tegelijk moest ook meer aandacht naar preventie en informatie van jongeren, ouders en leraren. Tegelijk konden we via de cannabis-ervaring kijken hoe we het andere gebruik - dat veel gevaarlijker is - konden aanpakken. De recreatiedrugs die jongeren nemen, kunnen maar gestopt worden als er meer informatie over de gevaren is, als er meer en andere ontspanningsmogelijkheden voor die groep is en als jongeren meer inspraak krijgen. We blijven er dus bij dat drugsgebruik, net als alcoholgebruik, moet afgeraden worden. Maar repressie helpt niet. Dat is bewezen. Wat ons ook bezorgd maakt, is dat men er duidelijk minder goed in slaagt om de handel aan te pakken. Er wordt nu minder tegen de zware en georganiseerde misdaad opgetreden dan tegen de kleine occasionele gebruiker.NEEJo VandeurzenDe overheid kan niet garant staan voor een drugsvrije samenleving, wel voor een geloofwaardig drugsbeleid. Dat zegt Jo Vandeurzen, CVP-volksvertegenwoordiger en lid van de commissie Justitie. "De overheid moet ten opzichte van drugsgebruik consequent een ontradingsstrategie ontwikkelen. Zo wordt het risico op verslaving voor elke burger zo veel mogelijk beperkt. De subtiliteit dat alleen het misbruik ontraden moet worden, ontgaat me. In die logica zou de overheid de boodschap moeten uitzenden dat je wel "mag gebruiken", maar "niet verslaafd mag worden". Kenmerkend voor de verslaving is echter dat de betrokkene die grens moeilijk of niet kan trekken, laat staan respecteren. Een goed beleid heeft drie invalshoeken: preventie, hulpverlening en repressie. Druggebruik is en blijft in België - op basis van internationale verdragen - hoe dan ook strafbaar. Of wil de regering dit op het internationale forum ter discussie stellen? Het gerecht moet dus de ontradingsstrategie ondersteunen. De procureurs beschikken daartoe over een breed gamma van aangepaste reacties. Op eenvoudig experimenteel cannabisgebruik reageer je natuurlijk niet op dezelfde wijze als op de georganiseerde productie van XTC-pillen! Dat een gedoogbeleid zich zou opdringen omdat het Openbaar Ministerie in ons land zonder geobjectiveerde norm en dus willekeurig optreedt, is niet correct. Het is altijd de taak van de procureur om de uitvoering van federale richtlijnen in te passen in de lokale situatie. Een gedoogbeleid is de negatie van een ontradingsstrategie. Hoe gaan we gezinnen, scholen en jeugdleiders ondersteunen als zij vanuit een pedagogische bekommernis reageren tegen druggebruik, als de overheid verkondigt dat cannabisbezit voor eigen gebruik geen probleem meer is? Nu in Europa gepleit wordt voor meer samenwerking om de veiligheid van de burgers beter te verzekeren, brengt het nieuwe beleid de Nederlandse coffeeshops met de gedoogde voordeur en de illegale achterdeur dichterbij. Met het risico dat argeloze gebruikers meegezogen worden in allerlei nefaste situaties. De georganiseerde misdaad vaart er wel bij. In plaats van een zoveelste debat over gedoogbeleid moeten de middelen dringend en massaal geïnvesteerd worden in meer preventie, betere coördinatie, behoorlijke statuten voor preventiewerkers, sluitende registratie en zo meer."Opgetekend door Misjoe Verleyen