Op 10 mei belde een verontruste VN-secretaris-generaal Kofi Annan met de Franse president Jacques Chirac. Onderwerp van gesprek was de provincie Ituri, in de noordoostelijke uithoek van Congo. Daar liep de situatie helemaal uit de hand nadat de laatste Ugandese bezettingstroepen er enkele dagen eerder waren weggetrokken. Met hen verdween daar de laatste schijn van wettelijkheid, al berustte die louter op brute macht en intimidatie. De secretaris-generaal was vooral bezorgd over de dreiging dat het machtsvacuüm en de chaos er wel eens konden uitlopen op een genocide naar Rwandees model. Een al jaren sluimerend etnisch conflict, recent versterkt met berichten over kannibalisme, het ontdekken van honderden doden in massagraven rond de hoofdplaats Bunia en de moord op twee VN-waarnemers midden mei, maakten de situatie er almaar urgenter op.
...

Op 10 mei belde een verontruste VN-secretaris-generaal Kofi Annan met de Franse president Jacques Chirac. Onderwerp van gesprek was de provincie Ituri, in de noordoostelijke uithoek van Congo. Daar liep de situatie helemaal uit de hand nadat de laatste Ugandese bezettingstroepen er enkele dagen eerder waren weggetrokken. Met hen verdween daar de laatste schijn van wettelijkheid, al berustte die louter op brute macht en intimidatie. De secretaris-generaal was vooral bezorgd over de dreiging dat het machtsvacuüm en de chaos er wel eens konden uitlopen op een genocide naar Rwandees model. Een al jaren sluimerend etnisch conflict, recent versterkt met berichten over kannibalisme, het ontdekken van honderden doden in massagraven rond de hoofdplaats Bunia en de moord op twee VN-waarnemers midden mei, maakten de situatie er almaar urgenter op. Frankrijk werkt sindsdien aan een rapid reaction force, zevenhonderd à duizend man sterk, die op korte termijn met een VN-mandaat als 'stabilisatiemacht' naar de regio moet worden uitgestuurd. Meerdere landen zegden ervoor hun medewerking toe. België stelt de Franse blauwhelmen militaire vliegtuigen ter beschikking. Nochtans wil minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel maar wat graag zijn al jaren volgehouden diplomatieke demarches in Centraal-Afrika aanvullen met een meer tastbare component 'op het terrein', teneinde de daad bij het woord te kunnen voegen. Maar troepen sturen kan niet, sinds de parlementaire commissie die de Belgische rol in de Rwandese genocide van 1994 onderzocht, tot de conclusie kwam dat België maar beter geen blauwhelmen inzet voor opdrachten in ex-koloniale gebieden. Luchttransport, plus enige noodhulp en eventueel een medische antenne moeten dat manco compenseren. Ituri is hoe dan ook een uiterst riskant wespennest. Het is het toneel van een menselijke tragedie die al jaren door de internationale publieke opinie wordt genegeerd. Ze staat in het klein model voor het Congolese drama dat de voorbije jaren al enkele miljoenen mensen het leven heeft gekost. Alles begon in 1998, toen de nieuwe, later vermoorde Congolese president Laurent-Désiré Kabila in ongenade viel bij zijn Ugandese en Rwandese beschermheren. Zij meenden hun strategische belangen veilig te moeten stellen door Congo binnen te vallen, waarbij ze zich bedienden van collaborerende, door hen in het leven geroepen en gecontroleerde rebellenbewegingen. Zo begon een oorlog waardoor het bewind in Kinshasa de controle over de helft van het grondgebied verloor en heel het land nog verder in chaos en miserie wegzakte. Rwanda en Uganda hadden, behalve strategische belangen, vooral het vullen van hun eigen geldkoffers op het oog, door voor eigen rekening te beginnen met de exploitatie van Congo's immense bodemrijkdommen. Uganda ging zo ver om Ituri in 1999 uit de Oostprovincie los te wrikken en er een autonome provincie van te maken. Om het wingewest te controleren, pasten zij een verdeel-en-heerspolitiek toe, door de aloude etnische diversiteit van het gebied tot een bron van een intern conflict op leven en dood te maken. De fragiele etnische verhoudingen in Ituri, voornamelijk tussen de Hema- en de Lendu-bevolking, lijken sterk op die tussen Tutsi's en Hutu's in Rwanda en Burundi. De Hema (en de daarmee verwante Gegere), traditionele herders, vormen er een elite tegenover de meerderheid van Lendu (en de daarmee verwante Ngiti), die vooral aan landbouw doen. Die aanvankelijk min of meer harmonische, want op samenwerking steunende etnisch-sociale verhoudingen raakten onder de Belgische kolonisatie evenwel gepolitiseerd, waardoor de Lendu (net als de Hutu-bevolking elders in de regio van de Grote Meren) de indruk kregen dat zij tot tweederangsburgers werden gemaakt. Lendu-radicalen koesteren daarover nog altijd een wrok tegenover België, wat een eventuele inzet van Belgische troepen in Ituri tot een heel riskante zaak zou maken: zij zouden er onmogelijk als een 'neutrale' vredesmacht worden beschouwd. De oorlog en de Ugandese bezetting stortten de Ituri-regio in een economische crisis, die de traditionele concurrentie over het grondbezit en de visrechten in het nabije Albertmeer op de spits dreef. Beide bevolkingsgroepen voelden zich erdoor in het nauw gedreven, wat de radicalen onder hen er uiteindelijk toe bracht om alleen nog elkaars fysieke liquidatie als oplossing te zien - het recept voor de genocidaire dreiging. De situatie raakte nog verder gecompliceerd doordat de Nande, die afkomstig zijn uit Noord-Kivu en door zowel de Hema als de Lendu als buitenstaanders worden beschouwd, onder de Ugandese bezetting aan macht begonnen te winnen. Door het opfokken van de etnische spanningen kreeg het Ugandese bezettingsleger, onder leiding van de plaatselijke commandant James Kazini, alle ruimte om de hand te leggen op de bodemrijkdommen in de regio, vooral goud (de bekende mijnen van Kilo Moto), hout, coltan en koffie - terwijl in het Albertmeer aanzienlijke oliebronnen zouden zijn ontdekt. En daar was het allemaal om te doen. Het drama van Congo blijft tenslotte zijn rijkdom. De door decennia van wanbeheer uitgeholde Congolese staat is niet bij machte om die bodemschatten te exploiteren, wat ze tot een aantrekkelijke en gemakkelijk te controleren prooi maakte voor de buurlanden. En de opbrengsten ervan zijn zo immens dat de oorlog er blijvend mee gefinancierd kan worden. Al zijn de buitenlandse bezettingstroepen inmiddels grotendeels weer uit Congo vertrokken, de structuren van de illegale exploitatie bleven intact. En omdat noch het regime van Kinshasa, noch de al in Congo aanwezige VN-blauwhelmen bij machte zijn om het machtsvacuüm te vullen, ging de feitelijke macht over in handen van allerlei krijgsheren. Zij vinden bij de werkloze jongeren in de regio een overvloedige reserve aan gemakkelijk manipuleerbare kindsoldaten voor de ongeregelde milities waarmee ze ter plekke hun terreurbewind uitoefenen. Die combinatie van wetteloosheid, terreur, wapenleveringen en economische belangen, tegen een achtergrond van traditionele etnische spanningen, dreigt nu in Ituri die genocidaire cocktail te doen ontstaan. Het kluwen van legertjes in Ituri is haast onoverzichtelijk. De Lendu-milities van het Armée du Peuple Congolais (APC) bestrijden er de Hema van de Union des Patriotes Congolais (UPC). Gingen Uganda's faveurs eerst uit naar de UPC, dat belette niet dat ook de Lendu konden rekenen op steun van Ugandese officieren, waarna Rwanda - dat tevoren uit de regio afwezig bleef - de kant koos van de UPC, Uganda een rivaliserende militie stichtte met het Front pour la Paix et l'Intégration de l'Ituri (FIPI) en de Forces Armées pour le Congo (FAPC) zich afscheurden van de UPC. Daartussen bewegen zich nog ten minste twee dissidenties van wat eens de rebellenorganisatie Rassemblement Congolais pour la Démocratie (RCD) was, de Mai-Mai-milities plus de Mouvement pour la Libération du Congo (MLC) van de onlangs nog in Brussel wegens mensenhandel veroordeelde war lord Jean-Pierre Bemba. En het is hen allen menens, zowel in hun geldzucht als in hun gewelddadigheid. In Ituri vielen de voorbije jaren, volgens schattingen van mensenrechtenorganisaties, al 50.000 doden en sloegen een half miljoen mensen op de vlucht. Alleen een doortastend optredende VN-vredesmacht in de regio kan vermijden dat de menselijke tragedie in Ituri een nog meer catastrofale, genocidaire dimensie aanneemt. Als die troepenmacht daartoe nu ook een voldoende potig mandaat krijgt, krijgen de VN, na hun fiasco in de Iraakse crisis, een nieuwe kans om te bewijzen dat ze meer zijn dan een papieren tijger. En voor Europa bestaat de kans om aan te tonen dat het internationaal toch ook iets in zijn mars heeft: Frankrijk levert de troepen, Duitsland belooft geld, het Verenigd Koninkrijk zegde diplomatieke steun toe om Rwanda, waarmee het goede relaties onderhoudt, op een afstand te houden. En België stuurt dus een C-130 en, naar het woord van ex-minister Mark Eyskens, een rol sparadrap. Marc ReynebeauIn Ituri berust de feitelijke macht bij allerlei ongeregelde milities.