De avant-gardefilms waarmee Alain Resnais zijn faam vestigde -"Hiroshima mon amour", "L'Année dernière à Marienbad", "Muriel ou le temps d'un retour" - blijven onaantastbare monumenten uit de modernistische film van de jaren zestig. Maar wat heeft Resnais de huidige toeschouwer te bieden? Zijn films zouden passé zijn, vanwege te serieus, te koel en te formalistisch.
...

De avant-gardefilms waarmee Alain Resnais zijn faam vestigde -"Hiroshima mon amour", "L'Année dernière à Marienbad", "Muriel ou le temps d'un retour" - blijven onaantastbare monumenten uit de modernistische film van de jaren zestig. Maar wat heeft Resnais de huidige toeschouwer te bieden? Zijn films zouden passé zijn, vanwege te serieus, te koel en te formalistisch. Niets is minder waar. Resnais maakte inderdaad films over Guernica, de holocaust, Hiroshima, Vietnam en de nasleep van de Spaanse burgeroorlog. In "Muriel" zijn folterpraktijken tijdens de Algerijnse oorlog aan de orde en in "L'Amour à mort" worden protestantse theologische dilemma's aangekaart. Klinkt zwaarwichtig, nee? De regisseur die furore maakte met films die cinematografisch gestalte gaven aan nouveau roman-experimenten, is echter ook verslaafd aan Amerikaanse musicals en stripverhalen. Een kreet in een tekstballonnetje kan voor hem even mooi en expressief zijn als de repetitieve litanieën van Marguerite Duras in "Hiroshima mon amour". Zijn liefde voor sciencefiction vertaalde hij in de reis door de tijd van Claude Rich in "Je t'aime, je t'aime". Aan Broadwayvirtuoos Stephen Sondheim bestelde hij de dodenwals voor "Stavisky". Zijn voorlaatste werk, de ingenieuze dubbelfilm "Smoking/No Smoking", is een vernuftige adaptatie van zes stukken van de in Engeland zeer populaire toneelschrijver Alan Ayckbourn. Zijn nieuwste film "On connaît la chanson" is opgedragen aan de Britse televisieschrijver Dennis Potter en neemt diens procédé over om personages hun gedachten en gevoelens te laten uitdrukken in flarden van populaire deuntjes - in dit geval uit de gloriejaren van het Franse chanson. De theorieën van Henri Laborit over de biochemische processen in het brein die ons gedrag bepalen, zette hij niet om in een didactische documentaire, maar in de speelse vaudeville "Mon Oncle d'Amérique". En in zijn misschien wel mooiste film "Providence", brengt de op hol geslagen verbeelding van een stervende schrijver ( John Gielgud) niet alleen zijn eigen gefolterde familierelaties naar boven, maar ook allegorische beelden van politieke (verwijzingen naar Chili) en archetypische (de weerwolflegende) terreur. Voor Resnais die filmmaker wilde worden nadat hij als kind zijn eerste Ginger Rogers/Fred Astaire-musical zag, is er geen hiërarchie tussen Kunst met hoofdletter en populair vermaak. Dat maakt hem, nog altijd, tot een van de modernste cineasten van zijn tijd. P.D.