Derde keer, goede keer, moeten de Rwandezen denken. De vorige keren dat ze een rebellie in eerst nog Oost-Zaïre (1996) en later Oost-Congo (1998) steunden, liep het mis. De eerste keer ging de rebellie zo goed dat ze binnen de kortste keren heel het grote Congo veroverd had. Het liep mis toen de Congolese stroman die de Rwandezen naar voren hadden geschoven, Laurent-Désiré Kabila, niet lang nadat hij president geworden was zijn Rwandese broodheren terug naar af stuurde.
...

Derde keer, goede keer, moeten de Rwandezen denken. De vorige keren dat ze een rebellie in eerst nog Oost-Zaïre (1996) en later Oost-Congo (1998) steunden, liep het mis. De eerste keer ging de rebellie zo goed dat ze binnen de kortste keren heel het grote Congo veroverd had. Het liep mis toen de Congolese stroman die de Rwandezen naar voren hadden geschoven, Laurent-Désiré Kabila, niet lang nadat hij president geworden was zijn Rwandese broodheren terug naar af stuurde. De tweede rebellie kreeg naast een Rwandese snel ook een Ugandese poot, en verzandde in een moeizaam vredesproces, dat uiteindelijk leidde tot verkiezingen die de positie van Joseph Kabila - president geworden nadat zijn vader door een lijfwacht was vermoord - bevestigde. Maar ook zoon Kabila zat niet te wachten op samenwerking met de Rwandezen. Deze keer spelen de Rwandezen het slimmer. Deze keer is het een Congolese Tutsi die een goed georganiseerde en ruimtelijk beperkte rebellie leidt. De Rwandese leiders zijn ook Tutsi's. De chef van de nieuwe rebellie is generaal Laurent Nkunda, die met zijn legertje van naar schatting niet meer dan 5000 man al meer dan een jaar onrust zaait in Oost-Congo. Hij heeft de Oost-Congolese stad Goma, op de grens met Rwanda, zo goed als in zijn greep. Hij is geduldig, kijkt de kat uit de boom en laat de diplomatieke mallemolen draaien. Hij zal de stad binnenstappen zodra hij denkt dat het wenselijk is. De mensen kunnen zich ondertussen mentaal op zijn komst instellen, de vluchtelingen kunnen bevoorraad worden. Het Congolese leger in de regio, meer dan 20.000 man sterk, heeft zich naar goede gewoonte al plunderend en verkrachtend teruggetrokken in het stadje Sake, zo'n dertig kilometer van Goma. Het Congolese leger is een onbetaald zootje ongeregeld dat leeft van plunderen en van het terroriseren van de bevolking, die door meer dan tien jaar bijna ononderbroken oorlogsgeweld murw is geslagen. Het associeert zich met een ander zootje ongeregeld: een militie van na de Rwandese genocide naar Congo gevluchte Hutu's, die een doorn in het oog is van het Rwandese regime. Het Rwandese regime gebruikt ze regelmatig om eventuele, al dan niet diplomatieke, demarches in Oost-Congo te verantwoorden. Nkunda gebruikt op zijn beurt de precaire positie van de Congolese Tutsi's om zijn geweld te kaderen. De onmacht van het Congolese leger in Oost-Congo, de regio waaraan zoon Kabila zijn verkiezing als president te danken heeft, illustreert ten voete uit de onmacht van de president om zijn land behoorlijk te besturen. Ook de vredesmacht van de Verenigde Naties slaagt er niet in de rust te bewaren. Zelfs de mensen die de vredesmacht moet beschermen, de burgers en vooral de vluchtelingen, keren zich tegen de blauwhelmen, die voor niemand een verschil maken. Als het geld dat in de vredesmacht was gepompt in een degelijke opleiding voor Congolese militairen was gestoken, hadden die misschien kunnen doen wat ze nu niet kunnen: een buffer vormen tegen de rebellen. De soldaten van Nkunda, deels gerekruteerd uit het efficiënt georganiseerde Rwandese leger én betaald, lopen de Congolese dievenbende onder de voet. Het lijkt er soms zelfs op dat Kabila niet meer wil weten dat er een probleem in Oost-Congo is, dat hij zich concentreert op de rijke mijnstreek en op lucratieve contracten met de nieuwe Chinese quasikolonisatoren. Hoewel hij nu niet anders kan dan meedraaien in de diplomatieke carrousel waar hij zo'n hekel aan heeft - zijn degout van minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (Open VLD) is er een mooi voorbeeld van. De Rwandezen zijn niet geïnteresseerd in het veroveren van Congo. De Rwandezen zijn geïnteresseerd in het uitbreiden van hun macht in Oost-Congo, omdat daar rijkdommen zitten waarover ze in hun arme land niet kunnen beschikken. Zo kunnen ze ook wat meer ruimte creëren voor wat meer Rwandezen, want Rwanda is nog dichter bevolkt dan Oost-Congo. Dirk Draulans