Mijnheer Schiltz, de Brusselse jeugdrechter laat minderjarige zware criminelen vrij omdat er geen plaats is in de gesloten instellingen. Premier Guy Verhofstadt (VLD) en minister van Justitie Marc Verwilghen (VLD) laten enkelen van hen alsnog opsluiten. Aan de basis ligt een verschillende visie tussen Vlaanderen en Wallonië over de behandeling van jonge criminelen.
...

Mijnheer Schiltz, de Brusselse jeugdrechter laat minderjarige zware criminelen vrij omdat er geen plaats is in de gesloten instellingen. Premier Guy Verhofstadt (VLD) en minister van Justitie Marc Verwilghen (VLD) laten enkelen van hen alsnog opsluiten. Aan de basis ligt een verschillende visie tussen Vlaanderen en Wallonië over de behandeling van jonge criminelen. HUGO SCHILTZ: Het is een voorbeeld van een te grote ideologisering in de politiek. De Franstaligen gaan te vaak maatschappelijke problemen te lijf met theoretische beschouwingen die in de praktijk weinig baat bijbrengen. Een politicus moet algemene ideële lijnen hebben, maar moet voor het overige zorgen dat de maatschappij behoorlijk functioneert zoals ze is, en niet zoals hij zou wensen dat ze is. Denken dat alle jonge mensen a priori brave onbeschreven bladen zijn, is naïef en onjuist. Als ze dat bij Ecolo niet willen inzien, betekent het dat ze onvoldoende rijp zijn om aan beleidspolitiek te doen. De publieke opinie is geschokt door het straffeloos vrijuit gaan van overvallers en dieven, en heeft lak aan de diepere politieke visie die daar eventueel aan ten grondslag ligt. En ik hoef er geen tekening bij te maken wie eens te meer de stemmen van die vele verontwaardigde mensen binnenhaalt. Maar daar maken ze zich aan Franstalige kant minder zorgen over. Deze incidenten tonen weer eens aan dat in heel wat belangrijke beleidsdomeinen de politieke basisgevoeligheid in Vlaanderen en Wallonië erg verschillend is. De wijsheid gebiedt om dat structureel op te vangen, zodat er minder botsingen ontstaan. Het is slechts omdat we het verschil in mening over de budgettaire politiek hebben opgevangen door de gemeenschappen en gewesten meer financiële bevoegdheden te geven, dat we erin geslaagd zijn om de Europese normen te halen. Er zijn nog steeds mensen die beweren dat federalisme leidt tot een explosie van de uitgaven, maar het tegendeel is waar. SCHILTZ: In alle federale staten die ik ken is dat soort justitie aan de deelstaten toevertrouwd, waarom bij ons niet? Een deel van het antwoord is dat justitie bij ons een laatste bolwerk is van het klassieke Belgische establishment. SCHILTZ: Die nieuwe kieswet is een onding, een ratatouille waarin men allerlei weinig overwogen nieuwigheden bij elkaar heeft gekletst. Alleen voor de provinciale kieskringen valt iets te zeggen. Door de indeling in arrondissementen en de apparentering, was het verschil in representativiteit van de verkozenen soms te groot. Maar het vernauwen van de toegang voor nieuwe partijen via de kiesdrempel vind ik vanuit democratisch standpunt niet gezond. Dat bepaalde mensen zich op verschillende lijsten kandidaat mogen stellen, steun ik evenmin. Het gevolg wordt een circus rond de opvolgers van de grote stemmentrekkers, en heel wat kiezers zullen niet eens weten wie dankzij hun stem in het parlement komt. Dat was ook een beetje zo in het vorige systeem, maar het wordt nu versterkt. Het meest correcte is om enkel kandidaturen toe te laten van wie daadwerkelijk zitting wil hebben in de vergadering waarvoor hij of zij zich kandidaat stelt. SCHILTZ: Dat is een van de slechtste politieke akkoorden die ik in mijn carrière heb meegemaakt. Het is een eenzijdig akkoord waarbij alleen wordt tegemoetgekomen aan hetzij symbolische hetzij strategische wensen van de Franstaligen. De Vlamingen hebben niets uit de brand gesleept. Tenzij misschien de regeling van één Vlaamse schepen in de Brusselse gemeenten, maar die had men op een andere manier ook kunnen afdwingen. Ik begrijp niet hoe men de pariteit kan toegeven zonder tegenprestatie. Het is een strategische blunder van formaat, want als de Vlamingen dat nog ooit ongedaan willen maken, zullen ze een zware prijs moeten betalen. Dat de Senaat een paritair samengestelde ontmoetingsplaats van de deelstaten wordt, valt op zichzelf nochtans te verdedigen. Maar dan als eindpunt in een staatshervorming die voor tachtig tot negentig procent de resoluties van het Vlaamse parlement heeft verwezenlijkt. Het nu al toegeven, is de wagen voor de paarden spannen en getuigt van een ontstellend onvermogen van Vlaamse politici om met hun macht om te springen. De Franstaligen zijn daar veel handiger en leper in. SCHILTZ: Nee, ook dat is een theoretische dromerij van politologen waarvan iedereen die in de praktijk staat de gevaren beseft. In onze delegatiedemocratie werkt die rechtstreekse verkiezing ontwrichtend. Een goed gemeentebestuur bestaat uit een duidelijke meerderheid in de raad, en uit een college dat over de coalitiepartners heen een team vormt waarvan de burgemeester de coach is. De nieuwe regeling dreigt de burgemeester te isoleren en geeft hem tegelijkertijd een eigen legitimiteit die tot conflicten zal leiden. SCHILTZ: Dat laat ik buiten beschouwing. Je mag geen wetten maken in functie van één specifiek geval, je mag ook niet nalaten er te maken vanwege één specifiek geval. Geef Antwerpen dan voldoende middelen en steun om ervoor te zorgen dat Dewinter niet verkozen zal worden. SCHILTZ: Ik mis voldoende technische garanties over de kwaliteit van die peiling. Laten we even afwachten of de resultaten overeenstemmen met die van La Libre Belgique. Afgezien daarvan geeft de CD&V niet de indruk met zichzelf in het reine te zijn. In feite beleven ze dezelfde existentiële crisis als wij bij de Volksunie. Hoe je het draait of keert, zowel liberalen als socialisten denken simplistischer dan een partij die het algemeen consensusmodel tracht te belichamen op basis van andere dan specifieke belangenmotieven. Er zijn drie basispijlers in de politiek: gelijkheid, vrijheid en broederlijkheid. Bij de socialisten blijft het principe van de gelijkheid de ondertoon van elk politiek discours, bij de liberalen is dat de vrijheid. CVP en VU hadden de broederlijkheid als uitgangspunt, zijnde de samenhorigheid en de consensus in een gemeenschap over de belangentegenstellingen heen. De idee van samenhorigheid en solidariteit is door het postmodernisme geweldig aangevreten. Het hyperindividualisme heeft opgang gemaakt: niet de wereld is mijn dorp, maar mijn dorp is de wereld. Op de duur is mijn straat en uiteindelijk mijn eigen huis en tuin de wereld. In een reactie tegen de naoorlogse dominantie van een soort sociaal-democratie, heeft Guy Verhofstadt met zijn Burgermanifesten het individu willen rehabiliteren, maar dat is veel te ver doorgeslagen. In plaats van correcties aan te brengen, heeft men de gemeenschap en haar middenveld vernield. In dat proces moet de CD&V zich heroriënteren, wat allesbehalve gemakkelijk is. Toch merk ik dat in de ideeëncenakels van de jongeren, bijvoorbeeld aan de universiteiten, weer meer en meer de idee van de gemeenschappelijkheid naar voren wordt geschoven. Mocht ik een CD&V'er zijn, zou ik dus niet pessimistisch zijn op lange termijn, op voorwaarde dat de partij mensen vindt die gevoelig genoeg zijn om die nieuwe gedachtestroming van nabij te volgen en ze dan een populaire vertaling kunnen geven. SCHILTZ: Dat kan een deel van de verklaring zijn, maar in dat opzicht is het geen ongezonde evolutie. Want als partijen hun aantrekkingskracht moeten putten uit het vermogen om via het staatsapparaat hun aanhang te bedienen, zijn we aan een degeneratieverschijnsel toe. En dat was een beetje het geval de afgelopen tien, vijftien jaar. Op de duur werden de wetten geschreven in de studiediensten van de ziekenfondsen, de vakbond en de boerenbond, en niet meer in de parlementaire commissies of de politieke denktanken. SCHILTZ: Ik vraag me af wat de commissarissen en de revisoren van Sabena al die tijd gedaan hebben. Normaal gesproken zijn dat zaken die hun aandacht moeten wekken. Zij moeten niet alleen controleren of de boekhouding mechanisch in orde is, maar zeker de commissarissen moeten ook wijzen op de gevolgen van beleidsdaden die het financiële evenwicht van een vennootschap in gevaar kunnen brengen. Daar zijn zonder twijfel grove fouten gebeurd, maar ze zijn helaas onherstelbaar. Uit praktische overwegingen moet je dan bijna de vraag stellen waartoe het dient om eindeloos in dat voor België beschamende potje te blijven roeren. SCHILTZ: Ik vermoed van wel. Bij de vorige verkiezingen was een reactie van het Oostenrijkse publiek niet onredelijk. Oostenrijk is, erger dan België, jarenlang in de greep geweest van een sacrosancte rooms-rode coalitie, met een verzuiling die zo mogelijk nog sterker was dan bij ons. En een dito kolonisering van de overheid door partij- en privébelangen. Het lag voor de hand dat de bevolking zich vroeg of laat zou roeren, als er vanuit klassieke partijen geen reactie kwam. Het is bij ons misschien niet zo bekend, maar Oostenrijk is geconfronteerd geweest met veel zwaardere corruptieschandalen dan België. Er zijn hallucinante verhalen van schepen die op volle zee verdwenen maar toevallig wel met staatswaarborg verzekerd waren, ik geef maar één voorbeeld. Als daar niemand anders tegen opkomt ligt het bedje gespreid voor iemand als Jörg Haider. Die krijgt dan, niet om ideologische redenen maar uit afkeer, een grote en diverse groep proteststemmers achter zich. Hetzelfde is gebeurd met Pim Fortuyn in Nederland, met dit grote verschil dat de FPÖ een goed gestructureerde partij is met heel wat bekwame politici aan boord. Haider zelf is al voor de tweede keer minister-president van Karinthië. Leefbaar Nederland en later de Lijst Pim Fortuyn was een vlokkig hoopje bij elkaar. De reactie in Europa op de regeringsdeelname van de FPÖ is naast de kwestie geweest. Dat Haider fascistoïde opvattingen heeft, is ongetwijfeld juist, maar men heeft de Oostenrijkse kiezer te zware ideologische overwegingen toegeschreven. Zodra bleek dat in de FPÖ beleidsbereidheid bestond en dat er fatsoenlijke mensen waren om beleidsfuncties op te nemen, kwam het er alleen op aan om de verbale excessen van Haider te relativeren, en om het de regeringsbereide fractie mogelijk te maken haar greep op de partij te versterken. Dat Haider zelf de coalitie heeft opgeblazen, bewijst dat men daarin geslaagd is. Koen MeulenaereHUGO SCHILTZ: 'Cd&v en vu kennen hetzelfde probleem: SAMENHORIGHEID IS VERDREVEN DOOR HYPERINDIVIDUALISME.'