Sinds de herfst van 1995 buigt een werkgroep van de Nederlandstalige Vrouwenraad zich onder leiding van Fauzaya Talhaoui van de Antwerpse rechtsfaculteit over de situatie van vrouwelijke vluchtelingen. Dit resulteerde in het werkrapport "De asielprocedure vanuit genderperspectief" dat, onder meer, een stel aanbevelingen doet voor de behandeling van vrouwelijke asielzoeksters.
...

Sinds de herfst van 1995 buigt een werkgroep van de Nederlandstalige Vrouwenraad zich onder leiding van Fauzaya Talhaoui van de Antwerpse rechtsfaculteit over de situatie van vrouwelijke vluchtelingen. Dit resulteerde in het werkrapport "De asielprocedure vanuit genderperspectief" dat, onder meer, een stel aanbevelingen doet voor de behandeling van vrouwelijke asielzoeksters. Het rapport suggereert dat alle documentatiecentra van de bij het asielbeleid betrokken diensten informatie zouden moeten bevatten over de wettelijke status en maatschappelijke positie van vrouwen in hun herkomstlanden, en over schendingen van vrouwenrechten. De dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) bezit zulke informatie niet. Haar ambtenaren gaan er veelal van uit dat het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen (SGVS), dat zich uitspreekt over de gegrondheid van een asielaanvraag, dit wel zal onderzoeken. Diezelfde ambtenaren zijn echter wel bevoegd voor het ontvankelijk verklaren van asielaanvragen, wat in bijna negen op tien gevallen negatief uitdraait. Het commissariaat-generaal beschikt wel over mappen met informatie over de vrouwenproblematiek in diverse landen. Daarin steken, bijvoorbeeld, gegevens over besnijdenispraktijken of bruidsverbrandingen. Ook een aantal "landenklassementen" bevat informatie over de toestand van vrouwen, afhankelijk van wie het onderzoek over een bepaald land verricht heeft. De Vaste Beroepscommissie (VBC), die minder dossiers te behandelen krijgt, heeft de nodige middelen om specifieke informatie op te vragen, voor zover die niet aanwezig zijn in haar documentatiecentrum. Verder zouden de diensten volgens het werkrapport best naar geslacht opgesplitste data en statistieken bijhouden, om zo een eventuele achterstelling van vrouwen zichtbaar te maken en een gelijke-kansenbeleid te kunnen evalueren en bevorderen. Maar enkel het commissariaat-generaal ving de jongste jaren aan met het in kaart brengen van asielaanvragen naar geslacht. En geen enkele dienst geeft het aantal erkenningen of ontvankelijkheidverklaringen volgens geslacht en grond van goed- of afkeuring weer.VROUWEN EN TOLKENMet een andere aanbeveling van het werkrapport - het ondervragen van vrouwen door vrouwen, bijgestaan door een vrouwelijke tolk - staan de diensten in de praktijk het verst, zeker voor gesprekken over delicate onderwerpen. Het toekennen van een vrouwelijke tolk ligt moeilijker, zeker voor nationaliteiten waarvan maar kleine aantallen over de vloer komen. Betrouwbare tolken zijn niet dik bezaaid, en het is doorgaans werken met wie men kan krijgen. In de vaste beroepscommissie hebben niet alle kamers, die dossiers behandelen, een vrouwelijke jurist aan boord, met als gevolg dat de dossiers in de eerste en hoogste kamer van de Nederlandse rol enkel door mannen behartigd worden. Omdat asielzoeksters zich psychologisch niet in een positie voelen om iets te vragen, moet het onthaalpersoneel uitdrukkelijk wijzen op de mogelijkheid van bevraging door vrouwen. Overigens maakt het geslacht van de ondervrager niet altijd zoveel uit, oppert een medewerkster van een van de betrokken diensten. Het is de ingesteldheid die telt. Bovendien vragen asielzoekers met posttraumatische stress om een deskundige aanpak. Dat veronderstelt een specifieke vorming van minstens een deel van het personeel, nog een aanbeveling van het rapport. Geen enkele van de betrokken diensten voorziet daar momenteel in. Vaak worden asielaanvragen van vrouwen vaak behandeld in "afgeleide status" van de dossiers van hun man, en krijgen ze daarom doorgaans hetzelfde statuut als hun man. Dat heeft twee nadelen. Enerzijds gaan niet zelden de eigen gronden voor asiel van de vrouw verloren, terwijl haar dossier sterker kan zijn dan dat van haar man. Anderzijds betekent een eventueel vluchtelingenstatuut voor haar man dezelfde status voor haar: met als gevolg dat zij niet meer op bezoek kan gaan bij haar familie omwille van de hoofding op haar papieren. Net zoals voor partners van buitenlandse studenten, zou een ander statuut beter geplaatst zijn.Ria Goris