'De Bolognaverklaring heeft in alle 46 betrokken landen en regio's, en dus ook in Vlaanderen, geleid tot een heuse omwenteling en veel stress in het hoger onderwijs. Maar er is nog heel veel te doen. Zeker in de landen die later zijn aangesloten, maar ook in de landen die er van bij de aanvang bij waren. We mogen niet zelfgenoegzaam worden. Voor de komende tien jaar is in het Bolognaproces een nieuwe taakspanning nodig.' Dat zegt Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A).
...

'De Bolognaverklaring heeft in alle 46 betrokken landen en regio's, en dus ook in Vlaanderen, geleid tot een heuse omwenteling en veel stress in het hoger onderwijs. Maar er is nog heel veel te doen. Zeker in de landen die later zijn aangesloten, maar ook in de landen die er van bij de aanvang bij waren. We mogen niet zelfgenoegzaam worden. Voor de komende tien jaar is in het Bolognaproces een nieuwe taakspanning nodig.' Dat zegt Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A). Vandenbroucke hecht veel belang aan een aantal thema's die zijn opgenomen in de eindtekst, die voor de opvolgingsconferentie in Leuven en Louvain-la-Neuve werd voorbereid. Op de eerste plaats is dat de internationale mobiliteit van de studenten, die volgens de minister nog altijd veel te bescheiden is en het best in een becijferde doelstelling wordt omgezet. 'Concreet zou tegen 2020 minstens een vijfde van alle studenten een deel van hun studie of opleiding in het buitenland gevolgd moeten hebben. Dat is goed voor hun ervaring. Zo verruimen ze ook hun blik en hun talenkennis.' Een ander stokpaardje van Vandenbroucke is de sociale dimensie van Bologna. 'Niet alle jongeren moeten per se naar een universiteit of hogeschool. Maar sommige groepen, zoals allochtone jongeren of jongeren uit sociaaleconomisch kwetsbare gezinnen, zijn nu zonder verklaring ondervertegenwoordigd in het hoger onderwijs. Ook zij moeten de kans krijgen om met succes over de hoge lat van een opleiding te raken. Daarom is het van belang dat er voor de komende tien jaar meetbare doelen komen over de participatie aan het hoger onderwijs in het algemeen en over de deelname van een aantal doelgroepen in het bijzonder.' Een gevoelig thema volgens de minister houdt verband met 'de doorzichtigheid van het ingewikkelde landschap van instellingen van het hoger onderwijs' in Europa. 'We mogen niet langer de terreur van internationale rankings zoals de Times Higher Education Supplement en de Shanghai Ranking ondergaan. Ze hebben een grote impact op de reputatie van instellingen, maar ze zijn eenzijdig. Daarom is het wenselijk dat er een publiek erkend systeem komt dat alle instellingen en opleidingen in Europa eerst ordent volgens hun profiel. Leggen ze meer nadruk op onderwijs of op onderzoek bijvoorbeeld? Op welke wetenschappen ligt de klemtoon? Hoe zit het met de sociale voorzieningen? Enzovoort. Vervolgens kunnen ze worden gerangschikt volgens hun prestaties op die diverse terreinen. Op die manier kunnen studenten een gefundeerde opleidingskeuze maken.' Ten slotte noemt de minister het cruciaal dat het hoger onderwijs 'als een deel van de publieke ruimte kan rekenen op de nodige overheidsmiddelen'. Vandenbroucke: 'Nu de economische crisis zo hard toeslaat, geldt dat extra. Daarom vind ik ook dat de volgende Vlaamse regering het budget voor het hoger onderwijs met 10 procent moet verhogen.' WWW.VANDENBROUCKE.COM