Ik had als kleine, toch al modebewuste jongen een eenvoudige theorie: er liepen veel mensen op straat die lelijke kleren droegen, maar het was een kwestie van tijd vooraleer daar een einde aan zou komen. Mijn geloof in het vooruitgangsoptimisme was grenzeloos. Gestreepte truien, knalgele broeken en jasjes waar de fabrikant alvast elleboogstukjes op had gestikt: mensen hadden ze nog in de kast liggen, maar alle kledingzaken waren er nu wel achter gekomen dat ze foeilelijk waren. Zulke stukken zouden al snel niet meer verkocht worden.
...

Ik had als kleine, toch al modebewuste jongen een eenvoudige theorie: er liepen veel mensen op straat die lelijke kleren droegen, maar het was een kwestie van tijd vooraleer daar een einde aan zou komen. Mijn geloof in het vooruitgangsoptimisme was grenzeloos. Gestreepte truien, knalgele broeken en jasjes waar de fabrikant alvast elleboogstukjes op had gestikt: mensen hadden ze nog in de kast liggen, maar alle kledingzaken waren er nu wel achter gekomen dat ze foeilelijk waren. Zulke stukken zouden al snel niet meer verkocht worden. Een bezoek aan C&A leert dat mijn theorie op drijfzand was gebouwd. Er zal altijd een markt zijn voor beroerde outfits. Hetzelfde gold, dacht ik, voor theater. Echt slecht theater wordt niet meer gemaakt. Het merendeel van de voorstellingen is middelmatig, maar er zijn maar weinig opvoeringen lachwekkend slecht. Alleen al de cultuursubsidies zorgen voor een professionalisme dat de meeste makers daarvoor behoedt. Maar ook daarin was ik verkeerd. In de Gentse Minardschouwburg zag ik onlangs 4.48 Psychosis. Een vriend had kaartjes gekocht voor enkele willekeurige voorstellingen van NTGent, en ging er terecht van uit dat ik hem wel zou vergezellen. Op de scène bracht een actrice een theatertekst van Sarah Kane. Jan Steen, de regisseur van de voorstelling, noemde het 'een van de krachtigste theaterteksten van de laatste vijftien jaar'. De tekst gaat over depressie. 'I am sad/ I feel that the future is hopeless and that things cannot improve/ I am bored and dissatisfied with everything', begint het. En zo gaat het verder, een jammerklacht die iets langer dan een uur duurt. Hoewel de tekst vroeger vertaald werd, kozen de makers voor het Engelstalige origineel. De actrice roept af en toe een deel, maar het resultaat is monotoon en vlak. Het duurt niet lang voordat het publiek moeite moet doen om de aandacht erbij te houden, en alleen nog maar flarden aankomen. Op het toneel staat niet iemand die een verhaal te vertellen heeft, maar iemand die een toestand uitbeeldt. Een toestand die misschien de eerste vijf minuten wist te boeien. Na de voorstelling bleek helaas nog maar de pauze te zijn aangebroken. In het tweede, enigszins onverwachte deel brengt een mannelijke acteur dezelfde tekst. Zij het niet exact dezelfde woorden, zij het niet op exact dezelfde manier. Na van die verrassing te zijn bekomen, restte mij enkel de gedachteoefening waarom voorstellingen als deze in hemelsnaam gemaakt worden. Zonder de tijd zelf te hebben meegemaakt, lijkt 4.48 Psychosis op een voorstelling die in de jaren tachtig op enthousiasme werd onthaald maar nu een probeersel is dat de schouwburg niet meer zou mogen halen. Ik hoor het de voorstanders van cultuursubsidies al zeggen: prachtig dat zulke experimenten nog worden gesteund! Zij zaten allicht niet in de zaal. Peter CasteelsNa de voorstelling bleek helaas nog maar de pauze te zijn aangebroken.