Dit voorjaar werd opvallend veel Vlaams theatertalent gesignaleerd in Duitsland. Een eerste lading spoorde mee op de culturele promotietrein Flandern in Nordrhein-Westfalen, een initiatief van de Vlaamse Gemeenschap. Dat presenteerde de afgelopen maanden een staal van onze (podium)kunsten in verschillende steden van het Rijnland. Helemaal los van die overheidscampagne trokken ook twee eigengereide theatermakers, Luk Perceval en Jan Lauwers, naar Duitsland om er elk bij een groot stadstheater een zogenaamd 'Repertoirestück' te regisseren. Dat is een productie die gedurende een aantal seizoenen op de affiche blijft en waarvan om de zoveel weken een nieuwe voorstellingenreeks gespeeld wordt. Dat Duitse speelsysteem kennen we in Vlaanderen helemaal niet. Maar het is wel handig: een productie missen wordt op die manier haast onmogelijk.
...

Dit voorjaar werd opvallend veel Vlaams theatertalent gesignaleerd in Duitsland. Een eerste lading spoorde mee op de culturele promotietrein Flandern in Nordrhein-Westfalen, een initiatief van de Vlaamse Gemeenschap. Dat presenteerde de afgelopen maanden een staal van onze (podium)kunsten in verschillende steden van het Rijnland. Helemaal los van die overheidscampagne trokken ook twee eigengereide theatermakers, Luk Perceval en Jan Lauwers, naar Duitsland om er elk bij een groot stadstheater een zogenaamd 'Repertoirestück' te regisseren. Dat is een productie die gedurende een aantal seizoenen op de affiche blijft en waarvan om de zoveel weken een nieuwe voorstellingenreeks gespeeld wordt. Dat Duitse speelsysteem kennen we in Vlaanderen helemaal niet. Maar het is wel handig: een productie missen wordt op die manier haast onmogelijk. Twee jaar na zijn grootschalige theatermarathon Schlachten!, de Duitse versie van Ten Oorlog, pakte Perceval het wat bescheidener aan en regisseerde Der Kirschgarten van Tsjechov bij tweedeklasser Schauspielhannover (zie Knack nr. 18). Jan Lauwers, artistiek leider van Needcompany dat vaker in Duitsland speelt, stootte op zijn beurt door naar de eerste liga. Met de acteurs van het toonaangevende Deutsches Schauspielhaus in Hamburg maakte hij Ein Sturm, zijn versie van The Tempest van Shakespeare. Het was trouwens datzelfde stadstheater dat samen met de Salzburger Festspiele Schlachten! van Perceval coproduceerde. Tot afgelopen zomer was Frank Baumbauer er intendant en sindsdien is Perceval zijn link met Hamburg kwijt. De hoofddramaturg van Hamburg werd dan weer intendant van Schauspielhannover en haalde Perceval voor een regie naar Hannover. De wereld is klein. Ook in Duitsland. Na Baumbauer nam Tom Stromberg in Hamburg plaats op de stoel van de intendant. Jarenlang was Stromberg een belangrijk verdediger in Duitsland van de Vlaamse theateravant-garde van de jaren tachtig. In zijn Theater am Turm (kortweg TAT) in Frankfurt waren Jan Lauwers of Jan Fabre bijvoorbeeld al vroeg kind aan huis. Dit seizoen zag er in het Deutsches Schauspielhaus dan ook behoorlijk anders uit dan onder Baumbauer. De aftandse wachtkamers en vale ziekenfondspersonages van Christoph Marthaler, wiens producties de afgelopen jaren op het Brusselse KunstenFESTIVALdesArts en in deSingel te zien waren, blijven weliswaar op het repertoire. Evenals een nieuwe Hamlet van de levende regielegende Peter Zadek, ondertussen de zeventig voorbij. Maar het aandeel van binnen- en buitenlandse nieuwlichters (Jerôme Bel, Jan Bosse, William Forsythe...) groeide aanzienlijk. GEMENGDE GEVOELENSOok de bijdrage van Jan Lauwers en zijn Needcompany aan het seizoen was opmerkelijk: twee bestaande producties ( Morning Song en Needcompany's King Lear, een coproductie met het Deutsches Schauspielhaus overigens) gasteerden in Hamburg. Lauwers maakte er met het ensemble van het Schauspielhaus Ein Sturm en Die Vagina-Monologe van Needcompany-lid Viviane De Muynck werd er eveneens op het repertoire gezet. Het nieuwe beleid van intendant Stromberg werd door het vroegere publiek en de media met gemengde gevoelens onthaald, maar tegelijk trok het een nieuw, jonger en meer arty publiek. De premièrevoorstelling van het heftige Ein Sturm zorgde onvermijdelijk voor enige ophef. Vooral auditief komt de productie soms agressief uit de hoek en bovendien draagt ze - typisch Lauwers - geen al te vrolijk wereld- en mensbeeld uit. Een deel van het publiek kwam wellicht met de verwachting om Der Sturm van Shakespeare te zien, maar dat was zonder Jan Lauwers gerekend. Ze waren overigens gewaarschuwd, want in het programmaboekje stond letterlijk 'Ein Sturm von Jan Lauwers nach William Shakespeare'. Met de belangrijkste Engelse toneelschrijver meet Lauwers zich al meer dan tien jaar. Met Ein Sturm zet Lauwers voor de vijfde keer een toneelstuk van Shakespeare naar zijn hand. Vorig seizoen was er het indringende Needcompany's King Lear, dat voor Het Theaterfestival geselecteerd werd. Net zoals in die productie volgt Lauwers in zijn Ein Sturm het concrete handelingsverloop van Shakespeares stuk niet. 'Ik wil geen verhaaltje vertellen', citeert het programma Lauwers. Het moralistische kat-en-muisspelletje tussen de oude, wijze tovenaar Prospero en zijn tegenstanders interesseert de theatermaker maar matig, hoewel hij de intrige van het stuk in grote lijnen respecteert. Lauwers wil meteen naar de thematische kern van het verhaal, zonder dramatische of narratieve omwegen. Daarvoor maakt hij net als in recente producties gebruik van een mengvorm van theater, dans en livemuziek. Die mix heeft geen zuiver esthetisch doel en volgt evenmin een narratief verloop. Zijn kracht schuilt precies in zijn beeldend-theatrale karakter waarvan de betekenis meerduidig is en onderlinge tegenstellingen bevat. Het zijn 'grensbeelden', zoals Lauwers ze toepasselijk noemt. Voor Ein Sturm bracht Lauwers een gemengde cast van negen acteurs en twaalf dansers samen, van wie enkelen zich in het begin van de voorstelling vooral als muzikant manifesteren. Ein Sturm begint heel luchtig met een schijnbaar onbenullig onderonsje van de Spaanse Needcompany-acteur Gonzalo Cunill met het publiek. In het Spaans nog wel. Waarom wordt even later in de voorstelling duidelijk als Cunill de replieken van de wilde inboorling Kalibaan op zich neemt. De exotische homme sauvage van Shakespeare, die door de eerste ontdekkingsreizen naar de Nieuwe Wereld getekend werd, wordt bij Lauwers een gewone latino zonder poncho of panfluit. Deze latino keuvelt over het verband tussen punkrock, Iggy Pop en Sigmund Freud. Zijn tekst zal u vruchteloos in The Tempest zoeken. Cunill geeft zo de voorzet voor de lange muziek- en dansscène waarin de acteurs op drums en met gitaren een muzikale 'storm' ontketenen. Als leidraad hanteren ze daarbij de vrije compositie Four6 van de Amerikaanse muziekstormer John Cage. KORTE JAMSESSIONSOp die manier ensceneert Lauwers de stormscène als een opeenvolging van aanrollende golven van korte jamsessions, dans en tekst. 'Wir gehen unter, wir gehen runter' (we gaan onder, we gaan naar onderen) horen we een acteur zachtjes in de microfoon prevelen. De man achter het drumstel blijkt in de volgende scènes, waarin de tekst van Shakespeare haast integraal en met de microfoon in de hand gezegd maar niet 'gespeeld' wordt, een acteur (een uitmuntende Alexander Simon) die de rol van Prospero vertolkt. Natuurlijk! Het is toch de tovenaar-drummer Prospero die de storm ontketent die zijn vroegere rivalen op het strand van zijn eiland zal werpen. Dramaturgisch klopt Lauwers' benadering steeds als een bus, al lijkt zijn versie op het eerste gezicht mijlenver van de tekst van Shakespeare te staan. In het verdere verloop van Ein Sturm wisselt Lauwers tussen de twee uitgetekende paden: een secce vertolking van de tekst of een sterk beeldende stand-in van dans en theater. Nog even strijkt de Vlaming het publiek flink tegen de haren in als hij het complot van Kalibaan en twee zeelui tegen Prospero, dat bij Shakespeare met veel dronkenmangeraas gelardeerd is, door een oorverdovende wall of noise vervangt die opnieuw door de acteurs georkestreerd wordt. Publieksvriendelijk is anders, maar als opgestoken middelvinger kan het wel tellen. Op het einde van Ein Sturm neemt de grote tovenaar niet als een gelouterde man afstand van zijn kunsten, zoals de opvoeringstraditie wil. Nee, hij gaat als een sjofele, hoogbejaarde man het hoekje om. Bij Shakespeare deelt Prospero zijn geliefde gezelschap in de laatste scène mee dat 'thence retire me to my Milan, where every third thought shall be my grave'. En in de slotmonoloog windt hij er helemaal geen doekjes meer om: 'And my ending is despair'. Bye-bye, rustige oude dag, welkom wanhoop. 'Ein Sturm' wordt op 22 en 23 juni in het Deutsches Schauspielhaus in Hamburg hernomen (tel. 0049-40-24 87 13). De data van de voorstellingen nadien vindt u op de website www.schauspielhaus.de Needcompany voert ondertussen onderhandelingen met enkele Vlaamse partners om de productie tijdens het seizoen 2002-2003 naar België te halen.Paul Verduyckt