Het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap (VFSIPH), de socialistische Vlaamse Federatie voor Mensen met een Handicap (VFG) en de Katholieke Vereniging voor Mensen met een Handicap (KVG) reageren op het tienpuntenprogramma, waarmee gehandicapten een meer emancipatorisch beleid willen afdwingen.
...

Het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap (VFSIPH), de socialistische Vlaamse Federatie voor Mensen met een Handicap (VFG) en de Katholieke Vereniging voor Mensen met een Handicap (KVG) reageren op het tienpuntenprogramma, waarmee gehandicapten een meer emancipatorisch beleid willen afdwingen. 1. Antidiscriminatiewetgeving. Een grondwetsbepaling die de gelijke burgerrechten van de persoon met een handicap uitdrukkelijk erkent, moet gekoppeld worden aan een beleidsplan ter bevordering van de gelijke participatiekansen van personen met een handicap aan alle aspecten van de reguliere samenleving (inclusief beleid). Bestaande regelingen en nieuwe initiatieven dienen op dit beginsel getoetst te worden. In geval van een niet naleving hiervan moeten sancties worden voorzien (zoals bij milieu-effectrapportage). 2. Inclusieve financiering van gehandicaptenkosten. Er moet gestreefd worden om de meerkosten van de handicap zoveel mogelijk te spreiden over de reguliere voorzieningen, in plaats van ze ten laste te leggen van specifieke fondsen voor gehandicapten. Bijvoorbeeld, alle gebruikers van het openbaar vervoer betalen mee voor de toegankelijkheid voor iedereen. 3. Algemene toegankelijkheid. Op termijn moeten alle gebouwen en infrastructuur toegankelijk zijn. Zowel de nodige technische bijstand als sancties bij niet naleving moeten voorzien worden. 4. Geen uitsluitend medische benadering van handicaps. Gehandicapten zijn niet ziek. Regelgevingen mogen niet langer gebeuren op basis van het onderscheid tussen mentale, fysieke of sensoriële handicaps, wel op basis van van behoefte aan assistentie en hulpmiddelen. 5. Meerkosten van de handicap (hulpmiddelen en assistentie). Die mogen niet langer ten laste komen van de persoon met een handicap of zijn gezinsleden. Integratietegemoetkomingen, hulpmiddelen en assistentiebudgetten moeten los staan van het inkomen van de persoon met een handicap en diens gezinsleden. 6. Uitkering in natura of in geld. De gehandicapte persoon moet de keuze hebben tussen zorgvorm in natura of het equivalent in geld, waar dan de zorg (hulpmiddelen en assistentie) kan mee ingekocht worden. 7. Inclusief onderwijs. De persoon met een handicap gaat naar een school van zijn keuze, waar op maat - en via het persoonsgebonden assistentiebudget - de nodige assistentie en hulpmiddelen worden verleend. Aanpassingen van de infrastructuur komen ten laste van het onderwijsbudget. 8. Inclusieve tewerkstelling. Ook hier moet het persoonsgebonden budget ingevoerd worden, zodat de potentiële werknemer een gelijkwaardige kandidaat is voor de werkgever. Aanpassingen van de infrastructuur komen ten laste van een door de werkgevers te financieren solidariteitsfonds. 9. Financiering van de opleiding van gehandicapten. Er is niemand beter dan de gehandicapte collega's die kunnen adviseren omtrent handicap. Deze kennis moet erkend en gevalideerd worden. 10. Participatie aan de besluitvorming. In alle besturen met betrekking tot mensen met een handicap moeten minimum 50 procent van de bestuursleden personen met een handicap zijn of wettelijke vertegenwoordigers ervan.NIET MEER DAN NORMAAL EN RECHTVAARDIG"Pas op voor inclusie als alleenzaligmakende mogelijkheid", waarschuwt Jean-Paul Meirens van de KGV. "Inclusief onderwijs en tewerkstelling en een persoonsgebonden assistentiebudget zijn lang niet voor iedereen de meest aangewezen oplossing." Ook zijn tegenhanger, Guy Abrahams van de VFG, plaatst vraagtekens bij een aantal punten. "Geen uitsluitend medische benadering van handicaps is een goed principe wat dienstverlening betreft, maar voor een loonsvervangende uitkering moet je wel vaststellen welke de specifieke beperkingen zijn. Dat het persoonsgebonden budget nog steeds niet structureel verankerd is, noem ik een schande, maar net als inclusief onderwijs en tewerkstelling is het wellicht meer geëigend voor mensen met een fysieke handicap dan voor diegenen met mentale beperkingen. Voor mensen met sensoriële beperkingen (doven, blinden) heeft men specifieke leermethoden en hulpmiddelen ontwikkeld. Het kan toch zeker niet de bedoeling zijn dat allemaal overboord te gooien?" Laurent Bursens, administrateur-generaal van het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap (VFSIPH), meent dat een integratietegemoetkoming geen abstractie mag maken van het gezinsinkomen. Op het vlak van een inclusief beleid wijst hij op een waslijst van initiatieven die de administratie de voorbije jaren gelanceerd heeft. Onder impuls van het VFSIPH worden er nu op elk departement ankerpunten geïnstalleerd, mensen die moeten waken over de inclusie van mensen met een handicap of met verminderde mobiliteit in de regelgeving van de onderscheiden administraties - of het nu openbaar vervoer, tewerkstelling, ruimtelijke ordening of onderwijs betreft. Op deze verschillende deelterreinen werd al met succes onderhandeld voor meer inclusie of toegankelijkheid. Werknemers met een handicap kunnen een potentiële werkgever bijvoorbeeld al bij de eerste werkdag een financiële compensatie aanbieden, een eenvoudige procedure zonder afschrikwekkende administratieve rompslomp. Marleen Durnez, voorzitster van de raad van bestuur van het VFSIPH vat samen: "Er wordt inderdaad nog te veel gewerkt vanuit het bestaande aanbod, maar het vraaggericht inspelen op de behoeften van mensen met een handicap is op gang gekomen." Om deze cliëntgerichte benadering echt kans op slagen te geven, is zowel een beleidsmatige ondersteuning nodig als een mentaliteitswijziging bij diegenen die dagelijks aan de basis werken. Waarom zetelen er in de 21-koppige raad van bestuur ondertussen slechts vier mensen met persoonlijke ervaring met een handicap? Marleen Durnez: "Het is niet altijd even gemakkelijk mensen bereid te vinden. Het numerieke aspect is mijns inziens minder belangrijk dan mensen de ruimte geven om hun bekommernissen te verwoorden." Laurent Bursens, Guy Abrahams en Jean-Paul Meirens noemen het principe van de paritaire vertegenwoordiging "niet meer dan normaal en rechtvaardig." Maar de realisatie ervan is wellicht niet voor morgen. De zuilen en de professionals geven hun aandeel in de zitjes niet zomaar prijs.