Alhoewel de ledenaantallen blijven dalen, zijn politieke ledenpartijen essentieel in elk democratisch bestel. Het is dan ook merkwaardig dat over partijleden in België bijzonder weinig bekend is. Dat heeft in belangrijke mate te maken met de kostprijs van representatief grootschalig onderzoek. Het gebeurt dan ook niet vaak dat politicologen de kans krijgen om partijleden op een wetenschappelijke manier te bevragen. Voor de SP.A bevroegen we in de loop van 2008 ongeveer 1000 toevallig gekozen leden die door 150 getrainde interviewers 92 gesloten vragen kregen voorgeschoteld. De responsgraad lag op 68 procent, wat bijzonder hoog is. Er wer...

Alhoewel de ledenaantallen blijven dalen, zijn politieke ledenpartijen essentieel in elk democratisch bestel. Het is dan ook merkwaardig dat over partijleden in België bijzonder weinig bekend is. Dat heeft in belangrijke mate te maken met de kostprijs van representatief grootschalig onderzoek. Het gebeurt dan ook niet vaak dat politicologen de kans krijgen om partijleden op een wetenschappelijke manier te bevragen. Voor de SP.A bevroegen we in de loop van 2008 ongeveer 1000 toevallig gekozen leden die door 150 getrainde interviewers 92 gesloten vragen kregen voorgeschoteld. De responsgraad lag op 68 procent, wat bijzonder hoog is. Er werden zowel actieve (zij die men hoort) als passieve leden (zij die men nooit hoort en ziet) bevraagd. De beschrijving van de eerste resultaten kan teruggevonden worden in het decembernummer van het tijdschrift Samenleving en Politiek. Toch is het de moeite om de heterogeniteit en de eroderende verzuiling bij de SP.A-leden te belichten. De SP.A is nog steeds een partij die heel wat arbeiders, ouderen en laagopgeleiden onder haar leden telt, terwijl ook de vrijzinnigen en ongelovigen sterk vertegenwoordigd zijn. Maar ook heel wat bedienden, ambtenaren en hoog opgeleiden voelen zich aangetrokken door de partij, net zoals het opvalt dat vier op de tien leden zich katholiek of christelijk geïnspireerd noemen. Beide vaststellingen geven aan dat de ledenbasis van SP.A op het vlak van opleiding, sociale status en levensbeschouwelijke overtuiging veel heterogener is dan vaak wordt gedacht. Bij diegenen op beroepsactieve leeftijd zijn 62 % van de leden lid van een vakbond, wat betekent dat de syndicalisatiegraad van de SP.A-leden nauwelijks hoger ligt dan het Vlaamse gemiddelde. Wel is de grote meerderheid lid van het ABVV, ofschoon bijna één op de tien aangesloten is bij het ACV. Bij de jonge SP.A-leden is zelfs één vijfde lid van het ACV. Een soortgelijk fenomeen zien we bij de socialistische mutualiteit, waarvan 81 % van de SP.A-leden lid is, terwijl de christelijke mutualiteit bijna 12 % scoort. Ook hier is de binding van de jongeren met de socialistische mutualiteit minder sterk ten voordele van de CM. Deze cijfers geven aan dat binnen het SP.A-ledenbestand de klassieke banden met de socialistische vakbond en mutualiteit nog steeds aanwezig zijn, maar dat de verzuilde integratie wel gestaag lijkt te eroderen naarmate de leeftijd daalt. Politieke partijen nemen een cruciale plaats in. Zij selecteren kandidaten, wijzen ministers aan, verkiezen Vlaamse en lokale voorzitters, bepalen het nationale, Vlaamse en lokale beleid.... Heel wat politici en opiniemakers weten vaak goed te vertellen 'wat de basis denkt en wil'. De basis, zo blijkt uit het SP.A-onderzoek, is meestal diverser en minder eenduidig dan wordt gedacht. Het is volgens ons noodzakelijk dat soortgelijk onderzoek ook bij andere politieke partijen wordt uitgevoerd. Het zou ons alvast een meer genuanceerd beeld kunnen opleveren over het profiel van leden en ons misschien oplossingen aanreiken voor een grotere betrokkenheid van gewone mensen bij de politiek. PATRICK VANDER WEYDEN IS DOCENT (UGENT) EN HOOFDREDACTEUR VAN HET TIJDSCHRIFT SAMENLEVING EN POLITIEK.door Patrick Vander Weyden