De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) heeft vorig jaar voor het eerst sinds 2000 minder uitkeringstrekkers geteld. Maandelijks ontvingen 1.190.978 mensen een uitkering van de dienst. Omdat de economie het goed deed, was er vooral een daling bij het aantal werkzoekenden met een uitkering (ruim 690.000, of 5 procent minder dan in 2006). Daartegenover steeg opnieuw het aantal werknemers die bijvoorbeeld tijdelijk werkloos waren of in de stelsels van loopbaanonderbreking en tijdskrediet zijn opgenomen. Opvallend ook: van alle uitkeringstrekkers is 40 procent ouder dan 50 jaar. Het gaat om bijna 480.000 mensen, die samen meer dan de helft van...

De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) heeft vorig jaar voor het eerst sinds 2000 minder uitkeringstrekkers geteld. Maandelijks ontvingen 1.190.978 mensen een uitkering van de dienst. Omdat de economie het goed deed, was er vooral een daling bij het aantal werkzoekenden met een uitkering (ruim 690.000, of 5 procent minder dan in 2006). Daartegenover steeg opnieuw het aantal werknemers die bijvoorbeeld tijdelijk werkloos waren of in de stelsels van loopbaanonderbreking en tijdskrediet zijn opgenomen. Opvallend ook: van alle uitkeringstrekkers is 40 procent ouder dan 50 jaar. Het gaat om bijna 480.000 mensen, die samen meer dan de helft van het uitkeringsbudget (8 miljard euro) ontvangen. De RVA-statistieken voor 2007 bevestigen andermaal de grote regionale verschillen. Acht op de tien Vlaamse werkzoekenden krijgen een uitkering omdat ze hun baan hebben verloren. In Wallonië heeft meer dan een op de drie werklozen nog nooit gewerkt. De werkloosheidsgraad ligt in alle Vlaamse provincies onder het nationale gemiddelde (11,2 procent). Alle Waalse provincies (met uitzondering van Waals-Brabant) en Brussel zitten flink boven dat gemiddelde. De activering van werkzoekenden lukt nog altijd beter in Vlaanderen dan in Wallonië. In Brussel, met heel veel jonge werklozen, blijft het op dat vlak vaak aanmodderen. Die verschillen leveren bijkomende inzichten en communautaire munitie om Vlaanderen, Wallonië en Brussel de hefbomen voor een aangepast arbeidsmarktbeleid te geven. De verdere regionalisering van dat beleid is ook opgenomen in het tweede pakket van de staatshervorming, dat tegen 15 juli klaar moet zijn. Premier Yves Leterme (CD&V) heeft gezegd dat het voor hem in die tweede stap een kernpunt is. Maar dat nu uitgerekend Joëlle Milquet (CDH) als de nieuwe minister van Werk dit debat zal aangaan, is niet meteen een politieke garantie dat een akkoord over een werkgelegenheidsbeleid op maat van en voor de drie gewesten een fluitje van een cent zal zijn. In afwachting van zo'n akkoord wacht de nieuwe federale regering niet met eigen initiatieven om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af stemmen. Blikvangers zijn onder meer de activering van 50-plussers en uitkeringen, die in een eerste fase verhoogd zouden worden en nadien sneller zouden dalen. Tussen twee haakjes: het gros van de werklozen heeft op dit ogenblik een uitkering die niet hoger is dan 900 euro per maand. Niet alleen de economische terugval tempert hier de ambities van Leterme I. De liberale regeringspartijen zullen voor die maatregelen van de 'linkse' Milquet nog meer weerwerk krijgen dan hun lief is. De regering voert die conflictstof bovendien uit naar de sociale partners. Werkgeversorganisaties en vakbonden moeten met concrete voorstellen komen. Van de vakbonden is echter bekend dat ze niets voelen voor de beoogde hervorming van de werkloosheidsverzekering, en al evenmin voor het 'opjagen' van oudere werklozen als er voor hen geen werk is. Op die manier dreigt de nieuwe regering het klimaat voor de onderhandelingen over een nieuw centraal loonakkoord eind dit jaar behoorlijk te verzuren. Leterme I mag dan het overleg met de sociale partners hoog in het vaandel dragen, dat is niet waarop zij zitten te wachten. door Patrick Martens