HUGO COVELIERS
...

HUGO COVELIERS"De duivenwet werd van kracht op 24 juli 1923. Die was nodig 'ter bescherming van de militaire duiven, en ter beteugeling van het aanwenden van duiven ter bespieding'. Vanaf de zestiende eeuw bezorgden postduiven schriftelijke mededelingen, discreet en omzeggens ongrijpbaar. Hoe goed ze ook werden getraind, toch hadden die duiven soms de neiging om neer te strijken in een vreemd hok, in de plaats van door weer en wind te vliegen. Daarom kwam die wet er: om de eigenaar van dat vreemde hok te verplichten om de militaire duiven onmiddellijk aan de legeroverheid over te maken. Die beestjes zijn niet meer van deze tijd. De allerlaatste militaire postduiven werden ingezet tijdens het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Nu ze niet meer bestaan, is er ook geen reden meer om de duivenbond in stand te houden. Maar het is meer dan het wegwerken van een anachronisme. Volgens die wet van '23 heeft iedereen een vergunning nodig om duiven te mogen houden, en die krijg je enkel als je lid bent van de Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond, de enige die door de minister van Landsverdediging werd toegelaten. Er moet een eind komen aan dat monopolie, dat trouwens strijdig is met artikel 27 van de grondwet. Daarin staat dat alle Belgen recht op vereniging hebben, een recht dat niet aan enige preventieve maatregel is onderworpen. Duivenmelkers hebben momenteel geen keuze, omdat er slechts één bond is. En dan is het nog een bond met een autoritaire structuur. Enkel die bewuste bond kan ringen verschaffen, en kan als enige wedstrijden organiseren. De huidige gang van zaken is ver van democratisch: de duivenbond heeft zelfs een eigen duivenliefhebberswetboek! Ik wil ook dat er een einde komt aan de discriminatie van de vreemdeling: tot op de dag van vandaag moet elke niet-Belg volgens de wet een aparte vergunning van de burgemeester hebben om reisduiven te mogen hebben."MARCEL VAN DEN DRIESSCHEMarcel Van den Driessche is voorzitter van de Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond en vindt het voorstel van Hugo Coveliers klinkklare onzin. Volgens hem staat de senator te ver van de duivenliefhebbers om over dit onderwerp iets zinnigs te kunnen zeggen. "Ik weet niet wat mijnheer Coveliers bezielt, om zo'n wetsvoorstel in te dienen. Hij heeft nog eens een poging in die richting ondernomen, en daar kwam niks van terecht. Ik vermoed dat Coveliers niet dicht genoeg bij de duivenliefhebbers staat om over dit onderwerp iets zinnigs te kunnen zeggen. Natuurlijk is er niks tegen een andere duivenbond, elke Belg heeft tenslotte het recht op vereniging. Er heeft al eens een onafhankelijke bond bestaan, in de jaren veertig en vijftig. Maar die is opgedoekt. Onze bond staat onder toezicht van het ministerie van Financiën en dat van Landbouw. In de tijd dat duiven nog gebruikt werden als spionnen, als oorlogswapen, oefende ook het ministerie van Justitie toezicht uit: een duif mocht het land niet in of uit zonder toestemming. En die zogezegde discriminatie van vreemdelingen: dat voorschrift dateert ook van die tijd. Daar houden wij al lang geen rekening meer mee. Wat die ringen betreft, die betrekt de bond van het ministerie van Financiën, 2,5 miljoen stuks per jaar. De duivenliefhebber betaalt daar momenteel 33 frank per ring voor, waarvan tien frank rechtstreeks naar het ministerie van Financiën gaat. De rest is voor de onkosten van de bond, die toch een twintigtal mensen tewerkstelt. België telt nog meer dan zestigduizend duivenliefhebbers, hun aantal is flink gedaald. Vroeger gingen de jonge gasten niet uit zoals nu. Als ze vijftien, zestien jaar oud waren, was een uitstap naar het duivenlokaal, waar ze een pintje konden drinken, al heel wat. Nu zijn er uitgaansmogelijkheden genoeg, en bovendien studeren jongeren langer. Wij hebben inderdaad een duivenliefhebberswetboek, het bevat statuten en reglementen. De voetbalbond heeft toch ook haar eigen regels en wetten? Als die rode en gele kaarten uitdeelt, wordt dat toch ook algemeen aanvaard?"Opgetekend door Griet Schrauwen