Op Europa's Centrum voor Ruimtetechnologie (het European Space Technology Center, ESTEC), in het Nederlandse Noordwijk werkt H.F.R. Schöyer aan de ontwikkeling van raketmotoren. Een vraaggesprek.
...

Op Europa's Centrum voor Ruimtetechnologie (het European Space Technology Center, ESTEC), in het Nederlandse Noordwijk werkt H.F.R. Schöyer aan de ontwikkeling van raketmotoren. Een vraaggesprek.H.F.R. SCHÖYER : Omdat we zo openhartig de resultaten van ons onderzoek publiceren, lokken we soms zelf kritiek uit. Al die formules en procenten ogen indrukwekkend en het is niet altijd gemakkelijk om de zaken in hun juiste verhouding te zien. Toch blijven we zoeken en de resultaten bekendmaken. De mensen betalen belastingen, waarvan een deel naar de ruimtevaart gaat. Volgens een studie over Ariane-5 aan de Universiteit van Cambridge, zouden twintig jaar à rato van tien lanceringen per jaar leiden tot een ozonafname van 0,1 procent of één viermiljoenste van de totale menselijke activiteiten. Is dit nu veel of weinig ? SCHÖYER : Tien lanceringen per jaar is al een hoge schatting. Dat geeft zo'n 1.300 ton HCl of waterstofchloride. En dat is niets vergeleken bij het chloor dat uit de zee en de vulkanen in de atmosfeer terechtkomt. Bij raketlanceringen situeert tachtig procent van de vervuiling zich vrij laag in de atmosfeer. Je moet de uitlaat van de raketten zien in verhouding tot wat er natuurlijkerwijs al in de atmosfeer zit. Zelfs als we niets zouden veranderen, heeft de ruimtevaart nauwelijks een effect op de atmosfeer en het ozon. Minder dan één tiende van een procent. Zo nauwkeurig kan het niet eens gemeten worden. Dat zo'n lancering meer is dan het aansteken van een lucifer, valt anders wel met het blote oog te merken. Tot meer dan een uur na de lancering van een ruimtependel hangt er boven Cape Canaveral nog een vieze bruingrijze wolk, die de helft van de hemel bedekt. SCHÖYER : Die wolk bestaat vooral uit condensatie. Het is water. Bij artikels over het milieu publiceert men vaak ook rokende fabrieksschoorstenen. Dit is begrijpelijk omdat het een visuele indruk geeft van de milieuvervuiling. Maar de vervuiling zit hem niet zozeer in die rook, die ook grotendeels uit stoom bestaat. Ik zeg dus niet dat er geen vervuiling is. Maar de vervuiling is niet die fotogenieke stoom. De mensen moeten zich ook niet overladen met schuldcomplexen. Want ook de natuur zelf vervuilt het milieu. De Stromboli spuit meer CO2 in de atmosfeer dan Europa met al zijn industrie. En de Stromboli is dan nog niet de enige vulkaan. Na de uitbarsting van de Krakatau nabij Java in 1883 mislukte de graanoogst in de VS. En de uitbarsting van Mount St-Helens had een invloed op het klimaat over heel de planeet. Met de beste wil van de wereld zouden we met ruimtevaart nooit zoveel schade kunnen aanrichten als de vulkanen. Stikstofoxyde en chloor kunnen het ozon effectief afbreken. Maar chloor plus water geeft zuurstof als product. En van zuurstof kan er ozon komen. Raketten met vaste brandstof brengen aluminiumoxide in de atmosfeer. Is het niet properder om waterstof en zuurstof te gebruiken ? SCHÖYER : Maar water hoort niet thuis op grote hoogten en dus weet je niet welke effecten dat heeft. Nu, de hoeveelheid is, in verhouding tot de hele atmosfeer, niet groot. En àls er een effect was, dan hadden we dit nu wel al gemerkt. Maar wij blijven waakzaam. En wij blijven zoeken naar een verbetering en een verzuivering van onze technologie. Zo komen wij op de proppen met een publicatie over een nieuwe stuwstof voor ruimteraketten. Dit is Europees en hiermee staan we op alle anderen vooruit. Het betreft een nieuwe oxydant voor chloorvrije vaste stuwstoffen met hoog rendement : hydrazinium nitroformate (HNF). Pardon ? SCHÖYER : In een onderzoek naar nieuwe opslagbare stuwstoffen met hoog rendement, uitgevoerd in 1988 voor de Esa, bleek de vaste stuwstof-formule hydrazinium nitroformate (HNF), aluminium (Al) en glycidyl azide polymer (GAP) een nieuwe interessante formule, die een hogere specifieke impuls levert dan de conventioneel samengestelde stuwstoffen. De theoretische prestatie van HNF-stuwstoffen is zelfs superieur aan de geavanceerde stuwstoffen gebaseerd op de nieuwe oxydant ammonium dinitramide (ADN). Daar komt bij dat de verbrandingsproducten van HNF-stuwstoffen geen enkele chloorsamenstelling bevatten en dus minder milieuvervuilend zijn. Hoe ontdekt u zoiets ? SCHÖYER : HNF was al ontdekt in 1951. Met het oog op problemen in verband met vroegere pogingen om HNF te gebruiken in vaste brandstoffen, werd een onderzoeksprogramma gestart onder sponsorschap van Estec en de Nederlandse Agency for Aerospace Programs om vaste HNF/Al/GAP stuwstoffen te fabriceren, met het doel om het verhoogde rendement experimenteel aan te tonen. Omdat HNF niet langer commercieel verkrijgbaar was, diende de productie van HNF opnieuw opgestart. Recente tests met kleine raketten hebben het hogere rendement van HNF-stuwstoffen inmiddels bewezen.