Ergens is het logisch dat eenverdienergezinnen minder belast worden, want dat ene inkomen moet minstens twee - en soms veel - monden voeden. Moneytalk sloeg echter aan het rekenen om aan te tonen dat het fiscale systeem in België er alles aan doet om de andere partner alle lust te ontnemen om (weer) aan de slag te gaan. Zeker in het geval van een parttime job is het sop de kool niet waard. Op fiscaal vlak dan toch.
...

Ergens is het logisch dat eenverdienergezinnen minder belast worden, want dat ene inkomen moet minstens twee - en soms veel - monden voeden. Moneytalk sloeg echter aan het rekenen om aan te tonen dat het fiscale systeem in België er alles aan doet om de andere partner alle lust te ontnemen om (weer) aan de slag te gaan. Zeker in het geval van een parttime job is het sop de kool niet waard. Op fiscaal vlak dan toch. Een voorbeeld: van een gehuwd koppel zonder kinderen werkt enkel de man. Hij verdient 35.000 euro bruto per jaar. Het koppel betaalt 6288 euro belastingen, wat overeenkomt met 18 procent van het brutoloon van de man. Mevrouw is het beu om thuis te zitten, en beslist om ook uit werken te gaan. Ze vindt een job die haar 25.000 euro bruto per jaar oplevert. Het koppel betaalt voortaan 15.167 euro belastingen, wat overeenkomt met 25 procent van de som van beide brutolonen. Op het eerste gezicht lijkt er niks vreemds aan de hand. Het koppel moet 8879 euro méér belastingen betalen omdat de echtgenote aan de slag is gegaan (15.167 - 6288). Logisch. En toch. Het extra brutoloon van 25.000 euro wordt belast tegen een gemiddelde aanslagvoet van 36 procent. Als ook de bijdrage voor de sociale zekerheid wordt meegeteld, komen we uit op een fiscale en sociale heffing van in totaal 48,50 procent. De vrouw houdt netto slechts 12.854 euro over. Het wordt pas echt gênant wanneer ze een bescheiden inkomen van 15.000 euro bruto per jaar heeft. In dat geval blijft er netto nog 7949 euro van haar loon over, wat overeenstemt met een fiscale en sociale heffing van 47 procent. Gezinnen met slechts één inkomen krijgen duidelijk een fiscale voorkeursbehandeling. Het is het zogenaamde huwelijksquotiënt dat daarvoor zorgt - een formule die in de jaren tachtig werd ingevoerd om de fiscale druk op eenverdienergezinnen te verlagen. Bij echtgenoten of wettelijk samenwonenden wordt daarbij 30 procent van het enige inkomen overgeheveld naar de niet-werkende partner. Het belastbare inkomen van de werkende partner wordt dus kleiner, waardoor die minder belastingen moet betalen. Ook de niet-werkende partner moet slechts weinig centen afstaan aan de fiscus. In socialistische en feministische hoek wordt wel eens gezegd dat het huwelijksquotiënt de fiscale variant is van de premie voor de moeder aan de haard. Bovendien hebben studies intussen uitgewezen dat het huwelijksquotiënt geen efficiënt middel meer is om gezinnen met kinderen te ondersteunen, wat eigenlijk de bedoeling is. Want wat blijkt? Het zijn vooral gezinnen zónder kinderen die van de formule profiteren. Op de Staten-Generaal van het Gezin in 2004 werd er even geopperd om het huwelijksquotiënt dan maar af te schaffen, maar dat voorstel werd vakkundig afgeblokt door de Gezinsbond. Toch is ook de Gezinsbond zich ervan bewust dat het huwelijksquotiënt geen ideale regeling is, al was het maar omdat eenoudergezinnen uit de boot vallen. De organisatie pleit nu, samen met politieke partijen zoals N-VA, voor een gezinsquotiënt als alternatief voor het huwelijksquotiënt. Het systeem bestaat bijvoorbeeld in Frankrijk, en werkt als volgt: voor de berekening van de belastingen worden alle gezinsinkomsten samengeteld en gedeeld door het aantal personen dat ervan moet leven. Op die manier wordt de niet-werkende partner niet langer fiscaal aangemoedigd om thuis te blijven. Toch maakt de hele kwestie duidelijk dat de oude rollenpatronen nog lang niet verdwenen zijn. Neem nu het bovenstaande voorbeeld, waarbij enkel de man werkt, en 35.000 euro bruto per jaar verdient. Het koppel betaalt slechts 6288 euro belastingen, met dank aan het huwelijksquotiënt. Maar stel nu dat beide partners parttime zouden werken, en samen 35.000 bruto zouden verdienen. Dan zouden ze samen slechts 5240 euro belastingen moeten betalen. MONEYTALK OP TELEVISIE: ELKE DINSDAG EN DONDERDAG OP KANAAL Z. Celine De Coster