?Het land van herkomst? van Charles Edgar du Perron, een briljant beeld van een leven voor de literatuur, ook de Vlaamse.
...

?Het land van herkomst? van Charles Edgar du Perron, een briljant beeld van een leven voor de literatuur, ook de Vlaamse.Volgens de Vlaams-nationalistische dichter Marnix de Puydt was Du Perron een ?Hollandse essayist die [... ] ons, Vlamingen, veel schade heeft berokkend door zijn fnuikend scepticisme, zijn laatdunkend Parisianisme,? tenminste dat laat zijn schepper, Hugo Claus, hem zeggen op bladzijde 331 van ?Het verdriet van België?. Het heeft weinig zin om met een romanpersonage in discussie te treden, maar het is wel een feit dat Charles Edgar (zeg maar : ?Eddy?) du Perron in Vlaanderen nooit de populariteit heeft gekend die hem in Nederland ten deel is gevallen. Nochtans heeft de Vlaamse literatuur nogal wat aan Du Perron te danken. Tijdens de laatste maanden van zijn leven vond Paul van Ostaijen morele en financiële steun bij Du Perron. Hij was naast Gaston Burssens trouwens de enige literator die de zieke dichter in Miavoye bezocht. Die andere grote Antwerpse schrijver, Willem Elsschot, kon na bijna tien jaar literaire inactiviteit aan een tweede schrijverscarrière beginnen, mede dankzij de publicatiemogelijkheden die hem werden geboden door het tijdschrift Forum dat door Du Perron en diens vriend Menno ter Braak werd opgericht en geleid. Ook voor Gerard Walschap werd er in Forum plaats gemaakt. En volgens Johan Anthierens (in De Morgen) stierf de dichter Jan van Nijlen al lezend in een boek van zijn vriend Du Perron. En toch : vraag een Vlaamse boekhandelaar of antiquaar eens naar een boek van hem. Het Nederlandse uitgevershuis Van Oorschot acht elke snipper Du Perron alleszins wel het risico van uitgave waard. In mooie, gebonden dundrukedities bestonden al het zevendelige ?Verzameld werk?, vier delen correspondentie met Ter Braak en negen delen ?Brieven?. Een tiende deel brieven is in voorbereiding en in november jongstleden verscheen een geannoteerde uitgave van Du Perrons magnum opus, de roman ?Het land van herkomst?. Het is een autobiografische roman die op een voor die tijd, we schrijven 1935, ongewone wijze is vormgegeven : een mengelmoes van dagboekfragmenten, brieven, dialogen en verhalende stukken. Van een echte plot is geen sprake. Maar vermits de schrijver na publicatie van de roman nog slechts vijf jaar te leven had, vertelt ?Het land van herkomst? wel meer dan driekwart van Du Perrons leven. Een leven dat bijna volledig in het teken van de literatuur stond en begon op 2 november 1899 nabij Batavia in voormalig Nederlands-Indië. DUCO PERKENSAls Indisch herenzoontje kende Du Perron een relatief makkelijke jeugd. De school interesseerde hem niet zo, de literatuur des te meer. Het begon met de jeugdschrijvers van alle tijden als Dumas (De drie musketiers, uiteraard) en Stevenson en mondde uit in een grote belangstelling voor de Parijse bohème. Wanneer zijn ouders dan fortuin hadden gemaakt en zich in 1921 in Brussel vestigden, duurde het ook niet lang of de jonge Du Perron trok naar Montmartre om zich in het literaire leven te storten. Met zijn charmante verschijning en zijn schier onuitputtelijke financiële middelen, slaagde hij er ook in contacten te leggen met onder meer Max Jacob en Pascal Pia. Deze laatste bracht hem op de hoogte van de nieuwste, avant-gardistische trends, waarop de wat overmoedige jongeling zich ook aan het schrijven zette. Eerst aarzelend, dubbelzinnig pasticherend in het Frans met ?Manuscrit trouvé dans une poche? (1922), later, terug in Brussel, gedrevener in het Nederlands onder het pseudoniem Duco Perkens. Met deze teksten kwam hij in Antwerpen bij Michel Seuphor en Jozef Peeters terecht, die toen de redactie voerden van Het Overzicht. Ook uit die periode dateert zijn kennismaking met Gaston Burssens en Paul van Ostaijen, die hij in een brief aan zijn Parijse vrienden ?l'Apollinaire de ces contrées? noemde. Met Peeters richtte Du Perron in 1925 het avant-garde tijdschrift De driehoek op. Samen gaven zij ook enige cahiers uit met onder andere werk van Van Ostaijen ( ?De trust der vaderlandsliefde? en ?Het bordeel? van Ika Loch). Du Perrons rol in het Antwerpse avant-gardisme is dus vooral financieel en organisatorisch. In 1926 was ook bij hem het besef doorgedrongen dat hij niet uit het ware avant-gardistische hout was gesneden en met de publicatie (in eigen beheer) van zijn volledige werken, ?Bij gebrek aan ernst?, werd Duco Perkens definitief afgevoerd. In de daarop volgende jaren breidde Du Perrons literaire vrienden- en kennissenkring zich gestaag uit. Tot de indrukwekkende lijst van intimi mochten worden gerekend : Jan Greshoff, Jan van Nijlen, Adriaan Roland Holst, Jacques Bloem, Jan Slauerhoff, Simon Vestdijk, Hendrik Marsman en de Franstalige Belgen Odilon-Jean Périer en Franz Hellens. Ondertussen hadden Du Perrons ouders een kasteeltje gekocht in Chaumont-Gistoux, waar Eddy een vleugel ter beschikking kreeg voor zijn literaire activiteiten. Bijna alle voornoemde literatoren waren ooit te gast op het landgoed. Maar het was wel mevrouw Du Perron die het huishouden deed en daarvoor een beroep kon doen op een uitgebreide, nogal exotische bediendenstoet, wat in die tijd al een anachronisme mocht heten. Dat gaf aanleiding tot chaotische toestanden die Du Perron verwerkte in ?Het land van herkomst? onder de veelzeggende titel ?Het gekkenhuis?. DE GEEST VAN FORUMTot overmaat van ramp geraakte een van de dienstmeisjes, Simone Sechez, per abuis zwanger van de zoon des huizes. Ze werd ook zijn eerste vrouw, maar dat pas enkele jaren na de geboorte van een zoontje dat naar Du Perrons wens Gille werd genaamd, naar Gilles de Rais ; ?en hij verwachtte dat het zich daarnaar gedragen zou, tenminste tot op zekere leeftijd, zolang het nog geen kwaad kon,? aldus Simon Vestdijk in ?Gestalten tegenover mij?. Dat Jan Greshoff en Jan van Nijlen als getuigen bij dit huwelijk optraden, illustreert hoe verliteratuurd (in positieve zin) Du Perrons leven wel was. Voor de onvermijdelijke scheiding in 1932 mocht Hendrik Marsman, toen nog advocaat van beroep, juridisch advies verstrekken terwijl Simon Vestdijk naar Gistoux werd gezonden om Simone te vermeien. In deze heksenketel kwam Du Perron toch nog tot werken. In 1927 verscheen zijn debuutroman ?Een voorbereiding?, die Du Perrons Parijse tijd en een ongelukkige liefde tot onderwerp heeft. De verhalenbundel ?Nutteloos verzet? (1928) is volledig in dialoogvorm geschreven en als dusdanig vormt hij een unicum in de Nederlandse literatuur. In de traditioneel vormgegeven spreektaal poëzie van ?Parlando? (1930) en de personalistische en combattieve kritieken van ?Cahiers van een lezer? (1928/'29) ontkiemt reeds de geest van Forum. Nadat Du Perron in 1930 kennis gemaakt had met Menno ter Braak en in hem een geestesverwant vond, ontstonden er al vlug plannen voor een nieuw tijdschrift. Dat moest de opvatting verdedigen dat ?de persoonlijkheid het eerste en laatste criterium is bij de beoordeling van den kunstenaar?. Het resultaat, Forum, is genoegzaam bekend. Het literair-historisch belang van het blad staat buiten kijf, al zouden ?Kaas? van Elsschot en ?Celibaat? van Walschap waarschijnlijk ook zonder Forum wel hun weg naar het publiek en de literaire canon hebben gevonden. Meest typisch aan Forum zijn dan ook de essayistische bijdragen van Ter Braak en Du Perron zelf. Du Perrons ?Uren met Dirk Coster? bijvoorbeeld, mag in ons taalgebied gerust de moeder aller polemieken heten, waaraan de strijdlustige geschriften van W.F. Hermans, Jeroen Brouwers, Gerrit Komrij of Tom Lanoye allen in min of meerdere mate schatplichtig zijn. Du Perron van zijn kant, beschouwde Multatuli als zijn grote voorbeeld en evenals bij de man van Lebak kwam zijn vechtlust niet alleen verbaal tot uiting. Legendarisch is de knokpartij met Martinus (zeg : ?Pom?) Nijhoff voor het literaire café Américain in Amsterdam. In een brief van 15 december 1931 aan Adriaan Roland Holst gaf Du Perron zijn versie van de feiten : ?In de vestibule van de Américain heb ik hem [Nijhoff] toen verteld wat ik tegen hem had, maar zoodra ik gekomen was tot de verklaring dat hij eigenlijk behoorde tot de ouweloelen, sprak hij weer van uitknokken en naar buiten gaan, waarop ik hem (hoewel zeer à contre-coeur en dit toch heusch niet uit lafheid) naar buiten ben gevolgd, en we op de kinderachtigste manier, daar bij de stoep van de Américain, elkaar 2 of 3 vuistslagen hebben verkocht. Er kwamen onmiddellijk allerlei taxichauffeurs bij, en bovenop de stoep kwamen vele kijkers, maar enfin, we werden gescheiden, zooals altijd, zonder naar het klabakkarium te worden gesleept [... ] Pom schijnt te krabben als hij vecht, althans ik merkte dat ik bloedde aan mijn bovenlip, waarvan hij een stukje vel had afgekrabd, maar het stond heel mooi?. SCHRIJVEN VOOR DE KOSTAan het tot dan toe nogal makkelijke bestaan van Du Perron kwam in 1933 een abrupt einde toen na de dood van zijn moeder vader Du Perron had in 1926 zelfmoord gepleegd bleek dat er van het familiefortuin minder dan niks overbleef door de buitensporige train de vie van moeder Du Perron en slecht uitgedraaide beleggingen (de beurscrash van 1929). De man die de literatuur als ?een tijdverdrijf voor enkele fijne luiden? beschouwde, zag zich nu verplicht om te gaan schrijven voor de kost, iets anders kon hij immers niet. Met zijn tweede vrouw, Elisabeth de Roos (doctor in de letteren), met wie hij zich eind 1932 al in Parijs had gevestigd, schreef hij zeer tegen zijn zin ?stukkies, rapportjes en zoo? voor Het Vaderland en de NRC. Naast de economische crisis waarvan Du Perron de gevolgen aan den lijve ondervond, baarde ook de politieke situatie in Duitsland hem grote zorgen. Du Perron, die zich tot dan toe weinig met politiek had ingelaten, schreef in oktober 1933, enkele maanden na de machtsovername door ?de Plee-drie-eenheid Hitler-Goering-Goebbels?, aan Adriaan Roland Holst : ?Heb jij ook net als ik het gevoel dat we, in dezen tijd, eigenlijk beter zouden doen met heel wat anders te plegen dan literatuur ; dat over een jaar misschien alles weer overstroomd is door de infaamste horden, door vechtende schobbejakken de part et d'autre, waar wij werkelijk niets mee te maken hebben ?? Later, in 1936, nam Du Perron wel mee het initiatief tot oprichting van het Comité van waakzaamheid, een Nederlandse zusterorganisatie van het Franse Comité de vigilance des intellectuels antifascistes, maar in 1933 ging de literatuur nog voor. Op 14 maart schreef hij aan Hendrik Marsman : ?Ik ben begonnen aan mijn Indische ?roman? (autobiografisch, en hoe !) het moet wschl. gaan heeten : Het Nu en Vroeger van Arthur Ducroo?. In de roman in kwestie, die gelukkig werd herdoopt tot ?Het land van herkomst?, vertelt Du Perron dus niet alleen zijn leven, maar doet hij in dagboekvorm ook verslag van de gebeurtenissen in Parijs tijdens het schrijven van het boek. Het waren, zoals gezegd, woelige tijden, met als plaatselijk hoogtepunt de Stavisky-affaire, die tot zware rellen leidde en de Derde Republiek in gevaar bracht. Met de Parijse vrienden, onder wie de al genoemde Pascal Pia, de schrijver Louis Guilloux, de graficus Alexander Alexejeff en André Malraux, werd de actualiteit grondig besproken. Vooral in André Malraux, die hij sinds 1926 kende, vond Du Perron een boeiende gesprekspartner. De sympathie was wederzijds en Malraux droeg zijn roman ?La condition humaine? (Prix Goncourt 1933) aan Du Perron op. Du Perron van zijn kant legde ?Het land van herkomst? enkele maanden terzijde om een vertaling van Malraux' roman te maken ( ?Het menselijk tekort?, 1934). In ?Het land van herkomst? vinden we Malraux ook terug onder de sleutelnaam Heverlé. LAND VAN HERKOMSTDe hele sleutelbos op de roman werd door Du Perron zelf aangereikt in een speciaal voor Greshoff becommentarieerd exemplaar. Dat exemplaar vormde de basis voor de voorliggende wetenschappelijke editie van ?Het land van herkomst?. Naast deze aantekeningen bevat de uitgave nog een uitgebreid variantenapparaat, extra commentaar, aanvullende beschouwingen en een fotokatern. Dat er geen register meer afkon, is een onbegrijpelijke zaak en een onvergeeflijke fout. In de herfst van 1936 keerde Du Perron terug naar zijn land van herkomst, het voormalige Nederlands-Indië. Hij hoopte er gemakkelijker dan in Parijs zijn brood te kunnen verdienen, maar dat bleek ijdele hoop. Dit, plus het feit dat zijn vrouw maar niet aan het klimaat gewend raakte én de NSB-gezindheid van de meeste kolonialen, deden Du Perron al vlug spijt krijgen van zijn terugkeer. Toch zou hij pas in de zomer van 1939 naar Europa teruggaan. De kleine drie jaar in de kolonie besteedde Du Perron voor een groot deel aan de studie van het leven en werk van Multatuli, die hij meer dan ooit als een lotgenoot beschouwde. In het verlengde daarvan moet ook zijn bemoeienis met de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs gesitueerd worden. Tot het gezelschap jonge, nationalistische Indonesiërs en gelijkdenkende Nederlanders met wie hij verkeerde, behoorden onder meer Soewarsih Djojopoespito, Soewarni Pringgodigdo, Soejitno Mangoenkoesoemo en Soetan Sjahrir. Sjahrir zei hierover later : ?Du Perron heeft een vertrouwen weten te winnen, dat de Indonesiërs aan andere goedwillendeNederlanders nooit geschonken hebben. [... ] Vrienden, zoals hij, zijn de beste ambassadeurs, die Nederland zenden kan?. Maar hij bleef dus niet want, zo schreef hij in zijn open afscheidsbrief aan Sjahrir : ?Ik kan mijn verblijf hier niet verantwoorden, dat is duidelijk. [... ] Ik ben te innig overtuigd, dat de Indonesiërs, zelfs zij die ik onder mijn vrienden reken, mij alleen in zekere mate nodig hebben, zoals dat ook in Europa het geval zou zijn, en dat dit perfect is, omdat tenslotte de Indonesiërs hun eigen boontjes doppen moeten?. De laatste maanden van zijn leven woonde Du Perron in Nederland, waar hij zich ondanks de constante oorlogsdreiging intens met de literatuur bleef bezighouden. Op 14 mei 1940, de dag van de Nederlandse capitulatie, overleed hij in Bergen aan een hartaanval. Zijn boezemvriend Menno ter Braak pleegde ongeveer op hetzelfde tijdstip zelfmoord. Manu van der Aa E. du Perron, ?Het land van herkomst?, geannoteerde uitgave verzorgd door F. Bulhof en G.J. Dorleijn, G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1079 blz., 2700 fr. Eddy du Perron aan het bureau van Multatuli (1939) : lotgenoten onder elkaar.Opdracht aan redactiesecretaris Everard Bouws van Forum : dynamietpoeder.