Aan het einde van het boek Herman staat een prachtig citaat: 'Wie voor zijn eigen zorgt, zorgt voor ne goeie.'
...

Aan het einde van het boek Herman staat een prachtig citaat: 'Wie voor zijn eigen zorgt, zorgt voor ne goeie.' Een paar bladzijden ervoor prijkt een al even mooie foto van een man met grijze haren, die op een kussen ligt. De groeven in zijn gezicht vallen op, de traan in zijn ooghoek ook. Jarenlang fotografeerde Diego Franssens zijn vader Herman, omdat 'ik niemand ken zoals hij'. 'Ik ben nochtans altijd een moederskindje geweest', vertelt Diego. 'Vroeger was mijn vader er nooit. 's Morgens ging hij werken in de haven, 's avonds ging hij stropen in het bos en in het weekend drumde hij in een band. We kwamen niets tekort, maar hij was meestal afwezig. Tot tien jaar geleden mijn moeder onverwacht stierf.' Herman stond er voortaan alleen voor. 'Ook al is hij eigenlijk gemaakt om alleen te wonen, hij had het heel moeilijk met praktische zaken zoals koken of het huishouden doen. Zeker toen hij een jaar later ook nog eens op zijn fiets overreden werd door een auto. Hij moest een zware nekoperatie ondergaan, maar werd nooit helemaal de oude. Toen heeft hij beslist: ik kom niet meer buiten.' Herman ging in lockdown op zijn erf in Kieldrecht. 'Terwijl hij altijd een heel actieve mens geweest is', zegt Diego. 'Maar plots deed hij niet veel meer dan opstaan en weer gaan slapen. Zijn wereld werd klein, ook in zijn hoofd.' Diego keek ernaar en begon zijn vader te fotograferen. Zijn stiltes, maar ook zijn neuroses en gewoontes. 'Zo warmt hij zijn maaltijden altijd eerst op. Daarna laat hij ze weer helemaal afkoelen, om ze pas dan op te eten. Wat een vreemde man, dacht ik soms. Maar tegelijkertijd moest ik vaak om hem lachen. Ik begon hem en zijn pijnen ook beter te begrijpen. Je kunt het gemis om zijn vrouw bijna aflezen op zijn gezicht.' Tussen alle foto's zitten er veel van zijn handen - af en toe maken die een vuist. 'Hij is gefrustreerd omdat zijn ledematen zo stram geworden zijn en hij niet meer kan doen wat hij vroeger kon. Ook dat wilde ik in beeld brengen.' Zo borstelde de zoon het fotoportret van zijn vader. 'Ik wilde vooral een bewijs hebben dat hij bestond', zegt Diego. Maar het omgekeerde gebeurde ook. 'Mijn vader heeft het boek intussen bekeken. Hij reageerde zoals ik verwacht had. Soms heel enthousiast, dan weer bijna onverschillig. Maar hij weet nu tenminste dat ik fotograaf ben. Vroeger zei hij weleens: "Ga je weer filmen?" Alsof ik cameraman ben bij VTM of zo. (lacht)'