Leo Pleysier is weer helemaal thuis na zijn Afrikaanse uitstap in Zwart van het volk - al valt te bezien of hij ooit echt is weggeweest. In zijn nieuwe roman Volgend jaar in Berchem zit een familie - "de" Pleysier-familie - bijeen op nieuwjaarsdag, te vieren. Kinderen lezen nieuwjaarsbrieven voor en krijgen geschenken. Daarna ontspoort het feest algauw in een halfnostalgische herdenking van de stamvader. Zoals dat gaat op familiefeesten. Het ontspoort, want dit was de bedoeling niet. De meningsverschillen liggen diep, vooral inzake wat over vader gezegd mag worden. Een paar keer dreigt er regelrechte ruzie.
...

Leo Pleysier is weer helemaal thuis na zijn Afrikaanse uitstap in Zwart van het volk - al valt te bezien of hij ooit echt is weggeweest. In zijn nieuwe roman Volgend jaar in Berchem zit een familie - "de" Pleysier-familie - bijeen op nieuwjaarsdag, te vieren. Kinderen lezen nieuwjaarsbrieven voor en krijgen geschenken. Daarna ontspoort het feest algauw in een halfnostalgische herdenking van de stamvader. Zoals dat gaat op familiefeesten. Het ontspoort, want dit was de bedoeling niet. De meningsverschillen liggen diep, vooral inzake wat over vader gezegd mag worden. Een paar keer dreigt er regelrechte ruzie. Maar zover komt het niet, want Pleysier heeft andere zorgen in dit boek. In feite gaat de discussie, voorbij het gewelddadige karakter van de patriarch, over nodeloos mishandelen van dieren en de uitlopers daarvan, van afstomping, onverschilligheid en geweld, in de relaties met andere mensen. Met zijn kinderen dan bijvoorbeeld. Leo Pleysier liep al langer rond met dat geweld - het geweld van de veehandelaar, de ring in de neus van de stier, de knuppel op de rug van de koe, de hamer op de kop van het varken -, en men ziet nu dat hij een mannelijk hoofdpersonage nodig had, die vader-veehandelaar dus, om dat op een serieuze manier te kunnen uitwerken. Het thema op zich hoorde niet thuis tussen zijn vrouwenportretten. Maar typisch genoeg zijn het de vrouwen, de dochters van de bruut, die het allemaal ter sprake brengen en er de juiste vragen bij stellen, tot ontsteltenis van hun broer Robert die van zijn vader geen kwaad wil horen. Dat begint allemaal zachtjes aan, met iemand die zegt, een goede Vlaamse traditie dat bijeenkomen met nieuwjaar, en een dochter - "ons Hilde" - die zegt, een traditie waar wij zélf als kinderen maar weinig plezier aan beleefd hebben indertijd: "hij" wou dat niet. Want "van het geregeld leven was er maar weinig waar vader het op begrepen had, zegt ons Hilde. Zelfs ook op zijn eigen kinderen niet had ik soms de indruk, zegt Marjan. Wat weet jij daar nu van? zegt onze Robert tegen Marjan." En dan zit het spel op de wagen, en elk woord dat valt, is een woord te veel, in die zin dat het een ander meebrengt, maar elk woord telt ook en is afgewogen in deze ogenschijnlijk ongeordende en oeverloze discussie tussen de dochters die de waarheid op tafel willen met de koppigheid van opgekropt verdriet, en zoon Robert die niet kan verdragen dat vader, zijn held, van zijn voetstuk zou gaan, en de derde, de zwijgende ik-figuur die het allemaal hoort, maar er niet aan deelneemt, want hij is net geopereerd aan zijn stembanden en moet veertien dagen zwijgen. Hoe het dan zit met de beesten moet men maar uit het boek leren, zelfs de dochters zijn daarover onderling verdeeld. De les van het boek komt neer op de oude volkswijsheid dat wie niet goed is voor dieren ook slecht is voor de mensen. En hoe iemand zo wordt? Door op te groeien in een klimaat van geweld, tijdens de oorlog in het Verzet zich uit te kunnen leven, door zich achteraf, als een tijger die bloed geproefd heeft, niet meer, nooit meer, aan het civiele leven te kunnen aanpassen. En de kinderen die van dat portret eigenlijk wel kennis hebben, maar die er geen weg mee weten. Geen woord te veel dus, gecomponeerd als muziek, met een ijzeren discipline, vaak zelfs komisch. Zeker twee keer lezen, daarvoor heeft Leo Pleysier het ruim kort genoeg gehouden.Leo Pleysier, "Volgend jaar in Berchem", De Bezige Bij, Amsterdam, 144 blz., 550 fr.Sus van Elzen