Olivier Besancenot is de leider en woordvoerder van de extreemlinkse Ligue Communiste Révolutionnaire. Vorig jaar trok hij tijdens zijn campagne voor de presidentsverkiezingen fel van leer tegen het voornemen van de Franse overheid om de politie uit te rusten met de zogenaamde Tasers. Een Taser is een wapen waarmee je iemand van een afstand een elektrische schok kunt geven, zodat die even buiten strijd is en makkelijk kan worden gearresteerd. Het gebruik van zo'n wapen staat voor Besancenot gelijk aan foltering. Volgens hem heeft het in de Verenigde Staten al 150 mensen het leven gekost. Het bedrijf dat de Tasers levert, SMP Technologies, ontkende dat en diende een klacht in tegen de politicus wegens laster.
...

Olivier Besancenot is de leider en woordvoerder van de extreemlinkse Ligue Communiste Révolutionnaire. Vorig jaar trok hij tijdens zijn campagne voor de presidentsverkiezingen fel van leer tegen het voornemen van de Franse overheid om de politie uit te rusten met de zogenaamde Tasers. Een Taser is een wapen waarmee je iemand van een afstand een elektrische schok kunt geven, zodat die even buiten strijd is en makkelijk kan worden gearresteerd. Het gebruik van zo'n wapen staat voor Besancenot gelijk aan foltering. Volgens hem heeft het in de Verenigde Staten al 150 mensen het leven gekost. Het bedrijf dat de Tasers levert, SMP Technologies, ontkende dat en diende een klacht in tegen de politicus wegens laster. In mei van dit jaar onthulde het Franse weekblad L'Express dat het bedrijf nog een stap verder was gegaan. Het zou een privédetectivebureau ingehuurd hebben om de politicus en zijn gezin te bespioneren. Besancenot diende daarop een klacht in tegen onbekenden. Toch werd de zaak in de politieke wereld lange tijd niet erg au sérieux genomen. Tot de Franse inspectiedienst IGPN, die toezicht houdt op de politie, op dinsdag 14 oktober tien personen arresteerde die met de zaak te maken zouden hebben. Zeven personen werden in verdenking gesteld en moeten ter beschikking van het gerecht blijven. Onder hen twee agenten, een douanier, twee privédetectives, een tussenpersoon en Antoine di Zazzo, directeur van SMP Technologies. Onderzoek zou hebben uitgewezen dat de firma wel degelijk de opdracht gaf om Besancenot te schaduwen. De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Michèle Alliot-Marie (UMP), liet al snel weten dat de schuldigen streng zullen worden bestraft. De hele affaire heeft ontegenzeglijk bijgedragen tot de enorme populariteit van de extreemlinkse politicus, die ondanks zijn universitaire diploma deeltijds als postbode werkt. Sinds Besancenot bij de presidentsverkiezingen van 2007 als enige van de extreemlinkse kandidaten een behoorlijk resultaat behaalde (4,1 % van de stemmen), voeren de Franse media hem op als de nieuwe leider van extreemlinks. Die status hoopt Besancenot begin 2009 te verzilveren wanneer hij de Nouveau Parti Anticapitaliste (NPA) boven de doopvont houdt. Met die nieuwe partij wil hij zoveel mogelijk linkse partijen verenigen - wat op zich al een stunt zou zijn. Het extreemlinkse kamp in Frankrijk trok in het verleden immers steevast verdeeld naar de kiezer. Het Franse kiessysteem met twee rondes maakt het kleine partijen nagenoeg onmogelijk om op eigen kracht aan de macht deel te nemen. Kandidaten moeten in hun kieskring bij regionale verkiezingen en bij die voor de nationale kamer van volksvertegenwoordigers respectievelijk 10 en 12,5 procent van de stemmen behalen om naar de tweede ronde te mogen. Kleine partijen halen die hoge kiesdrempels niet, grote wel. Het potentieel van extreemlinks blijft zo onzichtbaar, maar het is er wel. Bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van 2002 behaalden de extreemlinkse partijtjes samen meer dan 25 procent van de stemmen. De extreemrechtse politicus Jean-Marie Le Pen (Front National) had toen aan 16,9 procent genoeg om naar de tweede ronde te mogen. Besancenot lijkt wel een kans te maken om een deel van de linkse krachten te bundelen. De andersglobalist José Bové en Arlette Laguiller (Lutte Ovrière) steunen de NPA al. Een peiling van de krant Le Figaro toont ondertussen aan dat een meerderheid van de Fransen vindt dat Besancenot het best oppositie voert tegen president Nicolas Sarkozy. En dat maakt de klassieke linkse partij, de Parti Socialiste, behoorlijk nerveus. Besancenot klopt in die peiling namelijk Bertrand Delanoë, Ségolène Royal én Martine Aubry, allen kandidaat om in november François Hollande op te volgen aan het hoofd van de Franse socialisten. Het spionageschandaal bezorgt Besancenot en zijn nieuwe partij alvast nog meer media-aandacht. Het feit dat er ook enkele agenten betrokken zijn in het schandaal en dat de IGPN de zaak moet uitspitten, versterkt ook zijn imago als anti-establishmentskandidaat. Het is afwachten nu of Besancenots populariteit lang genoeg zal aanhouden, zodat de NPA potten kan breken bij de Europese verkiezingen in juni volgend jaar. Pieter Raes