In vergelijking met de vorige spoedtelling daalt het aantal studenten in het universitaire onderwijs lichtjes met 623 studenten (-1,1 procent). De Katholieke Universiteit Leuven (campus Kortrijk inbegrepen) blijft de grootste universiteit met 20.165 studenten. De Universiteit Gent volgt op de voet met 19.196 studenten. Daarna volgen de confederale Universiteit Antwerpen (7601), de Vrije Universiteit Brussel (6662), het Limburgse Universitair Centrum (2051), en de Katholieke Universiteit Brussel (376).
...

In vergelijking met de vorige spoedtelling daalt het aantal studenten in het universitaire onderwijs lichtjes met 623 studenten (-1,1 procent). De Katholieke Universiteit Leuven (campus Kortrijk inbegrepen) blijft de grootste universiteit met 20.165 studenten. De Universiteit Gent volgt op de voet met 19.196 studenten. Daarna volgen de confederale Universiteit Antwerpen (7601), de Vrije Universiteit Brussel (6662), het Limburgse Universitair Centrum (2051), en de Katholieke Universiteit Brussel (376). De beperkte statistische telling van 31 oktober 2000 beperkt zich voor de universiteiten tot studenten die zich voor een academische basisopleiding inschreven. Inschrijvingen voor voortgezette academische opleidingen, zoals doctoraten, doctoraatsopleidingen en lerarenopleidingen, laten de tellers hier buiten beschouwing. Het blijft wachten tot de definitieve telling is verwerkt. Voor de derde keer op rij vermindert het aantal generatiestudenten. Een generatiestudent is een student die zich voor de eerste keer inschrijft in het eerste jaar van een basisopleiding in het hoger onderwijs in Vlaanderen. Op 31 oktober hadden zich 12.979 generatiestudenten ingeschreven tegenover 13.826 twee tellingen geleden. Het universitaire of academische onderwijs verstrekt een academische opleiding. Universiteiten worden als kenniscentra beschouwd. Ze vullen hun onderwijsopdracht in op basis van wetenschappelijk onderzoek.* Inlas-tabel is bij Tony. Tekst loopt door onder de tabel AANTAL STUDENTEN PER STUDIEGEBIED studiegebied man vrouw totaal evolutie Rechten, Notariaat en Criminologische Wet 3619 4401 802O - 2,1 % Economische en Toegepaste Economische Wet. 4057 2923 6980 - 2,2 % Psychologische en Pedagogische Wet. 1255 4595 5850 + 2,8 % Wetenschappen 3157 1848 5005 - 0,6 % Politieke en Sociale Wetenschappen 2010 2438 4448 + 4,3 % Geneeskunde 1705 2427 4132 - 7,1 % Toegepaste Wetenschappen 2724 740 3464 - 0,9 % Taal- en Letterkunde 1008 2329 3337 - 6,8 % Toegepaste Biologische Wetenschappen 1211 1067 2278 - 4,0 % Lichamelijke Opvoeding, Motorische Revalidatie 942 1215 2157 + 2,9 % en Kinesitherapie Geschiedenis 994 832 1826 - 2,1 % Diergeneeskunde 511 918 1429 - 0,8 % Farmaceutische Wetenschappen 303 1036 1339 - 2,8 % Archeologie en Kunstwetenschappen 410 864 1274 - 3,9 % Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen 639 379 1018 + 6,2 % Sociale Gezondheids wetenschappen 154 768 922 - 7,4 % Tandheelkunde 155 176 331 - 11,7 % Godgeleerdheid, Godsdienstwetenschappen en Kerkelijke Recht 156 128 284 - 11,8 % Gecombineerde studiegebieden 553 1404 1957 + 14,8 % Algemeen totaal 25.563 30.488 56.051 - 1,1 %* Inlas-tabel bij Tony* De universiteiten tellen wel minder studenten dan vorig academiejaar, maar toch blijven Rechten, Notariaat en Criminologische Wetenschappen en Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen de studiegebieden met de grootste aantrekkingskracht. Het studiegebied Psychologische en Pedagogische Wetenschappen blijft groeien en staat nu op de derde plaats. Zakkers die opvallen zijn Godgeleerdheid, Godsdienstwetenschappen en Kerkelijk Recht (-11,8 procent) en Tandheelkunde (-11,7 procent). Opmerkelijke relatieve stijgers in vergelijking met de vorige telling zijn dan weer Politieke en Sociale Wetenschappen (+4,3 procent) en Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen (+6,2 procent). Krijgen jonge studenten meer belangstelling voor filosofie? De vervrouwelijking van de academische opleidingen zet zich voort. De verhouding is nu 54,39 procent vrouwen tegenover 45,61 procent mannen. Bij de generatiestudenten tellen we bijna 56 procent vrouwen. Elf op de achttien studiegebieden hebben meer dan de helft vrouwelijke studenten. Het zijn in afnemende volgorde: Psychologische en Pedagogische wetenschappen; Taal- en Letterkunde; Rechten; Notariaat en Criminologische wetenschappen; Farmaceutische Wetenschappen; Geneeskunde; Sociale Gezondheidswetenschappen; Archeologie en Kunstwetenschappen; Politieke en Sociale Wetenschappen; Diergeneeskunde; Lichamelijke Opvoeding, Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie en Tandheelkunde. Traditioneel 'mannelijke' studiegebieden blijven Toegepaste Wetenschappen (78 procent mannelijke studenten!), Wetenschappen, en Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen.Bron : Beperkte Statistische Telling, ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - departement Onderwijs, 31 oktober 2000.