Ook deze regering wil een einde stellen aan de politie- oorlog, maar dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan.
...

Ook deze regering wil een einde stellen aan de politie- oorlog, maar dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Over de verdeling van de taken van gerechtelijke politie tussen de gemeentepolitie, de rijkswacht en de gerechtelijke politie bij de parketten (GPP) wordt nu bijna een jaar gepalaverd. Het duurde echter tot 17 april vooraleer ook de rijkswacht en de gemeentepolitie bij de gesprekken betrokken werden. Al vlug stelden de vakbonden die vanaf dat ogenblik als dusdanig niet meer aan de onderhandelingstafel zaten en andere gesprekspartners vast dat de commissaris-generaal van de gerechtelijke politie Christian De Vroom met een dubbele tong sprak. Dit werd in Knack van 12 juni uitvoeriger uit de doeken gedaan. Als reactie op dit ?pamfletartikel? stuurde de commissaris-generaal een bericht aan de minister van Justitie, de brigadehoofden en de leden van de GPP. Daarin vraagt hij hen vooral om de besprekingen opnieuw te voeren op basis van de discussienota van 27 maart 1996. Precies die was echter door de rijkswacht en de gemeentepolitie als een oekaze ervaren en verworpen. Op de vergadering van vrijdag 14 juni repten De Vroom en zijn twee medewerkers (onder wie een ACOD-vertegenwoordiger) echter met geen woord over zijn oproep van twee dagen voordien. Integendeel. De bereidwilligheid van de GPP-delegatie was groot om dezelfde dag nog tot specialisatie en taakverdeling te komen. Zo werden op 14 juni voor de GPP voorbehouden : de financieel-economische misdrijven (met inbegrip van witwasactiviteiten uitsluitend als onderdeel van internationale netwerken), informaticacriminaliteit, kansspelen, antiek- en kunstzwendel, inbreuken gepleegd door leden van beroepsorden, doodslag, technische- en wetenschappelijke politie, ontvoeringen van minderjarigen (in het kader van het hoederecht) en de bestrijding van de corruptie voor zoverre zij verband houdt met overheidsopdrachten of dito subsidies. Daarmee werd meteen een ouverture gemaakt naar het Hoog Comité van Toezicht. DE GEEST VAN 1919.Voor de rijkswacht werden op 14 juni voorbehouden : de valsmunterij, de namaakartikelen, de netwerken die zich onder andere inlaten met drugs, hormonen, mensenhandel, prostitutie, sekten, misdrijven tegen het leefmilieu, terrorisme, banditisme en hold-ups, wapen- en voertuigenzwendel, afpersingen, ontvoeringen, gijzelingen, immigratie en corruptie (los van de overheidsbestellingen en subsidiëringen). De Vroom wou echter dat er die vrijdag vooral nog geen overeenkomst zou ondertekend worden. Dat zou pas op maandag 24 juni gebeuren. Intussen verhoogde het gemeenschappelijk vakbondsfront echter zijn druk op de commissaris-generaal en verwierp het op woensdag 19 juni in een flash de door hem en de twee andere GPP-gezanten bijgetreden taakverdeling. Temeer omdat er bij een aantal van de hogervermelde aan de rijkswacht toegewezen taken, voetnoten hoorden die de rijkswacht eventueel zouden toelaten zijn werkterrein verder uit te breiden : ten koste van de GPP. Diezelfde woensdag beloofde De Vroom het vakbondsfront de taakverdeling van 14 juni af te zweren en op 24 juni zeker niet te ondertekenen. Zijn adjunct, de dienstdoende hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie in Brussel Vander Zwalmen, liet hem vorige week vrijdag zelfs weten dat zijn korps de nieuwe taakverdeling zal negeren en de geest van de wet van 1919 wil bewaren. Toen was er echter nog geen sprake van wetenschappelijke politie en bestonden de Bijzondere Opsporingsbrigades van de Rijkswacht nog niet.