De wetswijziging die nu bij de minister van Binnenlandse Zaken op tafel ligt, betekent een breuk met het beleid van de voorbije jaren: de problematiek wordt niet langer aangepakt via preventieprojecten en veiligheidscontracten, maar via een strikt vergunningenstelsel en strenge politiecontrole. De bewakingswet van 1990 moet ook gelden voor alle toegangscontrole op "activiteiten" die voor het publiek toegankelijk zijn (dus ook muziekfestivals, happenings, enzovoort).
...

De wetswijziging die nu bij de minister van Binnenlandse Zaken op tafel ligt, betekent een breuk met het beleid van de voorbije jaren: de problematiek wordt niet langer aangepakt via preventieprojecten en veiligheidscontracten, maar via een strikt vergunningenstelsel en strenge politiecontrole. De bewakingswet van 1990 moet ook gelden voor alle toegangscontrole op "activiteiten" die voor het publiek toegankelijk zijn (dus ook muziekfestivals, happenings, enzovoort). Dat zal voor een kleine schokgolf zorgen in de uitgaanswereld. Ofwel blijven de discotheken met eigen portiers werken, en dan is het aan de uitbaters om voor die interne veiligheidsdienst een vergunning te bekomen. Ofwel doet men een beroep op een externe bewakingsfirma, die dan door Binnenlandse Zaken erkend moet zijn. De portiers zelf moeten een (dure) opleiding volgen en worden aan een screening onderworpen, wat normaal gezien een blanco strafblad betekent - een vrij zeldzaam goed in dat milieu. Kortom, veel portiers zullen dan naar een andere job moeten uitkijken. Daarmee kiest het kabinet van de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken Luc Van den Bossche (SP) voor de visie die al jaren geleden verdedigd werd door de Algemene Rijkspolitie - die onder meer ook voor private politiezorg verantwoordelijk is. De voorbije jaren speelden de SP-ministers Louis Tobback en Johan Vande Lanotte echter voluit de kaart van het Vast Secretariaat voor het Preventiebeleid, dat de zaken anders zag. De tweestrijd tussen die twee diensten van Binnenlandse Zaken was een van de redenen waarom (onder meer) de portiersproblematiek niet kordaat werd aangepakt. Intussen kon de misdaad greep krijgen op die sector. De baas van het Preventiesecretariaat, Kris Van Limbergen, een echte Tobback-boy die als kabinetsmedewerker al op jonge leeftijd aan het hoofd van deze dienst geparachuteerd werd, verwachtte alle heil van de soms toch erg vage preventie- en veiligheidscontracten. Terwijl andere diensten en departementen onder een gebrek aan middelen en mensen gebukt gingen, leed het Vast Preventiesecretariaat juist onder het omgekeerde euvel: in geen tijd steeg het budget van enkele miljoenen naar enkele miljarden, en groeide het personeelsbestand tot ruim honderd mensen (van wie een groot deel op het terrein gedetacheerd was). Die evolutie is blijkbaar té snel gegaan. Na de luttele jaren van Sturm und Drang heerst op het Secretariaat nu immers de totale malaise. Kris Van Limbergen is al een jaar geschorst omdat er beschuldigingen waren dat hij gelden, afkomstig van de veiligheidscontracten, voor persoonlijke doeleinden had aangewend. Behalve dat gerechtelijke onderzoek naar verduistering, kwam er ook kritiek op deontologisch gebied en op het vlak van de werkmethodes. Het kabinet is sindsdien op de rem gaan staan. De veiligheidscontracten hebben minder opgeleverd dan verhoopt werd. Er is een groot verloop van personeel. De Vlaamse adjunct van Van Limbergen heeft er al de brui aan gegeven, en de Franstalige adjunct staat ook klaar om te vertrekken. Verder zijn er alleen nog contractuelen. Het is op zijn minst merkwaardig dat een overheidsdienst met dergelijk ontploft budget helemaal geen middenkader had. De overdynamische baas, die alles in eigen handen hield en weinig ruimte naast zich liet, leidde de dienst als een privé-bedrijf. De administratie had nauwelijks controle over de werking. Het Vast Preventiesecretariaat was een soort zelfstandig agentschap. Maar dat experiment is als een pudding in elkaar gezakt. De onthoofde, stuurloos zwalpende dienst verliest nu zijn autonomie en wordt door de Algemene Rijkspolitie ingelijfd. Chris De Stoop