Hij kon kiezen tussen een politieke en een academische carrière. In de jaren zeventig werkte Pierre Rosanvallon (1948) voor de grote linkse vakbond CFDT (Confédération Française Démocratique du Travail). Binnen de PS (Parti Socialiste) probeerde hij een niet-marxistische vleugel uit te bouwen. Rosanvallon gold als een van de theoretici van het arbeiderszelfbestuur ('autogestion') dat de bezetters van de Lip-horlogefabriek in Besançon voor ogen stond.
...

Hij kon kiezen tussen een politieke en een academische carrière. In de jaren zeventig werkte Pierre Rosanvallon (1948) voor de grote linkse vakbond CFDT (Confédération Française Démocratique du Travail). Binnen de PS (Parti Socialiste) probeerde hij een niet-marxistische vleugel uit te bouwen. Rosanvallon gold als een van de theoretici van het arbeiderszelfbestuur ('autogestion') dat de bezetters van de Lip-horlogefabriek in Besançon voor ogen stond. Anders dan zijn generatiegenoten Bernard-Henri Lévy en Alain Finkielkraut verkoos hij zijn studeerkamer boven de spotlights. Hij staat aan het hoofd van een indrukwekkend oeuvre: in een twintigtal politiek-filosofische traktaten onderzocht hij de valkuilen en de impasses van de representatieve democratie. In 2001 werd Rosanvallon benoemd tot professor aan het prestigieuze Collège de France, waar hij de leerstoel moderne en hedendaagse geschiedenis van de politiek bekleedt. Zijn laatste boek, La contre-démocratie, is een pleidooi voor georganiseerd wantrouwen: de burger mag geen blanco cheque uitschrijven voor de politici, hij moet ze ook blijven controleren. PIERRE ROSANVALLON: We hebben in 2007 heel aparte presidentsverkiezingen gehad. Voor het eerst in de geschiedenis van de Vijfde Republiek stonden, met Ségolène Royal en Nicolas Sarkozy, in de tweede ronde twee kandidaten tegenover elkaar die model konden staan voor een vorm van politieke vernieuwing. Geen van beiden was ooit presidentskandidaat of eerste minister geweest. Geen van beiden torste de last van het verleden. De verwachtingen waren dus hooggespannen, en Sarkozy beloofde zijn kiezers net niet de hemel op aarde. Dat kon natuurlijk niet goed aflopen. De kater is navenant. ROSANVALLON: Ook de stijl van een kandidaat houdt natuurlijk een belofte in. In landen als Frankrijk en de Verenigde Staten, waar het staatshoofd rechtstreeks verkozen wordt, is de stijl vaak belangrijker dan de inhoud, dat klopt. Politici zullen daar ook op afgerekend worden. Hun kiezers willen niet alleen resultaten zien, ze vragen ook respect en erkenning. Ze willen dat er naar hen wordt geluisterd. Dat vragen ze ook van politie of justitie: Amerikaanse studies hebben aangetoond dat mensen niet alleen gevoelig zijn voor de straf die hen wordt opgelegd, maar ook voor de manier waarop dat gebeurt. Het eerste wat de jongeren zegden die bij de razzia in de Parijse voorstad Villiers-le-Bel zijn opgepakt, was dat ze als honden waren behandeld. De stijl van besturen wordt steeds belangrijker. Politici van de nieuwe generatie, zoals Sarkozy en Royal, hebben dat perfect begrepen. ROSANVALLON: Natuurlijk wel. Wantrouwen kan ook een constructieve kracht zijn. Het kan de democratie vooruithelpen. De ervaring leert dat het niet altijd gemakkelijk is om een goed beeld te krijgen van de manier waarop politici de macht die hen wordt toevertrouwd in de toekomst zullen gebruiken. Wantrouwen is dus een vorm van voorzichtigheid. Democratie groeit van dag tot dag: de burgers hebben het recht en de plicht om permanent kritiek te uiten. Ze moeten de macht controleren en niet alleen om de zoveel tijd een blanco cheque uitschrijven. Democratie moet dus meer zijn dan het grote theater van de verkiezingen. Wat we nodig hebben is: permanente democratie. ROSANVALLON: Er is lang gedacht dat het een stap vooruit zou zijn om het systeem van representatieve democratie te vervangen door een systeem van directe democratie - met referenda, bijvoorbeeld. Ik weet dat nog niet zo zeker. De grote uitdaging zal erin bestaan nieuwe instrumenten te ontwikkelen om het wantrouwen van de burgers te kanaliseren. ROSANVALLON: Een hele belangrijke. Het internet geeft een direct beeld van de samenleving: het is geen medium in de klassieke betekenis van het woord. Van de 18e eeuw tot het einde van de 20e eeuw kenden we de publieke opinie alleen door bemiddeling van allerlei tussenpersonen. De pers natuurlijk - de Franse Revolutie had nooit plaatsgevonden zonder de duizenden kranten en vlugschriften die toen werden verspreid - maar ook de politieke partijen en de sociale organisaties. Nu hoef je alleen nog maar je computer aan te zetten om je mening kwijt te kunnen. ROSANVALLON: Een beetje chaos is niet erg. Het is zoals met wijn: welke fles moet je kiezen uit die honderden appellations contrôlées? De een raadpleegt een wijngids, de ander belt een vriend die er iets van kent, en een derde vraagt advies van een gespecialiseerde handelaar. Om orde te scheppen in de chaos hebben we allemaal ons eigen recept. ROSANVALLON: Vakbonden zijn altijd - en zeker in België - organisaties geweest die de hele samenleving vorm wilden geven en zich overal mee bemoeiden. Ze organiseerden zowel het conflict als de onderhandelingen over dat conflict. Dat model is achterhaald. De nieuwe sociale bewegingen lijken in niets meer op de vakbonden. Ze werven geen leden meer, ze willen niemand meer vertegenwoordigen, ze streven ook niet naar onderhandelingen. De niet-gouvernementele organisaties zien het als hun taak de publieke opinie wakker te houden: ze nemen stelling, ze plaatsen een probleem op de agenda, ze bespelen de media. Ze willen het steentje in de schoen, de luis in de pels van de machthebbers zijn. ROSANVALLON: Steeds minder. Dat is een historische evolutie: aanvankelijk draaide alles om de wetgevende macht. De wet werd gezien als de incarnatie van de volkswil. Men vond de uitvoerende macht zo onbelangrijk dat er tijdens de Franse Revolutie zelfs stemmen opgingen om ze gewoon af te schaffen - op een gegeven moment werden alle ministers de laan uitgestuurd, omdat men ervan uitging dat het evengoed zonder ging. In een tragere, minder ontwikkelde samenleving kon men nog de indruk hebben dat enkele eenvoudige regels volstonden om de maatschappij te besturen, maar in een complexe samenleving als de onze moeten steeds meer bijzonderheden worden geregeld. En dus neemt de rol van de uitvoerende macht toe. Het probleem is dat de theoretici van onze democratie uit die ontwikkeling nog geen lessen hebben getrokken. De grote uitdaging waar we voor staan is dat we een manier zullen moeten vinden om de uitvoerende macht te democratiseren, zoals dat 200 jaar geleden met de wetgevende macht is gebeurd. ROSANVALLON: Ik denk van wel. Voor een goed begrip: die volksjury's hebben natuurlijk niets te maken met de jury's die we kennen uit de assisenrechtspraak. Ze zijn ook niet helemaal nieuw: iets dergelijks bestaat al in Latijns-Amerika en in sommige staten van de VS, waar burgers bij lottrekking worden aangeduid om in kleine kring na te denken over een aantal brandende kwesties en op die manier het debat vooruit te helpen. De samenleving heeft hoe langer hoe meer overleg nodig, en dat lukt niet altijd op het publieke forum. In de 19e eeuw waren het de politieke partijen die als tussenpersonen optraden tussen kiezers en gekozenen. Vandaag zouden volksjury's die rol kunnen overnemen. ROSANVALLON: Omdat niemand de moeite nam om goed te kijken wat ze precies bedoelde. Een verkiezingscampagne was misschien ook niet het meest geschikte moment om zoiets uit te leggen. Democratie is altijd een complexe en dubbelzinnige oefening. In mijn boek heb ik de term tegen-democratie gebruikt, en dat heeft veel mensen gechoqueerd. Maar tegen-democratie is natuurlijk niet het tegenovergestelde van democratie. De democratie is geen tent die wordt opgezet om uit te rusten of te slapen. Het is een continu proces dat constante waakzaamheid vereist. ROSANVALLON: Je moet twee soorten populisme van elkaar onderscheiden. Er is het oude populisme, dat zijn wortels heeft in het verleden: nationalistisch, anti-elitair en tegen de staat gericht. Dat populisme heeft een nieuwe impuls gekregen door de crisis van de verzorgingsstaat. Het afwijzen van vreemdelingen - zoals je dat terugvindt in het discours van Jean-Marie Le Pen en bij het Vlaams Belang - is dus niet alleen een uiting van racisme, het is ook een economisch gegeven: we willen de vreemdeling niet langer toelaten aan de tafels van onze verzorgingsstaat. Maar er is ook een andersoortig populisme, dat gericht is op de vernietiging van de politiek. Een populisme dat er niet zozeer op uit is om de macht te grijpen maar om de macht in diskrediet te brengen. En dat heeft dan weer alles te maken met de crisis van de democratie. ROSANVALLON: Ik zou uit de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen toch niet te veel conclusies willen trekken. De kiezers hebben Sarkozy een tik willen geven, ze hebben een tegenstem uitgebracht. Links heeft overal een probleem, niet alleen in Frankrijk. Nadenken over links wil voor mij zeggen: nadenken over drie verschillende dingen. Wat betekent democratische vooruit- gang? Wat betekent de bescherming van het individu? Hoe organiseer je de relaties tussen de verschillende groepen in de maatschappij? Dat zijn voor mij de essentiële vragen. We zullen de verzorgingsstaat opnieuw moeten uitvinden. We zullen moeten nadenken over een nieuw sociaal contract. ROSANVALLON: Het was gewoon niet verstandig om die tekst een grondwet te noemen. Dat suggereerde dat Europa verder zou evolueren in de richting van een federatie - het oude idee van het Europa van de Zes. Maar Europa heeft intussen een andere betekenis gekregen. De grote verdienste van Europa is dat het afgerekend heeft met de minder fraaie kanten van de Europese geschiedenis: de dictaturen in Spanje, Portugal en Griekenland. En na de val van het communisme heeft de integratie van de voormalige Oostbloklanden in de Europese Unie de overgang naar de democratie vergemakkelijkt. Maar wat met zes of met negen lidstaten kon, kan niet noodzakelijk meer met 27 lidstaten. Je kunt wel een interne markt creëren of een gemeenschappelijke munt invoeren, maar dat betekent nog niet dat Europa de aangewezen ruimte is om aan herverdeling te doen. De Europese begroting bedraagt vandaag ongeveer één procent van het Europese bruto binnenlands product, en dat is minder dan tien jaar geleden. Er wordt met andere woorden meer geïnvesteerd in de natiestaten dan in Europa. Daarover bestaat een consensus. Wat de Fransen met hun nee-stem vooral duidelijk hebben willen maken, was dat het debat op een andere, meer democratische manier gevoerd moest worden. Die tekst een grondwet noemen was één stap te ver. ROSANVALLON: Je hebt in de politiek niet alles in de hand. Politici kunnen soms alleen maar hopen dat hun tegenstanders fouten maken. En de economische conjunctuur zit Sarkozy natuurlijk niet mee. Dat zal hem verplichten ofwel zijn politiek aan te passen ofwel zijn regering te herschikken. Maar hij heeft al veel kruit verschoten. ROSANVALLON: Ik vermoed dat hij daarmee alleen verwarring in het kamp van de tegenstander heeft willen zaaien. Met het creëren van een echte politieke opening had dat weinig te maken. Sarkozy staat nu voor het moment van de waarheid. Het volstaat niet langer om een Romeinse toga om te slaan en als een senator te poseren. En met voluntarisme alleen zal hij er niet komen.DOOR PIET PIRYNS EN HUBERT VAN HUMBEECK