Hij is dus terug. Hugo Raes is terug, van een heel eind weggeweest. "Verhalen", een mooi gebonden boek, brengt een verzameling van 21 korte verhalen uit zijn oude bundels, en vijf nieuwe. Dat begint soms raar: "Vroeger was hij onhandig, ongeschaafd. Als hij zich in huis verplaatste, woonde men het denkbeeldig breken en vallen van flessen bij die hij omstootte. Een kleine menselijke bulldozer of caterpillar, die in de weg liep. Een lichte pletrol, door reeds van voor de geboorte ontspoorde zenuwen." ( "Golvend haar", 1962)
...

Hij is dus terug. Hugo Raes is terug, van een heel eind weggeweest. "Verhalen", een mooi gebonden boek, brengt een verzameling van 21 korte verhalen uit zijn oude bundels, en vijf nieuwe. Dat begint soms raar: "Vroeger was hij onhandig, ongeschaafd. Als hij zich in huis verplaatste, woonde men het denkbeeldig breken en vallen van flessen bij die hij omstootte. Een kleine menselijke bulldozer of caterpillar, die in de weg liep. Een lichte pletrol, door reeds van voor de geboorte ontspoorde zenuwen." ( "Golvend haar", 1962) Men merkt, hier is een Vlaming aan het woord, waarschijnlijk afkomstig uit Antwerpen (een Brabander dus meer). Zijn zinnen zijn onhandig, ongeschaafd. Stilistisch gesproken kan hier bijna niets, denkbeeldig geluid van breken en vallen van flessen inderdaad. Maar het is niet onaantrekkelijk. Het is fris, vol fantasie, beeldrijk. Als we niet de hele tijd liepen te mopperen dat de Hollanders zich om dit taaltje weer gaan bescheuren, zouden we 't ver van slecht vinden. Hetzelfde bij "De vadsige koningen". Raes' debuut uit 1961. Een roman uit Vlaanderen, ruimhartig geïnspireerd door Henry Miller (niet de seks, de bewustzijnsstromen), modern, en in die tijd gewis experimenteel en volledig in ontaal geschreven. Er is duidelijk een verschil: we zijn dit taaltje niet meer gewend, het doet pijn aan de ogen en de tenen. Maar na enkele bladzijden gaan de tenen zich als vanzelf ontkrullen en wordt de aandacht meegenomen, weg van de taal en de stijl, naar wat die man hier eigenlijk aan het vertellen is. En dat is niet mis, men kan zich voorstellen dat een woeste beeldenstormer van een rapper het heden ten dage niet heel anders zou doen. NIET BANG VAN PARIJZENAARSDe mode van de experimentele romans is al een tijd voorbij, we kunnen nu wel bekennen dat het doorgaans saaie, onsamenhangende gedrochten zonder model waren. Maar dit hier, die "Vadsige koningen", is verre van saai en blijkt ruimschoots het herlezen waard. Dat is de filosofie van het reeksje bij uitgeverij Atlas eigenlijk ook, de Vlaamse klassieken - waarin "De vadsige koningen" nu net verschenen, samen met "Een revolverschot" van de onvolprezen Virginie Loveling, "Kinderjaren" van Norbert Edgard Fonteyne en "Jan Biorix" van Jan Walravens - dat een en ander ten onrechte in het verdomhoekje of zelfs de vergeetput dreigt terecht te komen. Fonteyne: Oedelegem 1904, 34 jaar oud geworden, de geromantiseerde memoires "Kinderjaren", verschenen in 1939. Vreemde lectuur, je ziet Alain Fournier erin (na twee zinnen ben je automatisch bij de jonge Maurice Gilliams). Het boek is vooral veel beter geschreven en interessanter, maar wie het niet gelezen heeft, zou dit niet vermoeden van zo'n oud-Vlaams boekje. Al lezend in dit disparate gezelschap van halfvergeten boeken die van nu af aan "klassieken" heten, blijkt dat wij met vooroordelen zitten. We moeten niet meewarig doen over de barokke stijl van Fonteyne of over de brekende taal van Raes: dit zijn teksten die, achteraf gezien, naadloos passen in het literaire geheel waarvoor ze geschreven zijn. Dat was een andere literaire omgeving dan de huidige. Lees Jan Walravens, journalist bij Het Laatste Nieuws, dat toen een andere krant was dan nu; een kleine bebrilde vechtersbaas omwille van het intellectuele debat en de literatuur, meer een drijvende kracht dan een romancier misschien, een bezieler, een onvermijdelijkheid. Vandaar "Jan Biorix". Meteen de titel waaronder zijn dagboek werd uitgegeven. Het werpt een schuin licht op de jaren vijftig, waarin Brussel anders was dan nu. En de Vlamingen ook. Ze konden nog Frans, ze discussieerden met Sartre, ze waren niet bang van Parijzenaars, maar ook niet van Amsterdammers, en als ze serieus waren, werden ze serieus genomen. De complexen zijn op een of andere manier later gekomen. Hugo Raes, "Verhalen", Atlas, Amsterdam, 216 blz., 900 fr. De "Vlaamse klassieken" kosten 600 fr.Sus van Elzen