"Bruegel is de moralist, en af en toe de boertige. Die combinatie ligt me nogal. Dat Bourgondische plezier hebben in het leven en gelijktijdig ook wel de angst, voor de dood waarschijnlijk, en voor wat we met ons leven aanvangen. Op een van z'n laatste werken, De Triomf van de Dood in het Prado, heb je links een Pietje de Dood, op een gevild paard zittend, de mensen bijeendrijvend. En dan komen er mensen opgerukt met hun grafz...

"Bruegel is de moralist, en af en toe de boertige. Die combinatie ligt me nogal. Dat Bourgondische plezier hebben in het leven en gelijktijdig ook wel de angst, voor de dood waarschijnlijk, en voor wat we met ons leven aanvangen. Op een van z'n laatste werken, De Triomf van de Dood in het Prado, heb je links een Pietje de Dood, op een gevild paard zittend, de mensen bijeendrijvend. En dan komen er mensen opgerukt met hun grafzerk als een soort schild, dit alles in een prachtige compositie met een driehoek als basis. Als op Het Laatste Oordeel van Bosch de figuren gepijnigd worden waar ze gezondigd hebben, als individuen, zie je in dat werk van Bruegel dat de verdoemenis over de hele bevolking neerkomt, een apocalyptisch ding. De manier waarop Bruegel zwart gebruikte, heeft me ooit geshockeerd, dat was bijna baanbrekend modernistisch. Wat me nog het meest boeit, is wat er achter de schilderijen ligt, de constructie. De manier waarop De Val van Icaros in beeld gebracht wordt. Het gaat om een aanvoelen van evenwicht, of van onevenwicht: De Parabel van de Blinden, waar die vallende compositie op gezet is. De meeste mensen die hem maar eng anekdotisch bekijken, onttrekken hem bijna aan het geheel van de betekenis die hij heeft. Terwijl hij helemaal niet kneuterig is. Hij is groots, in de manier waarop hij door de constructie inhoud blootgeeft. Aan zijn Italiëreis heeft hij onder meer een hoge horizonlijn overgehouden - in Vlaanderen zou je al op een toren moeten zitten. Wij gaan nu gemakkelijk overal naartoe, maar toen was dat bijna van een standpunt dat God de Vader inneemt, vanbovenuit kijkend naar dat nietige, dat wriemelen, dat angstige. Want van bovenuit word je ook belaagd. Dat Vlaanderen dat had, was revolutionair. Nog essentieel aan Bruegel voor mij, is heel vreemd, dat landschap. Ik kom van Overijse, waar het glooiend landschap van Brabant te zien is. In mijn jeugd heb ik nog de vlegel gehanteerd. Eeuwenlang moet het landschap eruitgezien hebben op de manier waarop ik het ervaren heb, al was het al aan 't wegdeemsteren: hoe kleine keuterboerkes met de vlegel hun graan dorsten, dan op een zeil bij elkaar legden. Op bepaalde ogenblikken zijn er voor mij Bruegels die een fotowaarde hebben. Dat was het landschap van mijn jeugd."